|
Door: Matthijs Vlaardingerbroek In september van het jaar 2000 is in de Haagse wijk Spoorwijk het nieuwe gemeentestichtend project ‘In de Praktijk’ gestart. Het project bestaat uit een groep voornamelijk jonge mensen vanuit diverse kerken in de stad die als visie hebben om te leven zoals Jezus dat leert. Het project is geboren vanuit het verlangen om betrokken te zijn in de wijk Spoorwijk en door dit te doen Jezus te kennen en Hem bekend te maken.
De Haagse wijk Spoorwijk is deel van het stadsdeel Laak en is één van de huidige achterstandswijken in Den Haag. Spoorwijk is een kleine wijk met ongeveer achtduizend inwoners. Meer dan de helft van hen is van allochtone afkomst. Het gemiddelde gezinsinkomen is één van de laagste van heel de stad. Er lijken veel problemen te zijn met jongeren, waarvan er veel in de wijk aanwezig zijn. Maar aan de andere kant is er ook een actieve groep van bewoners die hard werkt om de leefbaarheid in de wijk te verhogen. Het is waarschijnlijk de enige wijk in Nederland, waar twee van de drie officiële kerkgebouwen door wijkbewoners zijn afgebrand. De kerkelijke situatie in de wijk is slecht. Naast een kleine Katholieke parochie en een werk van de diaconie van de SOW gemeente in Laakkwartier is er geen gemeente aanwezig.
In de afgelopen tijd is het merendeel van het projectteam van In de Praktijk verhuisd naar de wijk. Een aantal van hen wonen in de oude dokterspraktijk, vandaar ook de projectnaam, waar vanuit veel activiteiten vooral voor kinderen en jongeren gehouden worden.
Het project ‘In de Praktijk’ heeft ten doel om een netwerk van missionaire huiskamerkerken in de wijk te stichten.
Wat is een missionaire gemeente?
Een missionaire gemeente is een gemeente, die zoals het woord al aangeeft ‘zendingsgericht’ is. Dit is niet hetzelfde als een evangeliserende gemeente. Een evangeliserende gemeente ziet evangelisatie vaak als een van haar taken. Een missionaire gemeente is zich echter doordrongen van de verantwoordelijkheid die zij heeft tegenover haar niet-christelijke omgeving en zet zich in grote mate in om in deze omgeving actief als gemeente betrokken te zijn. Zij brengt veel van haar tijd en energie buiten onder de mensen door, om hopelijk samen met hen naar binnen te kunnen gaan.
Werken vanuit het ‘akker’ model
Binnen het project ‘In de Praktijk’ wordt het ‘akker’ model gebruikt. Dit model vergelijkt het missionair gemeente zijn en het stichten van nieuwe gemeentes met het werk van een boer op een akker. Het ‘akker’ model gaat ervan uit, dat net zoals een boer op een afgebakend gebied werkt, ook bij het gemeentestichten binnen een afgebakend gebied gewerkt moet worden. Het gebied kan zowel geografisch, bijvoorbeeld een wijk of stadsgedeelte zijn, als wel sociologisch, bijvoorbeeld een bepaalde doelgroep of bevolkingsgroep. Het is in ieder geval van belang dat het om een begrensd gebied gaat.
Wanneer dit niet het geval is, voorziet het ‘akker’ model grote problemen: de taak is al gauw te groot en de resultaten van het werk zijn moeilijk te overzien of te meten. Hierdoor zakt het enthousiasme van de gemeenteleden al snel.
De leiders ontdekken dat de visie moeilijk te handhaven is. De oogst is niet te overzien en de taak is nooit af. Na verloop van tijd sterft de missionaire visie een stille dood.
Een begrensd werkgebied heeft belangrijke voordelen: de taak is goed te overzien en de noden zijn duidelijk. Een groeiend aantal gemeenteleden kan zich de visie en verantwoordelijkheid eigen maken. Mensen gaan met andere ogen naar de wijk of de bepaalde doelgroep kijken. Deze omschakeling in het kijken naar het werkgebied geeft dat mensen intensiever en specifieker gaan bidden voor het werk. De resultaten zijn sneller te zien en goed te meten. Dit voedt het enthousiasme en doorzettingsvermogen van de gemeenteleden. Er ontstaat stuwkracht. Het werk groeit. Er komt oogst. Mensen blijven enthousiast. Het werk is in een positieve spiraal gekomen.
Werken op de akker
In 2 Koningen 3 lezen we van een situatie waarin Israël tegen Moab had gevochten. De soldaten van Israël kregen van God de opdracht om na de overwinning op alle goede akkers van Moab stenen te leggen. Toen de boeren later uit hun schuilplaatsen te voorschijn kwamen, was hun schrik groot. Hun vruchtbare akkers waren nu door duizenden stenen bedekt. Wat al die soldaten in een middag met hun akkers deden, kostten de boeren jaren om weer te herstellen.
Kijkend naar een wijk als Spoorwijk, zie je dat deze akker ook vol met stenen ligt. Deze stenen zijn de verkeerde gedachten of gedachtepatronen over God, Jezus Christus, de kerk en christenen in het algemeen. Deze stenen verhinderen het nieuwe leven dat God in de levens van deze mensen, als individuen, maar ook als groep wil geven.
Stenen rapen
Een goede boer gaat op een akker, die vol met stenen ligt, nog niet zaaien. Hij begint nog niet eens met ploegen. Een goede boer zal heel eenvoudig beginnen met het rapen van stenen.
Volgens het ‘akker’ model bestaat de eerste taak van een missionaire gemeente in een wijk uit het onderzoeken van de akker met als logisch gevolg, beginnen met het proces van stenen rapen.
Binnen het project ‘In de Praktijk’ in Spoorwijk wordt aan dit rapen van stenen op diverse wijzen vorm gegeven. Alles bij elkaar zie je een mengeling van: netwerken en relaties opbouwen, een christelijke aanwezigheid in de wijk vestigen, betrokken zijn in de levens, maar ook in activiteiten en werkgroepen in de wijk, intensief gebed, voorzien in noden, grote nadruk op kinder- en jeugdwerk en boven alles gewoon (er) echt zijn.
Het laten ontdekken van een positief beeld van God en van christenen in een wijk door het rapen van stenen is een proces dat nooit ophoudt. Een voor een zullen de mensen hun gedachten laten bijschaven. Zodra dit gebeurt, gaat het rapen van de stenen in hun levens automatisch om in ploegen en kan het zaad goede grond vinden.
Zaaien
Pas als de meeste stenen zijn opgeruimd en de akker omgeploegd is, gaat de boer zaaien. Om verzekerd te zijn van een goede oogst heeft de boer maar drie dingen nodig: goed zaad, goede grond, genoeg zonlicht en regen. Zo werkt dit ook binnen het werk van de missionaire gemeente.
Door voortdurend intensief gebed, de duidelijke christelijke aanwezigheid en de betrokkenheid van christenen in de wijk, is de grond bewerkt en hopelijk klaar. Nu is het tijd om te zaaien en mensen de waarden en principes van Gods Koninkrijk te onderwijzen. Dit is meer dan evangeliseren of mensen het evangelie vertellen. Jezus riep zijn eigen discipelen op om mensen tot discipelen te maken. Een missionaire gemeente leert mensen discipel te worden, door hen de waarden en principes van het Koninkrijk van God te onderwijzen. Het evangelie communiceren is een ‘klein’, maar cruciaal onderdeel van het aanleren van deze waarden en principes.
Oogsten
Een goede boer oogst als de oogst rijp is. Hij gaat hier zorgvuldig mee om. Stel dat hij te ongeduldig is en de oogst binnenhaalt als deze nog nietrijp is, dan is zijn werk voor niets geweest. Maar als hij te lang wacht, gaat de oogst rotten op het land. De oogst komt ook niet vanzelf in zijn schuur. Hij zal op de juiste tijd de juiste actie moeten ondernemen.
Net zoals een boer zorgvuldig met oogsten moet omgaan, gaat het ‘akker’ model ervan uit dat christenen heel zorgvuldig met het ‘oogsten’ van hun niet-christelijke contacten / vrienden moeten omgaan. Hoe velen zijn niet te vroeg geoogst waardoor zij heel snel terugvielen? Ook de wijze van oogsten kan per persoon anders zijn. Voor de een is het een duidelijke eenmalige keuze. Voor de ander is het een proces, zonder een specifiek oogstpunt te kunnen aangeven. In de afgelopen jaren hebben we kunnen zien dat deelname aan een beginnerscursus, zoals de Alpha-cursus een goede oogstmethode is. Dit komt doordat er in deze cursussen zowel aandacht voor het persoonlijke groeiproces als voor de ongedwongen oproep tot geloof aanwezig is.
Vasthouden van de oogst
Laurence Singlehurst beschrijft op uitstekende wijze de drie fases van evangelisatie in zijn boek ‘Sowing, reaping, keeping’ (ISBN 1-85684-052-2). De drie fases in evangelisatie noemt hij: zaaien, oogsten en het vasthouden van de oogst. Als missionaire gemeente moet het vasthouden van de oogst geen probleem geven. Het proces van stenenrapen, ploegen, zaaien en oogsten is vaak een proces van maanden, zo niet jaren. In deze periode is er een goede relatie opgebouwd die na het ‘oogsten’ alleen maar verder uitgebouwd kan worden. Het probleem van mensen die na een tijdje wegvallen, ontstaat vooral in evangeliserende kerken die soms oogsten wat ze niet gezaaid hebben. In dit soort gevallen is er geen maandenlange persoonlijke relatie opgebouwd en vallen mensen sneller weg of gaan verder naar een volgende kerk. In het ‘akker’ model gaat men ervan uit dat goede relaties een sleutel zijn in het vasthouden van mensen.
Een andere belangrijke sleutel tot het vasthouden van mensen wordt gevonden door het antwoord op de vraag of de huidige schuur geschikt is voor de opslag van de oogst. Een goede boer bewaart zijn aardappelen op een andere plek dan zijn graan. En zijn maïs bewaart hij op een andere plek dan zijn hooi. Soms moet een boer een nieuwe schuur naast de andere schuren plaatsen om de oogst in op te slaan.
Op dezelfde wijze moet een missionaire gemeente zich de moeilijke vraag stellen of de huidige vorm van gemeente zijn geschikt is voor de opslag van de oogst of dat er een andere vorm van gemeente zijn naast de huidige gebouwd moet worden. Dit is een hekel onderwerp, maar zal toch in alle wijsheid en rust beantwoord moeten worden.
Binnen het project In de Praktijk in Spoorwijk probeert het team aan deze moeilijke vraag vorm te geven door te werken volgens het principe van huiskamerkerken.
In Nederland staat de beweging van huisgemeentes of huiskamerkerken nog in de kinderschoenen en in Spoorwijk is het zijn van een huiskamerkerk nog helemaal in de ontdekkingsfase. Maar op het eerste gezicht lijkt een huiskamerkerk vooral in een stadswijk als Spoorwijk een aantal grote voordelen te hebben op de meer traditionele vorm van gemeente zijn, zoals we die in Nederland gewend zijn.
Een huiskamerkerk is erg laagdrempelig en sterk gericht op relaties, wat in een volksbuurt goed past. Ze is niet gebonden aan de zondagochtend en komt niet religieus over, zodat mensen volgens hun gewoonte kunnen uitslapen, maar ook niet afgeschrikt worden door het fenomeen ‘kerk’. Ook een voordeel is dat het niet gebonden is aan een gebouw, wat handig is als er in een gebied geen geschikte grotere ruimtes zijn te huren of te kopen. Binnen de huiskamerkerk ontmoeten mensen elkaar in de huiskamer bij mensen thuis. Er is veel aandacht voor het individu, maar ook voor de groep. Het bij elkaar zijn als familie staat centraal. Er wordt gegeten, gelachen, gedeeld, gehuild, gezongen, gebeden en feest gevierd. Mensen wordt geleerd om zelfstandig als christenen te functioneren, zonder dat dit betekent dat ze daardoor hun afhankelijkheid van de gemeenschap verliezen. Ze worden aangemoedigd om betrokken te raken in de mensen om hen heen en te groeien in de gaven en talenten die zij hebben, zodat ze anderen tot zegen mogen zijn. Een huiskamerkerk probeert een levend vruchtbaar organisme te zijn dat zich kan voortplanten en overal leven kan brengen.
In de Praktijk Spoorwijk heeft als verlangen om ook een levend vruchtbaar organisme te zijn dat veel leven in de brouwerij, maar vooral ook in de levens van mensen in Spoorwijk kan brengen.
Voor meer informatie:
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
Bron: Gemeentestichting.nl
|