|
Ik heb een vraag, die ik al vier jaar lang aan u zou willen stellen," zei ik tegen Charles Brock, de schrijver van het boek "Practicing Principles of Indigenous Church Planting", toen ik hem een paar jaar geleden in de Filippijnen ontmoette. "U begeeft zich in de arme wijken van Manilla; u begint daar al gauw met een gemeente; deze gemeenten brengen hun eigen leiders voort; zij zijn nooit afhankelijk van fondsen van buiten en zij vermenigvuldigen zich op hun beurt."
Ik ken twee andere broeders, die in dezelfde gebieden nieuwe gemeenten starten en dat kost hen zes tot zeven jaar. Deze gemeenten zijn altijd afhankelijk; zij vermenigvuldigen zich niet en zij kunnen ook nooit hun eigen leiders voortbrengen. Zij zeggen dat armoede de geest van de mensen zo ernstig beschadigd heeft dat zij geen leiderschap kwaliteiten meer hebben. Ik wil graag weten waarom het u wel lukt en hen niet."
Het was een brandende vraag voor mij, omdat ik zo lang ik mij kan herinneren al betrokken ben bij het stichten van nieuwe gemeenten, maar daarin niet dezelfde vaart en vermenigvuldigingsfactor zag als in de bediening van br. Brock. 1. Ziek, dood of steriel Ik herinner mij dat, toen ik opgroeide aan de Westkust van de Verenigde Staten waar mijn ouders begin 1940 naar toe verhuisd waren, er weinig evangelische gemeenten waren. Onze kleine gemeente bestond uit 85 mensen en begon gemeenten te stichten in het gebied van Fresno en later in Sacramento.
Mijn vader nam het hele gezin mee naar de plaats waar een nieuwe gemeente gestart werd. Wij bleven daar dan ongeveer een jaar. Als de gemeente op eigen benen stond en goed draaide, gingen wij terug naar de moederkerk. Van daar uit vertrokken we opnieuw naar een volgende pioniersplek. Negen jaar later, toen ik volwassen geworden was, ben ik teruggegaan naar dat gebied, maar ik kon deze gemeenten niet meer terugvinden in het regionale kerkverband. Ik vroeg me af wat er mee gebeurd was.
Ik ben een tamelijk eenvoudige denker. Ik weet dat alles wat leeft, zichzelf vermenigvuldigt. Het is natuurlijk voor bomen en planten om zaden te laten vallen, die dan spontaal ontkiemen. We hoeven niet te proberen om kinderen te krijgen, maar we proberen juist om ze niet te krijgen. Het is in feite zo, dat als een organisme zichzelf niet vermenigvuldigt, we dan zeggen dat het ziek, dood of steriel is. Ik ben tenslotte tot de conclusie gekomen dat we steriele gemeenten gesticht hadden; gemeenten die zichzelf niet vermenigvuldigden in nieuwe gemeenten. Ik bestudeerde en bracht vier andere steden aan de Westkust in kaart en ontdekte hetzelfde verschijnsel. Een moederkerk was actief in een bepaalde streek en stichtte in twaalf tot vijftien jaar nieuwe gemeenten. Maar weinig van deze nieuwe gemeenten stichtten ooit een volgende gemeente...
We kwamen tot de ontdekking dat de algemene opinie was dat het stichten van nieuwe gemeenten een vrijwillige keuze is of een twee-stappen proces. ‘We gaan eerst zelf groeien, onszelf trainen en onszelf voorzien en daarna gaan we onszelf vermenigvuldigen’. Maar zij, die dit twee-stappen proces uitvoeren, zitten daar al jarenlang in en ik weet niet of zij ooit het punt wel gaan bereiken dat zij zich gaan vermenigvuldigen.
Hierdoor ontstonden zoveel vragen in mijn eigen hart en gedachten; vragen waar antwoorden op kwamen toen ik met br. Charles Brock sprak in Manilla. 2. ‘Persoon van vrede’Hij vertelde mij dat er twee belangrijke dingen zijn, die een voortvarende start en vermenigvuldiging mogelijk maakt:
Ten eerste zocht hij naar de ‘persoon van vrede’.
"In elk werk dat ik begin wacht ik altijd op het element van het wonderlijke," legde hij uit. "Op zekere dag was er een drang in mij om in een bepaald gebied een gemeente te beginnen. Onderweg naar die wijk toe zag ik een vrouw zitten achter een raam op de eerste verdieping. Ik dacht daar verder niet over na. Toen ik een uur later weer voorbij kwam, zat zij nog steeds voor dat geopende raam. Net toen ik haar op mijn bromfiets voorbij reed riep ze mij. "Meneer, bent u een Bijbel man?" Nou eh… ik leg de Bijbel uit, antwoordde ik, waarop zij vroeg: "Wilt u de Bijbel aan mij en mijn gezin uitleggen?" Ik dacht dat het de andere wijk was waar ik naartoe moest gaan, maar dat was niet zo. Het was hier, omdat God het voorbereid had."
Jezus zei tegen zijn discipelen, toen zij zich klaarmaakte om er op uit te trekken: "Waar je ook binnen gaat, laat het eerste wat je zegt, zijn: Vrede voor dit huis. Woont er iemand die de vrede is toegedaan, dan blijft je vredewens op hem rusten… blijf in dat huis en eet en drink wat men je aanbiedt… trek niet van het ene huis naar het andere." (Lucas 10: 5-7, Groot Nieuws vertaling).
Er zijn redenen achter de instructies van Jezus. Als God ons zendt en wij bevinden ons op Zijn golflengte, zijn er mensen die Hij heeft voorbereidt. Zij zijn de mensen die Hij bedoeld heeft om het hart van die startende gemeente te zijn. Deze speciale persoon, die Hij voorbereid heeft, noemt Hij de ‘persoon van vrede’. Heel vaak stoppen voorgangers, huisgroepleiders en gemeentepioniers en gaan aan de slag, vóórdat zij deze persoon gevonden hebben. Daarom ontstaat er een trage start en vaak niet zo spontaan. 2.1 De authentieke getuigeEr bestaat geen vers, dat beschrijft hoe de persoon van vrede er uit ziet. Maar wat wij wel kunnen doen is: kijken naar mensen van vrede; zien waar God een werk begon om dan te ontdekken wat overeenkomsten zijn hierin. Lydia was zo’n persoon van vrede; Cornelius was er één; de bezetene was er één; de vrouw bij de bron was er één. Er zijn er nog meer. Als u eenmaal gaat zoeken, zult u ontdekken dat ze drie overeenkomsten hebben: - Zij zijn ontvankelijk. Niet iedereen, die ontvankelijk is, is een persoon van vrede. Er zullen veel mensen op uw weg zijn, die Jezus aanvaarden, voordat u deze persoon van vrede gevonden hebt. Maar elke persoon van vrede is ontvankelijk!
- Zij hebben een reputatie. Zij zijn bekend. Zij kunnen een goede of slechte reputatie hebben, maar zij zijn bekend. De vrouw bij de bron had een slechte reputatie. Cornelius’ reputatie was goed.
- Zij hebben invloed. Zij zijn iemand die, als zij tot Jezus komen, heel veel anderen met zich meebrengen.
Toen Jezus naar een bepaalde stad kwam, schreeuwde de bezeten man vanuit de grotten. Jezus drijft de demonen uit, stuurt ze in de zwijnen, de zwijnen storten in de afgrond en de hele stad wil dat Jezus het gebied verlaat. We zien dat als de Here Jezus later in dezelfde streek komt waar Hij uit verdreven werd, Hij nu door iedereen verwelkomd wordt. Het enige verschil tussen deze twee momenten is dat de eerst bezeten, maar nu bevrijde man te midden van hen woont en elke dag laat zien dat God de macht heeft om een leven te veranderen.
Dit is heel krachtig! De man wordt de authentieke getuige van wie Jezus is en wat Hij kan doen. Als u dus een gemeente begint, zoekt u naar deze persoon. Als u hem vindt, heeft u de juiste start voor een gemeente. U blijft daar en bereikt de mensen in zijn leefomgeving waar hij invloed op heeft (kring van invloed). 2.2 Niet één, maar tweehonderdPaulus en Silas doelden op deze 'kring van invloed' toen zij aan de gevangenbewaarder in Filippi zeiden: "Geloof in de Heer Jezus en u zult gered worden, u en de uwen." (Hand. 16:31 Groot Nieuws vertaling). Antropologen zeggen ons dat in elke cultuur en in elk tijdperk je vier relaties hebt: familie, buren, collega’s en vrienden. Als wij dus deze persoon van vrede vinden, heeft hij familie, buren, collega’s en vrienden, die beïnvloed worden door zijn beslissing.
Volgens de antropologen hebben de meeste mensen in een gezonde samenleving in het Westen vijfentwintig tot dertig mensen, waar ze een hechte band mee hebben. Als ik dus een persoon met invloed vind, bereik ik hoogstwaarschijnlijk direct minstens tweehonderd mensen. Ik zie niet meer één persoon, maar ik zie er tweehonderd!
Wat zo geweldig is dat dit de juiste manier is om een gemeente te beginnen; de juiste wijze om binnen te komen en die persoon van vrede te zoeken. Op deze manier vindt u aansluiting bij datgene wat God reeds aan het doen is! 3. Let op de één-week-oude christenHet tweede belangrijke punt wat br. Charles Brock tegen mij zei was: "Ik doe nooit iets wat een één-week-oude christen niet kan doen. Als ik zou preken zoals ik dat heb geleerd in mijn thuisgemeente, dan zouden zij gaan geloven dat zij het evangelie niet eerder kunnen uitdragen voordat zij mijn gaven, mijn mogelijkheden en mijn training zouden hebben. Als ik bid zoals ik dit gewend ben in mijn thuisgemeente, dan zouden zij denken dat zij niet eerder met God kunnen spreken totdat zij woorden en zinnen als de mijne zouden kunnen uitspreken. Ik neem geen aanbiddingsleider van buitenaf mee, omdat zij anders zouden denken dat zij God niet eerder kunnen aanbidden totdat zij iemand daarvoor getraind hebben.
Alles wat zij mij zien doen, kunnen zij doen. Soms ben ik enkele weken afwezig. Maar omdat zij niet weten dat zij het niet kunnen doen, gaan ze gewoon verder, hebben hun neef bereikt met het evangelie, die in een andere wijk woont en zijn alweer een nieuwe groep begonnen bij die neef thuis! Dat is eenvoud! Wij hebben de dingen zo ingewikkeld gemaakt en eisen zoveel training. Het moet voortkomen uit de groep zelf! 4. Groeicultuur versus vermenigvuldigingsmodelIk wil u het verschil laten zien tussen wat ik een ‘groeicultuur’ noem, waarin we allemaal getraind zijn en een ‘vermenigvuldigingsmodel’. Ik geloof dat een gemeente stichten iets anders is dan een gemeente-stichtende- gemeente stichten! Het is in feite zo dat ik overtuigd ben dat de vaardigheden die we in onze training voor de bediening geleerd hebben, ons in de praktijk verzekeren dat de gemeenten zich niet vermenigvuldigen.
In onze groeicultuur hebben we geleerd om onze aandacht te richten op individuele bekeringen, terwijl een vermenigvuldigingsmodel zich richt op bekeringen van een groep. Wij zijn begonnen met het stichten van een gemeente op het erf van de gelovige. Maar om te vermenigvuldigen moeten wij beginnen op het erf van de ongelovige. Als wij de bekering van de groep van familieleden, collega’s, buren en vrienden op het oog hebben, zullen zij komen naar het erf waar zij elkaar altijd ontmoet hebben. Zij komen niet naar het huis van een vreemdeling of in de vreemde omgeving van een kerk(zaal).
In onze cultuur onderwijzen wij de Bijbel voor kennis, inzicht en informatie. In het vermenigvuldigingsmodel ligt de nadruk op toepassing, zodat de mensen de kracht van God kunnen zien. Wij zijn begonnen met het stichten van gemeenten door christenen te zoeken. Maar als u een werkelijk krachtige gemeente wilt stichten, zoek dan naar de personen van vrede. Sluit de christenen uit, laat ze niet toe. Zij zorgen anders in een vroeg stadium voor problemen. Wij zijn begonnen in zaaltjes, faciliteiten. Dit kost geld en ervaring, wat niet zomaar aanwezig is. Er zijn veel meer huiskamers, tuinen of parken beschikbaar!
Wij hebben de neiging om iets te vieren in een grote groep. Om vermenigvuldiging te bereiken begin je met een kleine groep. Heel weinig mensen hebben de gaven en talenten om een grote groep mensen te leiden. Je hebt er meer ervaring, meer voorbereiding, meer van alles voor nodig. Maar heel veel mensen kunnen leiding geven aan een kleine groep mensen. Dit deden ze reeds in hun eigen natuurlijke omgeving voordat zij tot geloof kwamen. Wij bouwen aan programma’s en gebouwen. Om te vermenigvuldigen bouw je aan leiders.
Het leiderschap is ook verschillend. Vanuit de traditie trekken wij getrainde krachten aan. Maar wat we nodig hebben om te vermenigvuldigen is een leiderschap dat voortkomt uit de groep zelf van bekeerden. Waar zijn de toekomstige voorgangers voor deze groepen? Zij bevinden zich op straat, zij slaan hun vrouw en zij bedriegen hun werkgevers.
De leider heeft ook de neiging zichzelf te zien als de leider van alle gemeenteleden. Maar in de gemeente die vermenigvuldigt is de leider iemand die anderen toerust voor toekomstig leiderschap. Zo zien zij zichzelf en daar richten zij zich op.
Wij zijn gewend om de pionier te onderhouden, die gemeenten sticht. Maar voor gemeenten, die andere gemeenten stichten heb je pioniers nodig met een dubbel beroep. Als wij steden willen bereiken, zal het door mensen zijn met een dubbel beroep. Anders zal alles vertraagd verlopen vanwege de financiën.
Mijn eigen ervaring is dat bij het beginnen van een nieuwe gemeente, wij telkens voelden dat wij er nog niet aan toe waren om die mensen, hun inzet en hun tienden te moeten missen. Maar elke keer dat we ervoor gingen, kwamen wijzelf niets te kort. God voorzag. Ik heb gezien dat er een krachtige werking uitgaat van het feit dat je je verbindt met andere gemeenten door vermenigvuldiging. In praktisch alle gemeenten, die andere gemeenten stichten zie ik dat eigen problemen zich beginnen op te lossen. Hoe dat komt weet ik niet. Zij geven zich aan anderen. Ik ben ervan overtuigd dat hoe meer je aan anderen geeft, hoe meer God doet! 5. Groeicultuur versus vermenigvuldigingsmodelRicht zich op individuele bekeringen. Richt zich op bekering van een groep. Begint een gemeente onder gelovigen. Begint een gemeente onder ongelovigen. Onderwijst de Bijbel voor inzicht. Onderwijst de bijbel voor toepassing. Begint met het zoeken van christenen. Begint met het zoeken van ‘mensen van vrede’. Begint in gebouwen. Begint in huizen. Begint met vieringen. Begint met huiskringen. Bouwt aan programma’s en gebouwen. Bouwt aan leiders. Trekt getrainde leiders aan. Leidt eigen leiders op vanuit de groep. Laat de leider alle gemeenteleden leiden. Laat de leider de toekomstige leiders leiden. Ondersteunt de gemeentestichter. Sticht gemeenten met mensen, die een dubbele baan hebben.
(Samenvatting van een lezing tijdens de "World Impact Crowns of Beauty Conference". Februari, 1999. Vertaling: C. Sleebos)
Bron: Gemeentestichting.nl |