spacer.png, 0 kB
Home arrow Artikelen arrow Algemeen arrow Symbiose tussen oude en nieuwe gemeentevormen
Symbiose tussen oude en nieuwe gemeentevormen Afdrukken E-mail
zaterdag 28 februari 2004

Door: Jan Radder

Er zit een les in de geringe aantallen gemeentestichtingen. Ondanks dat het stichten van gemeenten stroperig gaat, blijft het toch een belangrijk onderdeel van de missionaire opdracht. Het evangelie moet worden doorgegeven aan elke cultuur, in elke tijd.

Vaak blijkt dat het klonen van traditionele gemeentemodellen een doodlopende weg is. Maar welke gemeentevormen moeten dan wel op de agenda? Het heeft weinig zin dezelfde typen gemeenten te repliceren, die geen feeling hebben met de huidige samenleving. En laten we alsjeblieft niet meer praten over aantallen die moeten worden gehaald. Doelen stellen werkt nogal eens verlammend. Dat lijkt voorlopig alleen weggelegd voor gemeenten in andere werelddelen!

Onze tijd schreeuwt om een christelijk getuigenis. De postmoderne mens heeft een bijna onlesbare dorst naar spirituele ervaringen. Maar hij heeft (nog) geen behoefte aan de kerk, althans in de vorm die de christenheid tot nu toe aanbiedt. Maar welk type gemeente moet het dan worden?! Dat is een vraag die niet te lang onbeantwoord mag blijven!

Het antwoord is maar ten dele. Het tijdperk van de ‘klassieke’ vormen van gemeentezijn is nog lang niet voorbij! Het stichten van gemeenten die aansluiten bij het huidige levensgevoel is niet het enige antwoord. Dr. Stuart Murray, docent voor gemeentestichting en evangelisatie aan het Spurgeon’s College in Londen, pleit voor een ‘symbiotische relatie’ tussen traditionele en nieuwe vormen. ‘Het oude heeft de inspiratie nodig, de uitdaging en de spirit van het nieuwe. Het nieuwe kan niet zonder de geaccumuleerde wijsheid, stabiliteit en onderscheiding van het oude. Nieuwe vormen van gemeente-zijn en de missie van de kerk zullen het meeste effect hebben als ze niet worden losgemaakt van bestaande kerken en instituten.

De link tussen nieuw en oud mag niet als doekje voor het bloeden dienen, om rekenschap af te kunnen leggen. Het is ook een kritische evaluatie en een zoeken naar nieuwe creatieve vormen, waar ieder baat bij heeft. Om de volgende redenen noemt Murray nieuwe vormen van gemeentestichting van vitaal belang:

  • Omdat de kerk als geheel zich in een neergaande lijn bevindt en met grote problemen worstelt.

  • De postmoderniteit houdt uitdagingen in voor zending en evangelisatie als nooit tevoren.

  • De huidige culturele veranderingen zijn zo belangrijk en gaan zo snel dat alleen nieuwe gemeenten flexibel genoeg zijn om de juiste antwoorden te geven.

  • De noodzakelijke radicale veranderingen zijn voor de meeste gemeenten te bedreigend als ze niet eerst elders zijn uitgeprobeerd.

  • Onze cultuur is pluraal en daarom zijn er verschillende soorten gemeenten nodig.

  • Bestaande denominaties, hoe missionair ook, kunnen dit niet bereiken zonder het katalyserende effect van gemeentestichting.

  • Gemeentestichters met de capaciteiten en de verbeeldingskracht voor nieuwe gemeentevormen zullen verstikt en gefrustreerd raken als ze hun werk moeten doen binnen bestaande denominaties.

Plaats voor experiment

Murray roept op te leren van de ecclesialogische vernieuwingen van de negentiger jaren. Met name de opkomst van de gemeenten voor zoekenden (Willow Creek ), jeugd- cel- en huisgemeenten, gemeenten voor alternatieve diensten, de zogenoemde stadskerk, gebedshuizen enzovoort. Deze modellen verlegden grenzen, gaven de kerk aansluiting bij de huidige cultuur en herstelden en passant ook bijbelse aspecten die onder het stof waren geraakt. De pioniers van deze nieuwe gemeentevormen staken hun nek uit en namen risico’s. Ze ontdekten zaken waar traditionele gemeenten weer moed uit konden putten. Vernieuwing in de bestaande gemeenten was het gevolg. Maar deze experimenten zijn nog maar een begin. Ze zijn pas geslaagd wanneer de nieuwe vormen een plaats krijgen in de brede bedding van de hele kerk.

Stond het slot van de vorige eeuw in het teken van evangelisatie, nu krijgen de experimenteerders ruim baan. Als gemeentestichting weer een rol van betekenis gaat spelen, zullen experimenten een kans moeten krijgen. De cultuur in veel gemeenten zal dan wel wat ruimhartiger moeten worden tegenover mensen die het avontuur aandurven. En het is geen ijzeren wet dat elke nieuwe gemeente een schot in de roos moet zijn!

Murray waarschuwt voor het grijpen naar ’makkelijke’ oplossingen die succes garanderen. ‘Instant-gemeentestichting’ bestaat niet. Zelfs de meest fervente propagandist van boeken-die-je-moet-hebben-gelezen zal moeten toegeven dat de daarin beschreven modellen niet overal werken! Ze slaan hooguit aan in een bepaald segment en een zekere context van onze plurale samenleving.

Gemeentestichters moeten beseffen dat we leven in een tijd waarin de kerk niet meer centraal staat. De tijden zijn veranderd. Dat heeft als voordeel dat de kerk ook is ‘verlost’ van een verwachtingspatroon. Murray: ’We moeten leren wat het betekent een kerk in de marge te zijn, verwijderd uit het centrum en als een beweging te opereren in plaats van als een instituut. De kerk moet weer onconventioneel durven worden en onvoorspelbaar.’

Gemeentestichters staan niet met lege handen. Er is veel ervaring opgedaan. Ervaren rotten dragen kennis over. Er worden weer gemeentestichters opgeleid. Een nieuwe, jonge lichting loopt zich warm! Schrijven zij een nieuw hoofdstuk van de kerkgeschiedenis?

Bron: Bulletin voor Gemeentegroei.

(Het Bulletin voor Gemeentegroei verschijnt 4x per jaar. Een abonnement kost 8,17 euro in Nederland en 9,- euro in België. Opgave: tel. 0343-415741 of 0183-627789. Per e-mail: Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken )

 

Developed by: Innovation WEB

 
spacer.png, 0 kB