|
Een vraaggesprek met drs. Jan Schippers, door: Ronald v/d Molen
Jan Schippers is (sinds 1993) voorganger van de CAMA Parousia gemeente te Zoetermeer (www.cama.nl). Deze gemeente heeft een, zeker voor Nederland, rijke ervaring met het stichten van dochtergemeenten. De gemeente zelf is in 1977 ontstaan vanuit een pionierssituatie en telt nu ruim 450 zielen. In 1983 werd er begonnen met een huiskring in Delft waar een gemeente uit groeide die nu uit 75 mensen bestaat. Een aantal jaren later, in 1991, werd er een dochtergemeente in Gouda gesticht. Deze gemeente groeit de moeder haast voorbij en bestaat momenteel uit meer dan 450 mensen en heeft net als Zoetermeer een fulltime voorganger en twee parttime geestelijke werkers in dienst. Tot slot werd er in 1996 een dochtergemeente in Boskoop begonnen die nu uit ongeveer 100 mensen bestaat.
Bij elkaar ruim 1000 mensen, waarvan ongeveer de helft tot bekering is gekomen vanuit een niet-christelijke (30%) of vage christelijke achtergrond (20%)! De andere helft komt uit bestaande kerken en gemeenten (30%) en uit mensen die wel christelijk zijn opgevoed, maar een tijd lang niks aan het geloof hebben gedaan en nu weer terug zijn in de kerk (20%).
Waarom is het stichten van dochtergemeenten zo belangrijk?
De wortel van gemeentestichting ligt volgens mij in de zendingsopdracht, het verkondigen van het evangelie en het maken van discipelen. De CAMA (Christian and Missionary Alliance) waar onze gemeente mee verbonden is, heeft al vele decennia wereldwijde gemeentestichting hoog in het vaandel staan. Daarnaast heeft het ook met je visie op gemeente-zijn te maken. Als je nadenkt over het stichten van een dochter, dwing je jezelf ertoe om (opnieuw) na te denken over de visie die je als gemeente hebt. Wat is de reden dat je als gemeente bestaat? Wat is onze toegevoegde waarde op het geestelijke erf? Voor ons is, naast het 'Gloria Dei', het hoofddoel om door gemeentestichting niet-christenen om te vormen tot toegewijde discipelen van Jezus Christus. Dit kan m.i. het best in goed draaiende lokale gemeenten. Daarom is het belangrijk dat er in elke streek en elke stad door lokale mensen lokale gemeenten worden gesticht.
Wat is de meest effectieve methode om een dochtergemeente te stichten?
Er is in alle drie de gevallen een groep of kring uit de gemeente ondersteund om tot een zelfstandige gemeente te komen. Het proces van gemeentevorming werd vanuit de moedergemeente aangestuurd en begeleid. De raad van de moedergemeente bleef financieel en geestelijk verantwoordelijk totdat er een eigen statuut was.
Een gemeente stichten doet altijd pijn. Je ‘verliest’ trouwe en begaafde leden en ook een stuk kapitaal, maar het is in alle gevallen heel goed gebleken. Door de gemeentestichting ontstaat er een groeiproces, in de ‘dochter’, maar ook in de ‘moeder’. Lege plekken moeten worden opgevuld en er is een tijd van bezinning. Vergelijk het met een kind dat het huis uit gaat. Een gezond en natuurlijk proces. Het is zelfs onnatuurlijk als het niet gebeurt, maar je moet wel even wennen en er wordt ook wel een traantje gelaten.
Hoe bepaal je waar je een dochtergemeente gaat stichten?
Wij hebben vooral gekeken waar de mensen uit de gemeente vandaan kwamen. Als bleek dat daar een ’witte vlek’ was, een plek zonder evangelisch getuigenis, dan werd er nagedacht over gemeentestichting. In Boskoop bijvoorbeeld was er wel een pinkstergemeente, maar die zat in een andere wijk dan waar wij wilden beginnen en trekt ook weer een ander publiek. In goed overleg met hen hebben we toen besloten een dochtergemeente te stichten. In grote steden zijn overigens zoveel niet-christenen dat je gemakkelijk naast elkaar kunt werken zonder elkaar in de weg te zitten. Daarnaast kunnen er soms specifieke doelgroepen zijn waar nog geen gemeente voor is. Zo heeft de CAMA Nederland samen met CAMA Canada concrete plannen om in juni 2002 in Amsterdam voor de tienduizenden chinees sprekende mensen in deze stad een gemeente te stichten.
De voorbereiding bij het stichten van een dochtergemeente is essentieel voor het slagen van de nieuwe gemeente. Hoe doe je dat?
Terugkijkend op de dochtergemeenten die door ons gesticht zijn herkennen wij de volgende fasen:
a. Het ontwikkelen van visie en deze communiceren naar de raad en de gemeente. Vervolgens mensen uitdagen zich hieraan te committeren.
b. De waarden van de gemeente ontwikkelen. Bij ons zijn dit de vijf welbekende G’s: 1) Genade verkondigen 2) Groei in geloof 3) Groep als groeiplek bij uitstek 4) Gaven ontdekken en ontwikkelen 5) Goed rentmeesterschap over tijd en geld.
c. Het stellen van een concreet doel. Bijvoorbeeld: Binnen 2 jaar een gemeente in Boskoop stichten. Er is dan al een kring of groep gemeenteleden in de betreffende wijk of plaats actief. Vervolgens wordt het doel met de lokale groep en de moedergemeente diverse keren op de ledenvergaderingen besproken.
d. Het vormen van een werkgroep voor de nieuwe gemeente waar de voorganger, de lokale kringleiders en eventuele andere ‘voortrekkers’ in deelnemen. Dit wordt de stuurgroep en voorlopige leiding van de nieuwe gemeente.
e. Als laatste wordt er een plan van aanpak gemaakt. Vragen als: "Waar houden we samenkomsten? Wie doet wat, wanneer en hoe?" worden zo concreet mogelijk beantwoord. In de tussentijd worden de bestaande kringen uitgebouwd en is gebed de motor die alles doet draaien. Regelmatig is er terugkoppeling naar de raad en dan wordt de nieuwe gemeente opgericht.
Hoe zorg je ervoor dat de dochtergemeente zelfstandig wordt?
Onder zelfstandigheid verstaan wij dat de gemeente eigen statuten heeft, een geloofsbelijdenis en huisvesting. Pas als de gemeente in wording hiervoor zorgt, wordt op een zogeheten oprichtingsavond het lidmaatschap van de betrokkenen bij de moedergemeente massaal opgezegd en kan men tegelijkertijd lid van de nieuwe gemeente worden. Daarna wordt er naar een (parttime) voorganger gezocht. In Gouda echter, is de gemeente gesticht met behulp van twee voorgangers, waarvan één bij de oprichting voorganger is geworden. Dit proces van zelfstandig worden duurde, afhankelijk van de gemeente, tussen de 1 en 2 jaar. Daarnaast zijn de zelfstandig geworden dochtergemeenten lid geworden van de CAMA gemeentegroep. Daar is lokale en landelijke ondersteuning, vooral voor de voorgangers, aanwezig.
Hoe kom je aan nieuwe leiders voor de dochtergemeente?
Het trainen en toerusten van leiders moet in de waarden van de gemeente vastliggen. Bij ons heeft elke bediening en leider als doel om nieuwe leiders te creëren en dat begint bij het maken van een plan van aanpak. Dit betekent concreet dat de kringleiders een assistent aanstellen die wordt gecoacht om kringleider te worden. Hetzelfde geldt voor het pastorale team die de pastorale werkgroep toerust. Maar ook de oudsten en de voorganger zijn bezig om andere geestelijk leiders toe te rusten. Op dit moment hebben we als gemeente visie om in een periode van twee tot vier jaar tijd te verdubbelen. Hiervoor zijn veel nieuwe geestelijke leiders nodig, die niet vanzelf komen aanwaaien.
Bereiken de dochtergemeenten andere doelgroepen dan de moedergemeente?
In onze situatie niet echt. De gemeenten die vanuit Zoetermeer werden gesticht liggen alledrie in een andere plaats en daardoor verschilt soms de bevolking wel iets, maar dat is te verwaarlozen. Toen ik de samenstelling van de gemeenten onderzocht, heb ik wel ontdekt dat de gemeenten een goede afspiegeling zijn van de plaatselijke bevolking.
Wat zou je willen zeggen tegen voorgangers die erover denken om een dochtergemeente te stichten?
Ik zou twee dingen willen zeggen: 1) Deel zoveel mogelijk van je plannen met de leiders van de gemeente, oftewel zorg voor maximale communicatie! Wacht desnoods een half jaar, maar wees ervan overtuigd dat iedereen je plan deelt. Het is belangrijk dat de visie opkomt vanuit het grondvlak. 2) Zorg ervoor dat je gemeente naar buiten gericht is. Als een gemeente zich naar buiten richt dan gaat er veel energie naar de ongelovigen en blijft er weinig energie over, om over allerlei onbeduidende zaken met elkaar te bakkeleien.
Volgens Efeze 3:10 is de Gemeente van Christus het middel van God en niet een doel op zich. Natuurlijk moeten we een goed middel zijn, maar we blijven een middel waarmee God tot Zijn doel wil komen, namelijk het bereiken van verloren mensen. Dat is ons enige bestaansrecht als gemeente! Het bereiken van niet-christenen om vervolgens de liefde van God met hen te delen. Bron: Gemeentestichting.nl |