spacer.png, 0 kB
Home arrow Artikelen arrow Gemeentegroei arrow Beweging in de stad of de stad in beweging?
Beweging in de stad of de stad in beweging? PDF Afdrukken E-mail
dinsdag 10 februari 2004
Vijf barrières die we tegenkomen in onze visie om de stad voor Christus te bereiken.

In de laatste jaren zijn er veel boeken en artikelen verschenen rondom het thema ‘het bereiken van de stad voor Christus’. Met name de video ‘Transformations’ heeft deze visie ook in ons land verder positief doen ontwikkelen. Vanuit mijn ervaring als fulltime christelijk werker in de stad Den Haag wil ik in dit artikel vijf barrières delen, die we tegen zullen komen in het bereiken van onze visie: het innemen van de stad voor Christus.

Een stad in beweging of enkel beweging in de stad?

In de afgelopen negen jaar dat ik in de stad Den Haag als christelijk werker heb mogen werken, heb ik vanuit mijn werk veel bewogen en in beweging mogen brengen in de stad. Ik heb veel christenen in de stad zien bewegen, maar één ding heb ik in die jaren niet gezien… De stad Den Haag heeft zelf niet bewogen!

Het huis waar ik momenteel in woon, bestaat uit miljarden atomen die voortdurend bewegen, maar het huis zelf beweegt, zoals bij de eerste gemeente in Handelingen niet. Als ik het IJsselmeer vul met melk en ik ga de rest van mijn leven met een grote roeispaan roeren en bewegen, wordt de melk in het IJsselmeer geen boter. Het IJsselmeer is te groot. Mijn vele bewegen heeft geen impact op het IJsselmeer. In dezelfde manier praten we als christenen veel over beweging in de stad, over onze stad voor Christus innemen. Maar om eerlijk te zijn, ken ik geen stad in Europa of in een ander Westers land, die voor Christus is ingenomen. Als we goed kijken, is onze impact als christenen op een stad eerder minimaal in plaats van maximaal.

"Ja, maar dat gaan we veranderen. We gaan alle kerken en voorgangers bijeen brengen. We maken een eenheidsverbond. We doen gezamenlijke geestelijke oorlogsvoering en nemen de stad in", wordt er vaak gezegd.

In de afgelopen negen jaar heb ik in teamverband met andere christenen van alles gedaan op interkerkelijk gebied in Den Haag. Je kan het niet zo gek bedenken of wij waren erbij.

Als ik terug kijk op deze jaren, zie ik een hoop beweging, maar weinig impact. Ik kan nu zien dat de grootste impact op mijzelf en mijn medechristenen is geweest. Wij zijn hierdoor gaan groeien in ons geloofsleven en in onze gaven en talenten. Maar de stad Den Haag heeft helaas niet bewogen. De vraag die hierbij opborrelt, is: waarom niet? Waarom was er in die jaren geen impact?

De titel van dit artikel stelt de vraag: gaan we als christenen bewegen in de stad of kunnen de stad in beweging brengen?

Beweging op zich is niet zo heel interessant. Ga maar naar de dierentuin en kijk naar een tijger in een kooi. Als hij er zin in heeft, is er genoeg beweging: heen en weer, heen en weer langs de tralies. Maar dat is geen impact. Hij maakt pas impact, als hij aan het jagen is en na een felle sprint een reebok te pakken heeft. Dan maakt hij impact.


1. Het werkgebied is te groot.

Terugkijkend naar het voorbeeld van het IJsselmeer, zien we dat net zoals het IJsselmeer te groot is om er boter van te maken, zo ook het werkgebied in de stad te groot is.

Wat is een stad? Het is een bijeenvoeging van allerlei culturen, volkeren, netwerken, gemeenschappen en wijken. Juist vanwege deze enorme multiculturele diversiteit is de stad als werkgebied te groot om als gezamenlijke christenen hierop een impact te kunnen maken. We kunnen ons als christenen wel in de stad bewegen, maar we kunnen niet de stad in beweging brengen. Als wij een impact willen zien, dan moeten we ons werkgebied gaan verkleinen. Doen we dit niet en richten we ons toch op de hele stad, dan zullen we al snel tegen een aantal problemen oplopen. De taak is al gauw te groot. De resultaten van het werk zijn moeilijk te overzien of te meten. Hierdoor zakt het enthousiasme van de gemeenteleden al snel. Leiders ontdekken dat de visie moeilijk te handhaven is. De oogst is niet te overzien en de taak is nooit af. Na verloop van tijd sterft deze visie om de hele stad te bereiken vaak helaas een stille dood

Laten we naar de tekening kijken.

Het grote vierkant is de stad. Maar in dit vierkant vinden we allemaal kleine cirkels. Dit zijn de afgebakende gebieden in de stad. Deze gebieden kunnen zowel geografisch, bijvoorbeeld wijken of stadsdelen zijn, als wel sociologisch, bijvoorbeeld bepaalde doelgroepen of bevolkingsgroepen. Het is in ieder geval van belang dat het om een begrensd gebied gaat. In een kleiner werkgebied, zoals in een wijk kan je wel een impact maken. Als deze impact in vele wijken plaatsvindt, maakt dit uiteindelijk toch nog die verlangde impact op de stad.

We moeten dus dit grote stadsbeeld tijdelijk loslaten om terug te gaan naar de wijken. Dit brengt ons gelijk bij ons tweede probleem:

2. Onze betrokkenheid is te klein

De meeste christenen zijn mensen uit de middenklas. We hebben goede opleidingen, goede banen en willen daarom in goede huizen in goede buurten wonen. Over de afgelopen tientallen jaren zijn wij als christenen met de andere middenklassers uit de oude stadswijken en naoorlogse wijken verhuisd naar nieuwbouwwijken of vinexwijken op de rand van de stad. Degenen die echt geluk hadden, verhuisden naar buiten de grote stad. We wonen dus vaak niet meer waar we werken. En we wonen vaak ook niet meer waar we kerken. De oude kerkgebouwen in de stadswijken zijn veranderd in supermarkten of moskeeën. Allochtonen, oudere Nederlanders en laagopgeleide; de zogenaamde ‘asociale’ mensen hebben onze plekken in deze wijken overgenomen.

Groeiende gemeentes zijn ook naar de rand van de stad verhuisd. Ze zitten daar vaak in een industrieterrein en zijn regiogemeentes geworden. Regiogemeentes zonder de verantwoordelijkheid voor een bepaalde groep mensen of wijk. Gemeentes die in de wijken van de stad zijn gebleven, hebben vaak geen wijkbewoners onder de gemeenteleden. De gemeente heeft geen binding met de wijk en de wijkbewoners hebben geen binding met de gemeente.

Oftewel; de gemeente is uit de stad verhuisd en onze betrokkenheid bij de wijk en bij de mensen in de wijk is te klein geworden; veel te klein. Willen wij een impact op de wijken in een stad hebben, dan moeten we ons herlokaliseren.

We moeten terug verhuizen naar die oude stadswijken. Dit geldt zowel voor gemeentes als voor individuele christenen. Net zoals wij onze nieuwbouwhuizen zullen moeten inruilen voor de huizen in de stadswijk, zullen onze kinderen terug moeten naar de nu ‘zwarte scholen’ in de wijk. Wij zullen lid moeten worden van de vele (wijk)verenigingen in de wijk. We zullen deel moeten worden van het bewonersplatform of andere overleggen in de wijk en hierdoor zoveel mogelijk mensen in de wijk leren kennen en in hun levens betrokken raken.

Onze betrokkenheid moet terug naar de wijk. Forens christendom werkt niet. Forens christelijk werker zijn werkt ook niet. Je kunt geen christelijk werker zijn, die in Twello woont, maar in Deventer in een oude stadswijk werkt. Dat is niet effectief. We moeten ons diep gaan ingraven in de wijk. Jezus spreekt over de graankorrel, die de aarde in gaat om te sterven en hoe de vrucht daaruit komt. Wij zijn de graankorrels die de wijken in moeten, om te sterven aan onszelf, aan onze veiligheid, aan de mensen om ons heen. Maar die daarom veel vrucht zullen dragen.

In september van vorig jaar zijn wij met een klein team naar de Haagse achterstandswijk Spoorwijk verhuisd. Na jaren als echtpaar te hebben gewerkt bij Open Air Campaigners en twee jaar als jeugdwerker bij het jongerencafé Juffrouw Ida van Teen Challenge, riep God mij om een jaar apart te zetten voor Hem. Geen organisatie boven mij, geen baan, geen salaris – afhankelijk zijn van hem.

In dat jaar ontstond bij ons de visie om met een groep christenen vanuit diverse kerken in Den Haag te gaan verhuizen naar een achterstandswijk om daar betrokken te zijn in jeugdwerk, buurtwerk en een nieuwe vorm van gemeentestichting.

In Engeland gebeurt dit al langer op een veel grotere schaal dan hier in Nederland. Het bekendste voorbeeld zijn de ‘Eden’ projecten van ‘The Message’ in Manchester. Elk ‘Eden’ project bestaat uit tientallen jongeren die ervoor hebben gekozen om in een bepaalde achterstandswijk van Manchester te gaan werken en wonen. Als team zijn ze sterk betrokken in jeugdwerk en sociaal werk in de wijk. Zij helpen de vaak worstelende kerken in de wijk om aansluiting te maken bij de wijkbewoners en andersom. Als er geen kerken in de wijk zijn, stichten ze met de hulp van andere organisaties nieuwe kerken in die wijken. Dit soort projecten gebeurt niet alleen in Manchester, maar ook bijvoorbeeld in Londen bij Urban Expression en in andere plaatsen in Engeland.

Als gezin vroegen we ons in 1998 af of onze plaats ook in Manchester bij het werk van een van de ‘Eden’ projecten lag. In dat jaar maakte God het ons echter duidelijk dat onze plaats in de wijk Spoorwijk ligt.

De Haagse wijk Spoorwijk is deel van het grote stadsdeel Laak en is een van de huidige achterstandswijken in Den Haag. Spoorwijk is een kleine wijk met ongeveer achtduizend mensen. Meer dan de helft van hen is van allochtone afkomst. Het gemiddelde gezinsinkomen is een van de laagste van heel de stad. Er lijken veel problemen te zijn met jongeren, waarvan er veel in de wijk aanwezig zijn. Maar aan de andere kant is er ook een actieve groep van bewoners, die hard werkt om de leefbaarheid in de wijk te verhogen. Het is waarschijnlijk de enige wijk in Nederland, waar twee van de drie officiële kerkgebouwen door wijkbewoners zijn afgebrand. De kerkelijke situatie in de wijk is slecht. Naast een kleine Katholieke parochie en een werk van de diaconie van de SOW gemeente in Laakkwartier is er geen gemeente aanwezig.

Sinds september 2000 wonen wij met een aantal teamleden in een oude dokterspraktijk in de wijk. Ons dochtertje van vijf zit nu op de openbare school in de wijk. Met nog een Nederlands jongetje zijn zij de enige Nederlandse kinderen in de klas.

Gelijk vanaf het begin van ons verblijf in de wijk zijn we op zoek gegaan naar een zo sterk mogelijke betrokkenheid. Mijn vrouw Lindsey is deel geworden van de medezeggenschapsraad van de school. Daarnaast is zij de pianiste en dirigente van het wijkzangkoor. Andere plekken waar wij betrokken zijn, is in het bestuur van de speeltuinvereniging in de wijk, het bestuur van het bewonersoverleg, in de multiculturele werkgroep, als bezoeker in het vrouwencentrum, het verzorgen van kinderclubs, organiseren van kinderdisco’s, etc.

Wat we in het afgelopen jaar hebben ontdekt, is dat tijd het belangrijkste is, wat je in een wijk kan geven. Ook op dit gedeelte is onze betrokkenheid als christenen vaak te klein. Willen wij als christenen een impact op een wijk of doelgroep willen maken, dan zullen we bereid moeten zijn om veel tijd te investeren. Voor ons als team van ‘In de Praktijk’ betekent dit dat wij allemaal parttime werken. Een aantal van onze teamleden werkt vier dagen per week bij hun werkgever en een dag in de wijk.

Een ander teamlid werkt tweeënhalve dag per week in de wijk. En wij als gezin zijn in de bevoorrechte positie om fulltime in de wijk te kunnen werken.

Het is cruciaal dat wij als christenen terug de wijken in gaan, ons geven aan een bepaalde wijk, onze verantwoordelijkheid voor een wijk op ons nemen en onszelf investeren. We moeten naar buiten; eruit. We moeten uit onze veilige huizen, uit onze veilige gemeentes en kerken. We moeten naar buiten. En hier komen we bij ons derde probleem op het gebied van impact hebben op de stad.

3. Onze blik is naar binnen gericht

Als christenen kunnen we diverse richtingen op kijken:

* We kunnen ons blik naar boven richten, zoals we worden aangemoedigd in Hebreeën 12:2: laten we ons richten op Jezus Christus onze leidsman.

* We kunnen ons richten naar buiten, naar de mensen om ons heen. Naar de wereld die God zo lief had, dat Hij Zijn enige Zoon stuurde.

* We kunnen ons ook naar binnen richten. Dit laatste is ons probleem. We zijn als Nederlandse christenen veel te veel naar binnen gericht. Dit vindt niet alleen in kerken plaats, maar ook in onze christelijke organisaties.

Als christenen kunnen we druk bezig zijn met het werk van de Heer en toch in een christelijk getto zitten. Er zijn kerken, die zich druk maken over van alles, behalve over de mensen in de wijk om hen heen. Het is vaak ook veiliger om naar binnen te kijken, naar elkaar te kijken en om naar andere christenen te kijken, dan naar buiten. Als we naar elkaar kijken, dan lijkt het net of we toch nog naar boven kijken, terwijl we misschien ons blik naar boven allang zijn kwijtgeraakt. Er zijn in ons land vele kerken en christenen, die hun blik naar boven zijn kwijt geraakt en aan het navelstaren zijn. Dit is een risico, dat we allemaal lopen. Als wij ervoor kiezen om onze blik naar boven richten, dan ervaren we het hart van God, die naar de mensen kijkt. Door te kijken naar Hem richt Hij onze blik naar buiten.

Natuurlijk zijn er kerken in de stad die heel sterk wijkgericht zijn. Dan denk ik aan de Hervormde en Gereformeerde wijkgemeentes. Kerken die een sterk diaconaal hart hebben, maar jammer genoeg ergens in het proces vaak toch hun blik op Jezus zijn kwijtgeraakt.

Dit blijkt iets heel moeilijks te zijn. Je blik naar buiten en naar Jezus gericht te houden. De Farizeeërs konden het niet en keken daarom naar binnen. Jezus is echter ons volmaakte voorbeeld. Zijn oog was altijd op de Vader. Hij deed slechts wat Hij de Vader zag doen. En toch was Hij bij uitstek de vriend van zondaars en tollenaars. Het is moeilijk om in een wijk deze balans vast te kunnen houden. In mijn eigen werk raakte ik een aantal jaar geleden ook verstrikt in het naar binnen kijken. Ik ging wel wekelijks evangeliseren, maar ik had op dat moment geen niet-christelijke vrienden. Ik was geen deel van werk in een wijk of zelfs lid van een niet-christelijke vereniging.

God greep mij in mijn kraag en zette mij een jaar apart om naar Hem te leren kijken. Vanuit het kijken naar Hem, liet Hij mij zien waar Hij naar keek.

In het kijken naar de Vader, het leren kennen van de Vader, het tijd doorbrengen met de Vader, ligt onze motivatie. Hij richt onze ogen op de mensen om ons heen, naar wie Zijn hart uitgaat.

Maar hoe bereiken we deze menigte mensen?

4. Onze methodes bereiken hun doel niet

Voor een onbekende reden zijn we als christenen in ons evangelisatiewerk vaak verrukt over eenmalige grootschalige evenementen. We hopen dat hieruit veel vrucht zal komen, maar kijkend naar de groei in onze gemeentes blijkt dit vaak een illusie.

Er zijn weinig mensen in Nederland die nog nooit iets over God, Jezus Christus of het evangelie gehoord hebben. Het probleem wat we in ons evangelisatiewerk tegenkomen, ligt op een heel ander gebied.

In 2 Koningen 3 lezen we van een situatie, waarin Israël tegen Moab had gevochten. De soldaten van Israël kregen van God de opdracht om na de overwinning op alle goede akkers van Moab stenen te leggen. Toen de boeren later uit hun schuilplaatsen te voorschijn kwamen, was hun schrik groot. Hun vruchtbare akkers waren nu door duizenden stenen bedekt. Wat al die soldaten in een middag met hun akkers deden, kostten de boeren jaren om weer te herstellen.

Mensen in Nederland zijn net als die akkers. De stenen in hun levens zijn verkeerde denkbeelden over God, Jezus Christus, de kerk en christenen in het algemeen. Hun probleem is niet dat ze er niks vanaf weten, maar dat ze verkeerde denkbeelden hebben. Deze stenen verhinderen het nieuwe leven dat God in de levens van deze mensen, als individuen, maar ook als groep wil geven. Zo’n denkbeeld neem je meestal niet even in een gesprek van vijf minuten of een grootschalig evenement weg. Mensen zullen vaak in een allereerst gesprek aangeven dat ze geen interesse in het evangelie hebben, terwijl als je hen leert kennen, ze vol vragen blijken te zitten.

Een goede boer gaat op een akker, die vol met stenen ligt, nog niet zaaien. Hij gaat zelfs nog niet eens ploegen. Een goede boer zal heel eenvoudig moeten beginnen met het rapen van stenen. Als christenen moet we gaan leren om stenen te gaan rapen. Dit is een heel nederig werk te vergelijken met het wassen van voeten. Als christenen moeten we laten zien dat wij dienaren zijn van de Allerhoogste, maar ook dienaren van de mensen in de wijk willen zijn. Binnen ons project ‘In de Praktijk’ in Spoorwijk geven we aan dit rapen van stenen op diverse wijze vorm. Alles bij elkaar zie je een mengeling van: netwerken en relaties opbouwen, een christelijke aanwezigheid in de wijk vestigen, betrokken zijn in de levens, maar ook in activiteiten en werkgroepen in de wijk, intensief gebed, voorzien in noden, grote nadruk op kinder- en jeugdwerk en boven alles gewoon (er) echt zijn.

Het laten ontdekken van een positief beeld van God en van christenen in een wijk door het rapen van stenen is een proces dat nooit ophoudt. Een voor een zullen de mensen hun gedachten laten bijschaven. Zodra dit gebeurt, gaat het rapen van de stenen in hun levens om in ploegen en kan het zaad goede grond vinden.

Pas als de meeste stenen opgeruimd zijn en de akker omgeploegd is, gaat de boer zaaien. Om verzekerd te zijn van een goede oogst heeft de boer maar drie dingen nodig: goed zaad, goede grond, genoeg zonlicht en regen. Zo werkt dit ook binnen het werk in de wijk. Door voortdurend intensief gebed, de duidelijke christelijke aanwezigheid en de betrokkenheid van christenen in de wijk, is de grond bewerkt en hopelijk klaar. Nu is het tijd om te zaaien en mensen de waarden en principes van Gods Koninkrijk te onderwijzen. Dit is meer dan evangeliseren of mensen het evangelie vertellen. Jezus riep zijn eigen discipelen op om mensen tot discipelen te maken. We moeten de mensen leren om discipel te worden. We moeten hen de principes van God’s koninkrijk onderwijzen.

Een goede boer gaat pas oogsten als de oogst rijp is. Hij gaat hier zorgvuldig mee om. Stel dat hij te ongeduldig is en de oogst binnenhaalt, als die nog onrijp is. Dan is zijn werk bijna voor niets geweest. Maar als hij te lang wacht, gaat de oogst rotten op het land. De oogst komt ook niet vanzelf in zijn schuur. Hij zal op de juiste tijd de juiste actie moeten ondernemen.

Net zoals een boer zorgvuldig met oogsten moet omgaan, moeten we zorgvuldig omgaan met het ‘oogsten’ van onze niet-christelijke contacten / vrienden omgaan. Hoe velen zijn niet te vroeg geoogst waardoor zij heel snel terugvielen? Ook de wijze van oogsten kan per persoon anders zijn. Voor de een is het een duidelijke eenmalige keuze. Voor de ander is het een proces, zonder een specifiek oogstpunt te kunnen aangeven. Boven alles is er veel tijd voor nodig.

Vooral mensen in een stadswijk zijn er mensen, die zeeën van tijd vragen om hen te helpen om Jezus te vinden. Soms heb je van die koffieochtenden met mensen en dan denk je: "Wat doe ik hier nou? Wat bereik ik nou? Is dit niet zonde van mijn tijd?" Maar tijd heb je nodig en is het kostbaarste wat je kan geven.

Het laatste en vijfde probleem, dat we tegen komen in het impact hebben op een stad is:

5. Onze vorm van gemeente-zijn voldoet niet

De meeste kerken van vandaag zijn gebaseerd op een aantal principes:

* We komen een keer per week op een vaste tijd bij elkaar.

* We dragen kennis over door een preek of een toespraak.

* De meerderheid van de gemeenteleden is in een ontvangende positie.

* Voor en na de dienst is er ruimte voor korte oppervlakkige ontmoetingen.

* We geven geen ruimte tijdens de dienst voor het stellen van vragen of delen vanuit de gemeente.

Mensen die tot geloof komen, worstelen hier vaak mee. Ze willen niet een wildvreemde kerk binnenlopen, waar ze niemand kennen, waar ze niemand echt ontmoeten. Waar ze de liederen niet kennen, omdat er vijfhonderd liederen in een bundel staan en het een lange tijd duurt voordat een lied herhaald wordt en waar ze ook vaak de preek niet begrijpen.

Waar zijn ze dan wel naar op zoek?

* Gemeenschap:

Mensen willen samen praten, lachen, huilen, vragen kunnen stellen en samen eten. Ze willen diepe relaties aangaan, waar ze alles kunnen delen en zichzelf kunnen zijn.

* Principes:

Mensen willen geen theoretische verhalen, maar praktische principes. Iemand zei eens: geef me geen antwoorden. Geef me de principes, dan ontdek ik de antwoorden zelf wel. Jezus gaf veel van zijn onderwijs door het aanreiken van principes.

* Eenvoud:

Mensen willen eenvoud, zowel in het samen zijn als in de invulling van het ‘programma’. Je moet hierbij denken aan de liedjes die je zingt, maar ook de verhalen die je vertelt. Een kind moet het kunnen begrijpen.

* Vaak bij elkaar zijn:

Mensen willen geregeld bij elkaar zijn op tijden die iedereen uitkomt.

* Ruimte:

Mensen willen ruimte voor hun verhaal, hun zorgen en problemen, hun vragen en hun mening. Mensen willen ruimte voor hun inbreng, gaven en talenten.

* Zorg:

Mensen willen weten dat anderen echt om hen geven en er ook echt voor hen zullen zijn, als het er op aankomt.

* Samen iets doen:

Mensen willen met elkaar aan de slag gaan voor anderen. Praktisch met elkaar bezig zijn om iets goeds te doen voor de wijk.

Binnen ons project proberen op onze wijze, die bij de wijk past hieraan invulling te geven. Wij zijn aan het experimenteren geweest met diverse vormen van gemeente zijn. Dit gaat niet zonder slag of stoot of over een nacht ijs. Het pionieren kost ons veel energie en is hard werk. Maar wat zal het mooi zijn, als hieruit nieuwe vormen van gemeente-zijn zouden ontstaan.

Mijn droom

Mijn droom is dat er in Nederland een nieuwe gemeentebeweging gaat ontstaan. Een gemeentebeweging van pionierteams die de stadswijken in steden in heel Nederland binnentrekken. Teams, die zich daar voor vijf jaar of misschien wel langer vestigen en alles wat ze hebben en zijn, investeren in die mensen in de wijken. Ik zie vele mensen door die teams tot geloof komen, die anders nooit bereikt zouden zijn met het evangelie. Ik zie christenen experimenteren met nieuwe vormen van gemeentestichting en gemeente-zijn.

Hele nieuwe vormen van gemeente-zijn gaan ontstaan. Elke gemeente wordt uniek. Ingericht door en voor de mensen die er deel van zijn. Het begint klein met een of twee teams, maar na een tijdje komt er sterke groei. Veel steden en kerken in die steden volgen dit voorbeeld. De nieuwe vormen van gemeente-zijn hebben een invloed op de bestaande gemeentes, die daardoor ook ten positieve beïnvloed gaan worden.

Ik zie over een twintig of dertig jaar een hele nieuwe gemeentebeweging in Nederland. Een gemeentebeweging bestaande uit totaal nieuwe vormen van kerk en gemeente-zijn. Vormen van gemeente-zijn die voor ons nu nog vreemd en onbekend overkomen. Ik ben er volledig van overtuigd dat deze vernieuwing er gaat komen. God gaat het gebruiken om Zijn gemeente te vernieuwen en om de focus terug naar Hem te brengen. Het gaat gebeuren. De vraag is: zullen wij deel zijn van het initiëren van zoiets nieuws?

Kosten

Op het gebied van een nieuw werk in de stad initiëren, staan we in ons land op een groot kruispunt. We hebben veel te verliezen, maar ook veel te winnen. Eerst het verliezen. Als je als individu, team, organisatie of gemeente een impact op de stad wilt hebben, gaat je dat heel veel kosten. Zowel persoonlijk als binnen de organisatie:

* Mensen zullen verhuizen vanuit hun fijne huis in hun veilige dorp naar een huis in de stad; met misschien wel graffiti op je muren, hangjeugd ’s avonds voor je deuren en buren die zomers de hele straat laten meegenieten van hun muziek.

* Kinderen gaan van een veilige christelijke school naar een openbare of katholieke school in de wijk, omdat er in die wijk misschien wel geen christelijke school is.

* Kinderen gaan van klassen met een of twee allochtonen naar klassen waar zij misschien met nog twee kinderen de enige Nederlanders zijn.

Ben je als ouders bereid om die prijs te betalen? Mag God dit van een ouder verwachten? Of is er teveel veranderd sinds zendelingen met hun hele gezin met al hun bezittingen in een grafkist naar Afrika of Azië gingen, omdat ze wisten dat een van de familieleden binnen een jaar zou komen te overlijden?

* Je gaat als lid van een fijne gemeente pionieren in een wijk, waar misschien nog geen gemeente is. Je gaat daar worstelen met alle vragen ontrent een nieuwe vorm van gemeente-zijn, die jouw doelgroep een veilige plek zal bieden.

Wil je dat?

* Er zullen teamleden zijn die plotseling opgeven. Kinderen en mensen die elk uur van de dag aan je deur zullen bellen. Mensen die tot geloof lijken te komen en dan toch door gaan met hun manier van leven.

* Er zullen tijden zijn dat je het liefst opgeeft, behalve dan dat je weet dat God nooit opgeeft en dat als jij opgeeft je ook de mensen om je heen opgeeft.

Ook als organisatie of gemeente gaat het kosten:

* Mensen zullen worden vrij gezet om in steden een nieuw werk te initiëren.

* Er moet een ondersteuningsteam voor de pionierteams komen.

* Regels en afspraken binnen de organisatie moeten misschien veranderd worden om gemeentestichting binnen de organisatie te brengen. In ieder geval zal er verder over nagedacht moeten worden. Misschien verlies je als organisatie begrip en ondersteuning van kerken ontrent de stappen die je gaat nemen.

* Elke verandering heeft een prijs.

Winnen

Maar er is ook zoveel te winnen:

* Denk aan al die mensen, die letterlijk wachten op echte christenen die in hun buurt komen wonen en werken, zodat hun geloof een nieuw leven kan worden ingeblazen.

* Denk aan al die mensen, die nooit bereikt zullen worden met het evangelie behalve als christenen het evangelie in hun straat willen zijn.

* Denk aan al die kinderen en jongeren die vaderloos zijn, ongestructureerde levens hebben, die van binnen kapot zijn, op straat rondhangen en open zijn voor jou om als vriend of vriendin hun leven binnen te stappen en een rijke zegen voor hen te zijn.

* Denk aan al die Moslim en Hindoe kinderen, jongeren, vrouwen en mannen, die omdat jouw kinderen in dezelfde klas als hun kinderen zitten of die in dezelfde straat wonen de kans krijgen het christelijk geloof voor hun ogen te zien worden uitgeleefd. Die hierdoor mogen ontdekken dat er een God is, die niet alles onthoudt en nooit vergeeft, maar die een Vader is die Zijn vergevende handen naar hen uitstrekt.

* Denk aan al die mensen die de kerk en de kerkelijke structuur de rug hebben toegekeerd, maar die wachten totdat jij als kennis of vriend hun leven komt binnenstappen. Die zich thuis zullen voelen in de nieuwe vorm van gemeente-zijn die jij met je team creëert, terwijl ze je blijven vertellen dat ze een hekel aan de kerk hebben, omdat ze simpel niet zien dat ze nu ook in een soort van kerk zijn beland.

* Denk aan al die mensen in de wijken, die door jouw goede werken en jouw betrokkenheid in de vrijwilligersorganisaties in de wijk, zien dat christenen iets goeds hebben, wat ze zelf niet hebben, maar wat ze wel jaloers maakt.

* Denk aan Jezus, die het heerlijke bij God, het Gode zijn niet roof heeft geacht, maar zich ontledigd heeft, de vorm van een mens heeft aangenomen en dienstknecht is geworden. Bereid om alles te geven, zelfs zijn leven aan een kruis.

* Denk aan het hart van de Vader dat uitging naar de wereld en die bereid was om zijn dierbaarste te geven om de wereld te winnen. Zouden wij niet bereid zijn om dit zelfde te doen?

* Denk als laatste aan de impact, die wij als christenen zouden kunnen hebben op een stad of een regio als gemeenten en kerken ons voorbeeld zien, ons hierin willen volgen en er een nieuwe beweging in Nederland zal komen van kerken en christenen die hun werkgebied afbakenen, hun betrokkenheid verdiepen, hun blik op God gericht naar buiten gaan kijken, nieuwe manieren van dienen en getuigen in hun wijk gaan starten en nieuwe of vernieuwde vormen van gemeente-zijn willen hanteren. Dat is een droom om alles voor te geven.

Meer info:

Voor informatie, vragen of de nieuwsbrief van het werk van ‘In de Praktijk’:

Matthijs & Lindsey Vlaardingerbroek
Schimmelweg 54
2524 XH Den Haag
Tel: 070 – 3930772
E-mail: Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

Aanbevolen boeken:

Urban Christian – Ray Bakke (de christen en kerk in de stad)

Threshold of the future – Michael Riddell (nieuwe vormen van gemeente-zijn)

Sowing, reaping, keeping – Laurence Singlehurst (nieuwe denkwijze rond evangelisatie)

Door: Matthijs Vlaardingerbroek, Bron: Gemeentestichting.nl

 

Developed by: Innovation WEB

 
spacer.png, 0 kB