|
Een krachtig en voortdurend planten van nieuwe gemeenten is dè meest cruciale strategie voor (1) de numerieke groei van het Lichaam van Christus in elke stad en (2) de voortdurende vernieuwing en herleving van bestaande kerken in een stad. Niets anders -geen kruistochten, evangelisatieprogramma’s, parakerkelijke bedieningen, groeiende megakerken, gemeenteadvies, of kerkvernieuwingsprocessen- zullen de samenhangende invloed hebben van het dynamische en uitgebreide planten van kerken.
Inleiding
Bovenstaande bewering zorgt regelmatig voor opgetrokken wenkbrauwen. Hij is zelfs niet controversieel, omdat de meeste burgers en zelfs de meeste christenen geen noodzaak zien voor veel nieuwe kerken. De normale respons op discussie omtrent kerkplanting, is iets als dit:
A. "Wij hebben al veel kerken, die meer dan genoeg ruimte hebben voor alle nieuwe mensen in dit gebied. Laten we die eerst maar eens zien te vullen, voordat we beginnen met het bouwen van nieuwe kerken".
B. "Elke kerk in deze gemeenschap was ooit voller dan nu het geval is. Het kerkgaande publiek ‘krimpt in’. Een nieuwe kerk zal alleen maar mensen wegzuigen van kerken die het al moeilijk genoeg hebben en zo iedereen verzwakken".
C. "Help eerst de kerken die worstelen. Een nieuwe kerk helpt niet die kerken die we al hebben en die maar net hun mond boven water kunnen houden. We hebben betere kerken nodig, niet meer kerken".
D. "Dit gebied groeit niet qua bevolking. Het stagneert en delen van het land verliezen zelfs inwoners. Er is hier geen behoefte aan nieuwe kerken. In plaats daarvan, moet een aantal bestaande kerken worden gesloten".
Deze beweringen lijken ‘common sense’ te zijn voor veel mensen, maar zij berusten op een aantal verkeerde aannames. De fout in deze manier van denken zal duidelijk worden als we vragen: "Waarom is kerkplanting van zo’n cruciaal belang?". Vanwege…
Een bijbels mandaat
1. De kern van Jezus’ zendingsbevel was het planten van kerken. Vrijwel alle grote evangelistische opdrachten van het NT zijn in hun kern opdrachten op kerken te planten, niet alleen maar het delen van het geloof. De Grote Opdracht (Mt. 28:18-20) is niet alleen een oproep om ‘discipelen te maken’, maar om te ‘dopen’. In Handelingen en overal, is het duidelijk dat dopen inlijving betekent in een aanbiddende gemeenschap, inclusief het afleggen van rekenschap en regels (vgl. Hd. 2:41-47). De enige manier om er zeker van te zijn dat je echt het aantal christenen in een stad vermeerdert, is door het aantal kerken te vermeerderen. Waarom? Veel traditionele evangelisatie streeft naar een ‘beslissing voor Christus’. Ervaring leert echter dat veel van deze ‘beslissingen’ verdwijnen en nimmer uitmonden in veranderde levens. Waarom? Vele, vele beslissingen zijn niet werkelijk bekeringen, maar vaak alleen het begin van een reis van het zoeken naar God. (Andere beslissingen zijn overduidelijk wel het moment van een ‘nieuwe geboorte’, maar dat verschilt van persoon tot persoon). Alleen een persoon die be-evangeliseerd wordt in de context van een doorgaande aanbiddende en ‘herderende’ gemeenschap kan zeker zijn van een uiteindelijke thuiskomst in het levende en reddende geloof. Dit is waarom een leidende missioloog als C. Peter Wagner kan zeggen: "Het planten van nieuwe kerken is de meest effectieve evangeliserende methodologie op aarde".
2. Paulus’ hele strategie was erop ingesteld om kerken te planten. De grootste zendeling in de geschiedenis, Paulus, had een tamelijk eenvoudige, dubbele strategie. In de eerste plaats ging hij naar de grootste stad van een regio (vgl. Hd. 16:9, 12) en in de tweede plaats, plantte hij kerken in iedere stad (vgl. Tit. 1:5 – "ouderlingen aanstellen in elke stad"). Als Paulus dat eenmaal had gedaan, kon hij zeggen dat hij "het Evangelie geheel gepredikt had" in een streek en dat hij daar "geen werk" meer had (vgl. Rm. 15:19, 23). Dit betekent dat Paulus twee beheersende veronderstellingen koesterde: (a) dat de manier om een land het meest permanent te beïnvloeden was via zijn voornaamste steden en (b) dat de manier om een stad het meest permanent te beïnvloeden was via het planten van kerken in haar. Als hij dat eenmaal had bereikt in een stad, ging hij verder. Hij wist dat de rest dat moest gebeuren, zou volgen.
Praktische wijsheid
1. Nieuwe kerken bereiken het best (a) nieuwe generaties (b) nieuwe inwoners (c) nieuwe mensen. In de eerste plaats (a) zijn jong-volwassenen altijd naar verhouding veel meer te vinden in nieuwere gemeenten. Langgevestigde gemeenten ontwikkelen tradities (zoals het tijdstip van de eredienst, de duur ervan, de mate van emotionaliteit, preekonderwerpen, leiderschapsstijl, emotionele atmosfeer en duizenden andere kleine gewoonten en gebruiken), die de gevoeligheden weerspiegelen van de leiders uit de oudere generaties, die de invloed en het geld hebben om het kerkelijk leven te beheersen. Dit bereikt jongere generaties niet. Ten tweede, (b) worden nieuwe inwoners vrijwel altijd beter bereikt door nieuwe gemeenten. In oudere gemeenten, kan het wel 10 jaar duren voordat je een leider kunt worden of invloed krijgt, maar in een nieuwe kerk bestaat de tendens dat nieuwe instromers gelijke macht hebben als degenen die al langere tijd in de regio wonen. Tenslotte, (c) nieuwe socio-culturele groepen in een gemeenschap worden altijd beter bereikt door nieuwe gemeenten. Bijvoorbeeld, als nieuwe witteboordenforensen gaan wonen in een gebied waar de oudere inwoners boeren waren, is het waarschijnlijk dat een nieuwe kerk meer ontvangend zal zijn ingesteld ten aanzien van de grote hoeveelheden nieuwe behoeften van de nieuwe inwoners, terwijl de oudere kerken zullen doorgaan met georiënteerd te zijn op de oorspronkelijke sociale groep. En nieuwe raciale groepen in een gemeenschap worden het best bereikt door een nieuwe kerk die bewust multi-etnisch is vanaf het begin. Bijvoorbeeld: als een blanke buurt voor 33% allochtoon wordt, zal een nieuwe, opzettelijk bi-raciale kerk veel eerder ‘culturele ruimte’ creëren voor nieuwkomers, dan een oudere kerk in de stad. Tenslotte zullen fonkelnieuwe immigrantengroepen vrijwel altijd alleen bereikt kunnen worden door kerken die hen in hun eigen taal bedienen. Als we wachten totdat een nieuwe groep genoeg is geassimileerd in de Amerikaanse cultuur om naar onze kerk te komen, zullen we jaren moeten wachten zonder hen te bereiken.
[Noot: vaak kan een nieuwe gemeente voor een nieuwe groep mensen worden geplant binnen een algehele structuur van een bestaande kerk. Het kan een nieuwe zondagse dienst zijn op een ander tijdstip, of een nieuw netwerk of huiskerken die zijn verbonden met een grotere, reeds bestaande gemeente. Niettemin, hoewel het technisch gesproken geen nieuwe onafhankelijke gemeente hoeft te zijn, dient het in de praktijk dezelfde functie].
Samengevat, bekrachtigen nieuwe gemeenten nieuwe mensen en nieuwe volken veel sneller en toegespitster dan oudere kerken dat kunnen. Zodoende hebben zij hen altijd veel gemakkelijker bereikt en zullen zij dat ook blijven doen dan lang-gevestigde instellingen. Dit betekent natuurlijk dat kerkplanting niet alleen geschikt is voor ‘frontregio’s’ of ‘heidense’ landen, waarvan we willen dat ze christelijk worden. Christelijke landen zullen een krachtig en uitgebreid beleid moeten voeren t.a.v. kerkplanting, eenvoudig om christelijk te blijven!
2. Nieuwe kerken bereiken het best de onkerkelijken. Punt. Tal van denominationele studies hebben bevestigd dat de gemiddelde nieuwe kerk de meeste van zijn nieuwe leden (60-80%) wint uit de rijen van mensen die niet naar een kerk gingen, terwijl kerken die reeds 10-15 jaar bestonden 80-90% van hun leden winnen door overgang uit andere kerken. Dit betekent dat de gemiddelde nieuwe gemeente 6-8 keer het aantal nieuwe mensen binnen zal brengen in het Lichaam van Christus, dan een oudere gemeente van dezelfde grootte.
Dus, hoewel gevestigde gemeenten veel dingen kunnen bieden die nieuwere kerken niet kunnen bieden, zullen oudere kerken in het algemeen nooit in staat zijn om dezelfde mate van effectiviteit te halen als nieuwere in het bereiken van mensen voor het Koninkrijk. Waarom is dat zo? Wanneer een gemeente ouder wordt, leidt een krachtige interne institutionele druk ertoe dat zij het grootste deel van haar middelen en energie aanwendt voor de noden van haar leden en degenen die haar steunen en minder voor degenen die buiten haar muren zijn. Dit is natuurlijk en voor een groot deel gewenst. Oudere gemeenten hebben daarom een stabiliteit en vastheid waarop veel mensen steunen en die zij nodig hebben. Dit betekent niet dat gevestigde kerken geen nieuwe mensen kunnen winnen. In feite zullen veel niet-christenen alleen bereikt worden door kerken met diepe wortels in de gemeenschap en met een sfeer van stabiliteit en respectabiliteit.
Echter, nieuwe kerken worden in het algemeen gedwongen om zich te richten op de noden van niet-leden, eenvoudigweg om een begin te maken. Zoveel van haar leiders zijn pas recentelijk gekomen uit de rijen van de onkerkelijken, dat de gemeente veel gevoeliger staat t.o.v. de zorgen van de niet-gelovige. Ook hebben wij in de eerste twee jaar van ons christenleven veel nabijere, van-aangezicht-tot-aangezicht relaties met niet-christenen dan wij dat later nog hebben. Zodoende zal een gemeente die gevuld is met mensen die fris uit de rijen van de onkerkelijken afkomstig zijn, de kracht hebben om veel meer niet-gelovigen uit te nodigen en aan te trekken in het dagelijks leven van de kerk, dan de leden van een typische gevestigde kerk.
Wat betekent dit in de praktijk? Als wij onze stad willen bereiken, moeten we dan proberen oudere gemeenten te vernieuwen om ze meer evangeliserend te maken of zouden we veel nieuwe kerken moeten planten? Maar die vraag is natuurlijk een valse of-oftegenstelling. We moeten allebei doen! Niettemin, alles wat we hebben gezegd, toont aan dat, ondanks het feit dat er af en toe uitzonderingen zijn, de enige manier op grote schaal om veel nieuwe christenen permanent binnen te brengen in het Lichaam van Christus, het planten van nieuwe kerken is.
Een schets: stel je voor dat stad A en stad B en stad C dezelfde grootte hebben en dat zij elk 100 kerken hebben van elk 100 mensen. Maar in stad A zijn de kerken ouder dan 15 jaar en dat betekent dat het algehele aantal van actieve christelijke kerkgangers in die stad zal krimpen, zelfs als vier of vijf kerken bijzonder populair worden en verdubbelen qua kerkbezoek. In stad B zijn 5 van de kerken minder dan 15 jaar oud en zij winnen, samen met enkele oudere gemeenten, nieuwe mensen voor Christus, maar dit vangt alleen de normale teruggang op van de oudere kerken. Zodoende zal het totale aantal actieve kerkgaande christenen in deze stad gelijk blijven. Tenslotte, in stad C zijn 30 kerken minder dan 15 jaar oud. In deze stad is het totale aantal actieve christelijke kerkgangers op weg om met 50% te groeien in een generatie.
3. Nieuwe kerken zijn één van de beste manieren om creatieve, sterke leiders te vinden. In oudere gemeenten benadrukken de leiders traditie, onderhoud, routine en familiebanden. Nieuwe gemeenten, aan de andere kant, trekken een hoger percentage aan van avontuurlijke mensen, die waarde hechten aan creativiteit, risico, vernieuwing en oriëntatie op de toekomst. Veel van deze manen en vrouwen zouden nooit worden aangetrokken door of gevraagd voor enige betekenisvolle bediening, wanneer het niet in een van deze nieuwe kerken is. Vaak zetten oude kerken veel mensen met sterke leiderschapskwaliteiten buitenspel, omdat zij niet kunnen werken in een meer traditionele setting. Nieuwe kerken trekken zodoende veel mensen in de stad en rusten hen toe, wier gaven anders niet zouden worden gebruikt in het Lichaam. Deze nieuwe leiders zijn nuttig voor het de hele stad en uiteindelijk voor heel het Lichaam.
Lessen uit de geschiedenis
Als dit alles waar is, zou er heel wat bewijsmateriaal moeten zijn voor deze principes in de kerkgeschiedenis. Dat is er ook. In 1820 was er één christelijke kerk op elke 875 inwoners van de USA. Maar van 1860-1906 plantten protestantse kerken in de USA één nieuwe kerk, bij elke toename van de bevolking met 350 mensen. Daarmee werd de verhouding bij het begin van de Eerste Wereldoorlog 1 kerk op elke 430 mensen. In 1906 was meer dan een derde van alle gemeenten in het land minder dan 25 jaar oud.4 Als resultaat steeg het percentage van de bevolking dat betrokken was bij het kerkelijk leven gestaag. Bijvoorbeeld in 1776, was 17% van de bevolking van de USA ‘aanhangers van de christelijke religie’, maar dat aantal steeg tot 53% in 1916.5
Echter, na de Eerste Wereldoorlog en vooral onder de grote protestantse kerken, zakte de kerkplanting in, om verschillende redenen. Een van de voornaamste reden was de kwestie van 'territorium’. Toen het continent eenmaal was bedekt met steden en dorpen en kerken en kerkgebouwen in elk daarvan, ontstond er een sterk verzet van oudere kerken tegen elke nieuwe kerk die werd geplant ‘in onze buurt’. Zoals we hierboven hebben gezien, zijn nieuwe kerken gewoonlijk erg effectief in het bereiken van nieuwe mensen en in groei, gedurende hun eerste paar decennia. Maar de overgrote meerderheid van de gemeenten in de USA bereiken hun hoogtepunt in grootte gedurende de eerste twee of drie decennia van hun bestaan en blijven dan ongeveer op die hoogte of krimpen geleidelijk. Dit komt door de hierboven genoemde factoren. Zij kunnen zich niet even goed aanpassen aan nieuwe mensen of mensengroepen als nieuwe kerken dat kunnen. Oudere kerken zijn echter bang geworden voor de concurrentie van nieuwe kerken. Grote kerkgenootschappen, met hun gecentraliseerde regeringen, waren de meest effectieve in het verhinderen van nieuwe kerkontwikkeling in hun steden. Als resultaat zijn deze kerken echter sterk geslonken gedurende de laatste 20-30 jaar.
Wat zijn de lessen van de geschiedenis? Kerkbezoek en –aanhang in het geheel van de VS is in verval en aan het krimpen. Dit kan niet worden omgekeerd op een andere manier dan op de manier waarop zij aanvankelijk zo opmerkelijk stegen. Wij moeten nieuwe kerken planten, in die mate dat het aantal kerken per 1000 inwoners weer begint te stijgen, in plaats van te zakken, zoals het heeft gedaan sinds de Eerste Wereldoorlog.
Kerkvernieuwing
Vreemd genoeg is het vaak duidelijk dat het starten van nieuwe kerken een van de beste manieren is om veel oudere kerken in de buurt te revitaliseren. Waarom?
1. In de eerste plaats brengen nieuwe kerken nieuwe ideeën in in het hele Lichaam. Er is veel weerstand tegen het idee dat we nieuwe kerken zouden moeten planten om de constante stroom van ‘nieuwe’ groepen en generaties en inwoners te bereiken. Veel gemeenten staan erop dat alle beschikbare middelen moeten worden aangewend om bestaande kerken te helpen hen te bereiken. Er is echter geen betere manier om oudere gemeenten te onderwijzen ten aanzien van nieuwe vaardigheden en methoden om nieuwe mensengroepen te bereiken, dan door nieuwe kerken te planten. Het zijn de nieuwe kerken die de vrijheid zullen hebben om vernieuwend te zijn en zij worden zo het ‘Onderzoeks- en Ontwikkelingscentrum’ voor het hele Lichaam in de stad. Vaak waren de oudere gemeenten te timide om een bepaalde benadering uit te proberen of zij waren er absoluut zeker van ‘dat dat hier niet werkt’. Maar wanneer de nieuwe kerk in de stad geweldig succes heeft met de een of andere nieuwe methode, zullen de andere kerken er uiteindelijk notitie van nemen en de moed krijgen om het zelf te proberen.
2. In de tweede plaats dagen nieuwe kerken andere kerken uit tot zelfonderzoek. Het ‘succes’ van nieuwe kerken daagt vaak oudere gemeenten in het algemeen uit om zichzelf te evalueren op een diepgaande manier. Soms is het alleen in contrast met een nieuwe kerk, dat oudere kerken uiteindelijk hun eigen visie kunnen formuleren, hun specialiteiten en hun identiteit. Vaak geeft de groei van een nieuwe gemeente de oudere kerken hoop dat ‘het hier ook gebeuren kan’ en misschien brengt het zelfs nederigheid en berouw teweeg voor een wantrouwende en pessimistische houding. Soms kunnen nieuwe kerken samenwerken met oudere kerken om dingen uit te voeren die zij geen van beiden afzonderlijk kunnen doen.
3. In de derde plaats kan de nieuwe kerk een ‘evangelisatiebron’ zijn voor een hele gemeenschap. De nieuwe kerk brengt vaak veel nieuwe bekeerlingen voort, die uiteindelijk om verschillende redenen terecht komen in oudere kerken. Soms is de nieuwe kerk bijzonder opwindend en naar buiten gericht, maar tegelijk erg onevenwichtig en onrijp in haar leiderschap. Zodoende kunnen sommige bekeerlingen de tumultueuze veranderingen die regelmatig door de hele kerk waaien, niet verdragen en zij gaan over naar een bestaande kerk. Soms bereikt een nieuwe kerk iemand voor Christus, maar de nieuwe bekeerling ontdekt spoedig dat hij of zij niet ‘past’ in de sociaal-economische samenstelling van de nieuwe gemeente en hij verhuist naar een gevestigde gemeente, waar de gebruiken en gewoonten meer vertrouwd aanvoelen. Gewoonlijk brengen de nieuwe kerken in een stad niet alleen voor zichzelf nieuwe mensen voort, maar ook voor de oudere gemeenten.
Samengevat: het krachtige planten van kerken is een van de beste manieren om bestaande kerken in een stad te vernieuwen, evenals de beste manier om het hele Lichaam van Christus in een stad te laten groeien.
Koninkrijksgezindheid
Alles bij elkaar helpt kerkplanting een bestaande kerk het best, wanneer de nieuwe gemeente vrijwillig wordt ‘gebaard’ door een oudere ‘moeder’-gemeente. Vaak ‘slaan’ de opwinding en de nieuwe leiders en de nieuwe bedieningen en de nieuwe leden en de hogere inkomsten ‘terug’ op de moederkerk en versterken en vernieuwen haar. Hoewel het enigszins pijn doet om goede vrienden en enkele leiders te zien gaan om een nieuwe kerk te vormen, ervaart de moederkerk doorgaans een verhoogde zelfwaardering en een instroom van nieuwe enthousiaste leiders en leden.
Echter, een nieuwe kerk in de gemeenschap confronteert gewoonlijk andere kerken met een zeer belangrijke zaak: de kwestie van ‘koninkrijksgezindheid’. Nieuwe kerken, zoals we hebben gezien, trekken de meeste van hun nieuwe leden (tot 80%) uit de rijen van de onkerkelijken, maar zij zullen altijd enkele mensen aantrekken uit bestaande kerken. Dit is onvermijdelijk. Ten aanzien van dit verschijnsel, krijgen de bestaande kerken in zekere zin een vraag voorgeschoteld: "Gaan wij ons verheugen in de 80% - de nieuwe mensen die het Koninkrijk erbij heeft gekregen door deze nieuwe kerk, of gaan wij ons beklagen en treuren om de drie gezinnen die wij aan haar hebben verloren?" Met andere woorden, onze houding t.a.v. nieuwe kerkontwikkeling is een test of onze instelling is afgestemd op ons eigen institutionele territorium of op de totale gezondheid en het welvaren van het Koninkrijk van God in de stad.
Elke kerk die meer bezorgd is om haar kleine verliezen dan om de grote winst voor het Koninkrijk, verraadt daarmee haar beperkte belangstelling. Toch kan de winst van het planten van nieuwe kerken voor oudere gemeente erg groot zijn, zelfs als dat misschien niet meteen duidelijk is.
Samenvatting
Als wij kort de tegenwerpingen tegen kerkplanting in de inleiding doornemen, kunnen we nu de verkeerde premissen zien onder deze stellingen. Stelling A veronderstelt dat oudere gemeenten nieuwkomers even goed kunnen bereiken als nieuwe gemeenten. Maar om nieuwe generaties en groepen mensen te bereiken, zullen er zowel vernieuwde oudere kerken nodig zijn als vele nieuwe kerken. Stelling B veronderstelt dat nieuwe gemeenten alleen mensen bereiken die nu ook al naar een kerk gaan. Maar nieuwe kerken zijn veel beter in staat om onkerkelijken te bereiken en zodoende zijn zij de enige manier om het totale aantal kerkgangers te verhogen. Stelling C veronderstelt dat het planten van nieuwe kerken alleen oudere kerken zal ontmoedigen. Daar kan iets inzitten, maar nieuwe kerken zijn om tal van redenen een van de beste manieren om oudere kerken te vernieuwen en te bezielen. Stelling D veronderstelt dat nieuwe kerken alleen werken waar de bevolking toeneemt. In werkelijkheid bereiken zij mensen waar de bevolking verandert. Als nieuwe mensen binnenkomen om voormalige bewoners te vervangen, of als nieuwe groepen mensen binnenkomen – zelfs wanneer het netto aantal inwoners gelijk blijft – zijn nieuwe kerken nodig.
Het planten van nieuwe kerken is de enige manier waarop we er zeker van kunnen zijn dat het aantal gelovigen in een stad toeneemt en het is een van de beste manieren om het hele Lichaam van Christus te vernieuwen. Het bewijsmateriaal voor deze stelling is sterk: bijbels, sociologisch, de geschiedenis. Uiteindelijk kan een gebrek aan koninkrijksgezindheid ons blind maken voor al dit bewijsmateriaal. Daarvoor moeten we oppassen.
Door: Tim Keller, bron: CGK |