spacer.png, 0 kB
Home arrow Artikelen arrow Algemeen arrow Veelvoorkomende problemen bij gemeentestichting
Veelvoorkomende problemen bij gemeentestichting Afdrukken E-mail
zondag 07 maart 2004
Door: Bram Krol.

Gemeentestichting roept hoop en verwachting op. Het laat iets zien van de kracht van God in een duistere wereld. Er komen ook wat romantische gevoelens bij naar boven. We zien de eenzame pionier voor ons, met zijn creatieve invallen, en het vrije leven, niet gebonden aan de wetjes en gewoonten die menige oudere gemeente doen verstarren. Maar er zijn schaduwzijden. Ik vermoed dat meer dan de helft van alle pogingen tot gemeentestichting faalt. Slechts weinige nieuwe gemeenten groeien uit tot grotere, vitale gemeenten. Vele blijven een ‘struikelend bestaantje’ lijden. Er ligt helemaal niet zo'n stralende toekomst te wachten. Wie een gemeente wil stichten, moet rekenen op veel werk, weinig verdienste en weinig waardering. Eigenlijk is het maar niets voor de gemakkelijk levende Nederlander.

De Assemblies of God in het Verenigd Koninkrijk hadden in het begin van de jaren '90 enorm veel aandacht voor gemeentestichting. Het lukte op veel plaatsen zowaar ook nog (een beetje). Maar meer dan de helft stierf een stille dood, binnen vijf jaar, en de meeste van de tientallen nieuwe gemeenten die overbleven, zijn chronische ‘zwoegertjes’. Martin Robinson, van het Brits en Buitenlands Bijbelgenootschap heeft dat proces gevolgd. Hij stelt dat een niet effectieve vorm van gemeente-zijn op deze manier veelvuldig werd herhaald, steeds met dezelfde onbevredigende resultaten. Herhaling van falend beleid is niet anders dan het blijven falen zonder beleid... Het wordt nooit een succes. Er zijn andere vormen van gemeente-zijn nodig. Maar dat is een hele klus. En de Assemblies of God in Engeland houden het op het gebied van gemeentestichting liever voor gezien…

Maar falen kan worden voorkomen, en er kan iets worden gedaan aan de beoogde kwaliteit van nieuw te stichten gemeenten. Om teleurstelling te voorkomen is het goed te weten wat de meest voorkomende problemen zijn.

1. De gemeentestichter

Het begint met de gemeentestichter zelf. Velen van hen zijn eigenheimers, die niet zo goed kunnen samenwerken. Een gemeentestichter heeft een achterban nodig, liefst zijn (vorige) gemeente. Wanneer zijn plannen voor een nieuwe gemeente voortkomen uit kerkelijke frustratie, is de start al verkeerd. Wie met ruzie of teleurstelling begint, importeert dat als het ware in de gemeente-in-wording. Ook kan het gebeuren dat de gemeentestichter een wat rooskleurig beeld heeft van de taken die voor hem liggen. Het kan zijn dat hij/zij diep in het hart denkt dat de mensen op hem staan te wachten. ("Kom over en help ons!") Maar zo ging het zelfs met Paulus niet. Een pionier moet zelf de belangstelling weten op te roepen. En dan ligt de teleurstelling overal op de loer. Niet ieder weet daarmee om te gaan. Veel gemeentestichters verdwijnen ongemerkt, gedesillusioneerd van het toneel.

2. De oude gemeente

Vaak wordt een gemeente niet gesticht, maar geboren. Er is een moedergemeente, die de kans schoon ziet ergens anders een gemeente te starten. Maar het is nog een heel verschil of je de kansen ziet, of dat je ze ook grijpt. Zodra er een plan wordt opgemaakt om tot de stichting van een nieuwe gemeente over te gaan (met eigen middelen en mensen), barst er een orkaan van tegenstand los. Veel gemeenten zijn conservatief. Mensen willen liever de oude banden aanhouden, dan nieuwe aangaan. Ze zien liever de geredden in het bootje, dan nieuwe drenkelingen. Men ziet op tegen de moeite, het onbekende en de energie die het stichten van een nieuwe gemeente kost. Veel gemeenten worden alleen maar op papier gesticht, en dat papier vind je over vijfentwintig jaar nog in de bureaula, als een document van geestelijk onvermogen. Ik heb bij heel wat van deze theoretische gemeentestichtingen geadviseerd.

3. De wereld

Een derde punt van tegenwind is de maatschappij. Er is maar zelden openheid voor een nieuwe gemeente, althans in Europa. Eerder is er tegenwerking of wantrouwen. Mensen willen niet geconfronteerd worden met het Evangelie, dat het geweten niet met rust laat. Dat valt slecht in een tijd waarin ieder het 'zelf maar moet uitzoeken'. Maar tegenkanting en innerlijk verzet, of - nog erger - een totaal gebrek aan enige belangstelling, maakt het werk niet eenvoudig. Soms is een nieuwe gemeente echt een vreemde eend in de bijt. Als de omgeving erg Rooms of erg reformatorisch is, wordt ertegen gewaarschuwd. Zelfs degenen die kerkelijk niet meeleven, zijn 'tegen'. Wat de nieuwe groep ook organiseert, ze trekt er maar zeer weinigen mee. Vooral in steden wil het wel eens erg moeilijk zijn een geschikte ruimte te vinden. Maar nieuwbouw is een waagstuk. Nieuwe gemeenten kunnen nog flink groeien, of bijna vanaf het begin stagneren. Heb je over een jaar een zaal met 250 zitplaatsen nodig, of is een grote zitkamer nog voldoende? Een gemeente in wording riskeert té grote financiële verplichtingen aan te gaan - of om een gebouwtje neer te zetten, dat binnen de kortste keren te klein is, en verdere groei doet stagneren. Zulke praktische problemen kunnen nogal ontmoedigend overkomen.

4. Het team

De gemeentestichter kan het werk niet alleen af. Veel hangt af van de kwaliteit van het team. Maar waar vind je de geschikte mensen voor deze taak? En lukt het om een eenheid in het team te smeden? Niet ieder slaagt erin goed mee te werken. Sommige teamleiders hebben wat moeite met het delegeren van taken, of ze vervallen tot een autoritaire houding. Sommige medewerkers zijn niet goed geselecteerd, en veroorzaken moeilijkheden. Dat komt nogal eens voor. Veel gemeenten zijn gemakzuchtig of goedgelovig. Ze stellen al te gemakkelijk mensen aan. Maar dat is vragen om moeilijkheden. Stel alleen die mensen aan voor een taak, die betrouwbaar en bekwaam zijn, en dat in de praktijk al hebben laten blijken!

5. De nieuwe gemeente

En dan is de nieuwe gemeente er! Als de eerste vreugdevuren gedoofd zijn, komt de realiteit om de hoek kijken. Het is heel goed mogelijk dat er al vanaf het begin onverwachte problemen zijn meegekomen. Mensen die het meest geneigd zijn zich bij een nieuwe gemeente te voegen zijn bijvoorbeeld: geestelijke zwervers, mensen met een mateloze behoefte aan aandacht en ‘zwak sociale’ mensen.

De eerste groep (geestelijke zwervers) moet je eigenlijk zoveel mogelijk uitfilteren, en hen terugsturen naar hun gemeente van herkomst. Anders gaan zich dezelfde spanningen herhalen. De meeste problemen liggen bij de 'geestelijke zwervers' zelf, niet bij hun gemeenten. Al komen ze binnen met veel lovende woorden over de nieuwe gemeente, die op dat moment in hun ogen veel beter is dan hun vroegere gemeente, over enige tijd spreken ze niet meer zo lovend... De tweede groep (aandachttrekkers) moet je vanaf het begin correct maar consequent tegemoet treden. De gemeente brengt Christus, geen psychotherapie, geen 24-uurs-gezelschap. Mensen mogen zich bij de gemeente aansluiten, maar er niet mee trouwen... De derde groep die onrust kan brengen, zijn de ‘sociaal zwakkeren’. Ze hebben aandacht nodig. De gemeente kan die geven. Maar in deze groep zijn weinig potentiële leiders, en veel blijvend afhankelijke mensen. Dat is geen erg aantrekkelijke start voor een nieuwe gemeente.

Dan is er het punt van de grootte van de nieuwe gemeente. In het begin is ze te klein om allerlei diensten te verlenen: kindercrèche, zondagschool, jeugdclub, bejaardensoos... Dat weerhoudt sommigen ervan zich aan te sluiten, ook al zouden ze dat wel willen. Sommige gemeentestichters functioneren het beste in kleine verbanden. Ze zullen de gemeente nooit van 25 mensen naar boven de 100 kunnen leiden. Maar een gemeente die té klein is, mist aantrekkingskracht. Té klein is een probleem, net als té groot!

Een gebrekkige structuur is ook een bottleneck. Een kleine gemeente heeft een simpele structuur. Als ze groeit, moet de structuur worden aangepast. Niet ieder slaagt daarin. Gemeentestichters zijn meestal erg mensgericht. Ze voelen zich op hun plaats in intermenselijke contacten. Maar als ze er niet in slagen een goede structuur aan te brengen, kan dat verdere groei hinderen, zelfs verhinderen. Want slecht geregelde zaken en taken zijn een bron van ergernis. Structuur is voor de gemeente wat cement is voor een gebouw!

Tenslotte: het gebrek aan een gemeenschappelijke geloofsbasis. Als er niet vanaf het begin harde afspraken over de beginselen van de gemeente worden gemaakt, kan dat wel eens haar vroegtijdige einde worden! Deze zaken kunnen de gemeentestichter, de moedergemeente of het pioniersteam ontmoedigen. Een eerlijk geloof en een vastberaden houding zijn echter voorwaarden om tot resultaten te komen. En durf vroegtijdig kritisch te zijn en bij te sturen!

Bron: Gemeentestichting.nl

 

Developed by: Innovation WEB

 
spacer.png, 0 kB