spacer.png, 0 kB
Home arrow Artikelen arrow Eerste stappen arrow Wil je een huisgemeente starten?
Wil je een huisgemeente starten? PDF Afdrukken E-mail
dinsdag 10 februari 2004

Door: Christine Demeyere en Frank Versteele

Op zoek naar de Geboorte van een Ecclesia.

Bloemlezing uit het werk van Frank Viola, uitgegeven in Januari 2001.

[Nota van de auteur: het volgende artikel is een ruwe-schets-manuscript dat handelt over hoe een Nieuwtestamentische kerk, of "huisgemeente", wordt geboren. Ik plan om het in de toekomst te herzien, uit te breiden en het in boekvorm uit te geven. Gevolggevend aan de huidige behoefte, voelde ik mij verplicht het nu reeds vrij te geven, onvolledig en onafgewerkt. Houd in gedachten dat het slechts een benadering van een belangrijk onderwerp is, geen afgewerkt product].

Voorwoord

In mijn twee vorige boeken, Rethinking the Wineskin en Who is Your Covering?, probeerde ik een levendige, kleurrijke voorstelling te geven van de eerste-eeuwse kerk. Beide boeken geven een gedetailleerd beeld van een zeer speciale vrouw (ik spreek over de kerk). Ze beschrijven haar verschijnen, haar persoonlijkheid, haar passie en de unieke manier waarop zij zich uitdrukt.

Echter, de bredere benadering over hoe deze vrouw tot ontstaan kwam en hoe ze zich ontwikkelde, is zo goed als onaangeraakt. Bijgevolg zal dit manuscript verder gaan waar Rethinking en Covering stopten. De bedoeling is een momentopname te tonen over hoe een Nieuwtestamentische huisgemeente werd geboren.

In een toekomstig werk plan ik een benadering te geven van de aanverwante kwestie over hoe een Nieuwtestamentische huisgemeente zich ontwikkelde. Juist opgevat is de huisgemeente levend en heeft een levensloop. Eenmaal geboren, leert ze kruipen, trekt breekbare voorwerpen van de tafel en gaat door verwarde periodes die deel uit maken van de eb en vloed van een gedeeld leven met Christus.

Tragisch genoeg hebben veel moderne christenen, die de institutionele kerk verlaten hebben, het verkeerde idee dat een huisgemeente beginnen, gelijkt op het bouwen met Legoblokjes. Men moet eenvoudig zijn neus in de bijbel steken, uit zijn bladzijden deze kiezen die handelen over de vroege kerk, het imiteren en voilà, een Nieuwtestamentische gemeente is geboren.

Deze denkwijze is echter diepgaand fout. Een Nieuwtestamentische gemeente kan niet gestart worden door enkel blote menselijke handen – net zoals een vrouw niet zou kunnen gemaakt worden enkel door menselijk vernuft of imitatie. Een vrouw moet geboren worden. En eenmaal geboren moet ze gevoed worden totdat ze zichzelf verder kan ontwikkelen.

Vergeef de grove illustratie, maar twee vrouwenarmen en benen hechten aan een romp en er een vrouwenhoofd op zetten, zal nooit als resultaat een vrouw opleveren. Voor het blote oog zou zo’n constructie misschien op een mens lijken. Maar het zou altijd de wezenlijke eigenschap van menselijk leven missen want leven is het product van geboorte. Dit principe geldt ook bij het begin van een huisgemeente.

Het eeuwige voornemen

Gods ultieme bedoeling is een eeuwige Bruid voor zijn Zoon te verschaffen die met Hem in hun heilige verbintenis voor eeuwig zal leven (Opb. 19: 7; 21-22). Door het NT heen wordt deze intentie "het mysterie" en "het eeuwige voornemen" genoemd (Ef. 1:9-12; 3:3-11; 5:25-32 ; Kol. 1:25; 2:3; Opb. 10:7). De manier die de Vader gebruikt om dit prachtige voornemen te vervullen is om in iedere plaats op aarde een zichtbare aanwezigheid van Jezus Christus te bewerkstelligen (Matth. 16:18; Ef. 1:22-23). In de lijn van dit Goddelijk voornemen probeert de Heilige Geest het volledige getuigenis van Jezus Christus, zoals dit door de vroege kerk gedragen werd, te herstellen. Dit getuigenis wordt gekenmerkt door een gedeeld, gemeenschappelijk leven onder het directe leiderschap van Christus.

Ik heb veel gesproken over de kenmerken van dit gemeenschappelijke leven in Rethinking the Wineskin en Who is Your Covering? Maar in die boeken heb ik weinig aandacht besteed aan de manier waarop God een ecclesia geboren laat worden – hetgeen het doel is van dit korte manuscript.

Bemerk dat het Griekse woord dat in onze moderne bijbels vertaald wordt met "kerk" "ecclesia" is. In heel dit werk zal ik het woord "ecclesia" meer gebruiken dan het woord "kerk". Het woord "kerk" is een armzalige vertaling en is sinds 1700 jaar in verband gebracht met institutionele macht. Vandaag de dag noemen mensen gebouwen en organisaties de kerk van de Heer Jezus Christus. Het zou overeenkomen met mijn vrouw een wolkenkrabber te noemen of mijn dochter een club! In Gods gedachten is de ecclesia een vrouw (2 Kor. 11:2; Ef. 5:25-32; Opb. 21:9). Zij is een nauw verbonden gemeenschap, onafscheidelijk van Jezus Christus. Ze leeft in gemeenschap door Zijn Leven. Ze komt geregeld samen om zich met Hem te verenigen en om Hem te belijden.

In het moderne christelijke landschap turen

We leven in een tijd met een "oerkerk-fenomeen". Ontelbare christenen over de hele wereld zien opnieuw in dat de moderne beleving van "kerk" bijbels ongegrond en geestelijk ineffectief is. Als gevolg hiervan hebben velen de institutionele kerk verlaten. Ze zijn teruggekeerd naar de eerste-eeuwse opvatting om in huizen samen te komen zonder geestelijkheid.

Sommigen hebben dit fenomeen betiteld als "de huiskerkbeweging". Dit is echter een verkeerde benaming en wel om twee redenen. Ten eerste legt het de nadruk op het verkeerde: het huis. Toegegeven, de plaats van de kerksamenkomst is niet zonder betekenis. Maar wat Gods bedoeling is, gaat veel verder dan waar zijn volk samenkomt. Om het rechtuit te zeggen, er is niets magisch in het feit van in een huis samen te komen. Hoewel het beter is samen te komen in huizen dan in basilieken is dit toch niet het keurmerk van de ecclesia.

Ten tweede duidt het woord "beweging" op een gelijke gezindheid in een groep mensen. Degenen die in huizen samenkomen omvat zowel elke strekking van christenen als iedere doctrinaire gezindheid. Bijgevolg bestaat er geen monolithische beweging die alle huisgemeenten vertegenwoordigt. Om deze redenen is het woord "huiskerbeweging" misleidend. Huisgemeenten of –kerken vergaderen om verschillende redenen en focussen op verschillende thema’s. De verschillen zijn zo groot dat veel huisgemeenten mijlen van elkaar verwijderd zijn.

Enkele subculturen van huisgemeenten

Ik heb gedurende de laatste dertien jaar buiten het bereik van de georganiseerde Christenheid geleefd. Gebaseerd op mijn ervaring, kunnen de meeste groepen die de naam "huiskerk" of "Nieuwtestamentische kerk" dragen als volgt gecatalogeerd worden:

De Verheerlijkte Bijbelstudie. Dit soort huiskerk wordt kenmerkend voorgezeten door een ex-geestelijke of eerzuchtig bijbelleraar. Deze persoon vergemakkelijkt doorgaans een rond-de-tafeldiscussie van de bijbel. De samenkomsten worden gedomineerd door bijbeluiteenzettingen die vaak uitlopen op vruchteloze debatten. In de verheerlijkte bijbelstudie hebben de leden die niet zo theologisch geneigd zijn, een eerder beperkte deelname. Of hij het nu toegeeft of niet, de persoon die in bijbelstudie voorziet, leidt de kerk.

De Groep met Speciale Interesse. Deze huisgroep heeft een gemeenschappelijke interesse als reden om samen te komen. Dit kan een huisschool, een thuisgeboorte, het houden van joodse feesten, een eigen eschatologische mening, een pro-formamodel van kerkdienst, organisch tuinieren, persoonlijke profetieën, "lachen in de Heilige Geest, sociale rechtvaardigheid of een andere reden zijn zoals liefhebberij of zaak – of zelfs het thema "huisgemeente" zelf.

De Persoonscultus. Leden van deze groep centreren hun wereld rond een begaafde man of vrouw. Het kan een dode apostel zijn wiens geschriften gelden als exclusief medium voor de identiteit van de groep, hetgeen zij geloven en wat zij in praktijk brengen.Vaker gaat de aandacht naar een christelijke leider die de kerk sticht en er permanent blijft. Niettegenstaande de begaafde persoon vaak het echte verlangen heeft om het Lichaam zichzelf te zien opbouwen, is het juist zijn aanwezigheid die het geestelijk dynamisme belemmert. Het is typerend dat hij blind is voor het feit dat hij onbewust een pathologische afhankelijkheid aan zichzelf heeft gevoed. Daarom is hij de zoon van de moderne zielenherder.

De Zegen-Mij-Club. Au fond gaat het hier om een narcistische gemeenschap – een geestelijk getto. De vergaderingen zijn bekrompen en erg charismatisch. De groep functioneert als een geestelijk-brandstof-station voor "burned-out" christenen die een emotionele oplapping nodig hebben. Kerken van deze slag worden gedomineerd door "navelstarende" individualisten, met het gevolg dat de leden ertussenuit knijpen op het moment dat de groep problemen krijgt. Als conflicten of periodes van geestelijke droogte zich aanmelden, worden degenen die het ijverigst voor de "huisgemeente" waren, weer gelokt door de glans en de flair van het door programma’s gedreven systeem.

De Sociale Vormloze Party. Deze huisgroepen bestaan kenmerkend uit 4 tot 8 personen die vaaglijk vergaderen in een living om te babbelen bij een tas thee met koekjes. Ze ontwikkelen zelden een kritische geest bij gebrek aan visie of doel. Zij houden ervan om bombastisch te praten over de aanwezigheid van Jezus wanneer "er twee of drie in Zijn naam vergaderd zijn." Zij klappen echter reeds toe voordat zij begrijpen waarom ze bestaan ofwel worden hun vergaderingen met de jaren stilaan sterieler.

De Knorrige Ontevreden Gemeenschap. Samengesteld uit ex-kerk-verlaters en gerecycleerde christenen komt deze groep samen om zijn wonden te likken en de "geestelijk foutieve" institutionele kerk een dreun te geven. Hun vergaderingen zijn doordrongen van pessimisme, cynisme en gesluierde bitterheid. Tragisch genoeg, nadat de leden het moe zijn de georganiseerde kerk aan te vallen, beginnen ze op elkaar af te geven. Zo worden ze zelf slachtoffer van dezelfde geest die zij gebruikten om in het verzet te gaan. Deze vorm van huisgemeente trekt christenen aan die diep verwond zijn en nooit geleerd hebben anderen te vertrouwen.

De Ongeschreven Liturgisch Gedreven kerk. Deze groepen staan duidelijk buiten de stroom van de institutionele Christenheid. Vaak komen zij niet in huizen samen. Velen vergaderen in een gehuurd gebouw of "vergaderzaal". De dominerende zwakheid van hun bijeenkomsten is de verscholen aanwezigheid van een ongeschreven liturgie. De gepantserde liturgie, die iedere week nonchalant uitgevoerd wordt, wordt nooit in vraag gesteld of veranderd. Als de volgorde van aanbidding op een of andere manier verbroken wordt, zullen de leiders van de kerk de overtreders op het matje roepen om hun oneerbiedigheid af te keuren.

Al deze vermelde groepen varen onder de vlag "huiskerk" of "Nieuwtestamentische kerk". Toch schieten ze allen tekort in het schriftuurlijke idee van de ecclesia. Volgens Nieuwtestamentische standaarden is een ecclesia een groep christenen die samenkomt tot, bij en voor de Heer Jezus Christus alleen. Het is een samenkomst van gelovigen die in hun gemeenschap volledig zijn toegewijd aan Christus. Jezus Christus is het levensbloed van de ecclesia. Hij is het Middelpunt. Hij is de Omtrek. Hij is de Inhoud. Hij is het Brandpunt. Hij is het enige Verzamelpunt van de kerk.

De heiligen die samenkomen als een ecclesia zijn één met Jezus Christus en met niemand anders. Hun doel is om Hem zichtbaar te maken in hun gemeenschap. Hun keurmerk is hun groeiende kennis van de Heer. Hun getuigenis is een onmiskenbare liefde voor elkaar. Huisgemeenten die niet gekenmerkt worden door deze geestelijke eigenschappen missen niet alleen een stap maar ze dansen de verkeerde dans.

De ware ecclesia is niet gecentreerd op een onderwerp, een persoon of een doctrine. Zij is gefocust op Jezus Christus. De ecclesia bestaat slechts met 1 doel: het ontsluieren van de centrale plaats en suprematie van haar Heer. In feite is de ecclesia in Gods ogen een persoon, geen structuur. Het is Jezus Christus in een verenigde, menselijke expressie (Hand. 2:47; 5: 14; 9:4; 1Kor. 12:12).

Het gevaar van een kort beschoren leven

Het is echt opvallend dat veel moderne "huisgemeenten" ontbonden worden na een korte tijdsspanne. Volgens mijn observaties van de laatste dertien jaar, heeft de doorsnee huisgemeente een gemiddelde levensduur van zes maanden tot vier jaar.

Binnen deze tijdsperiode ontbindt de gemeente zich meestal als gevolg van onverzoenbare verschillen of een onopgeloste crisis. (De crisis vindt meestal zijn oorsprong in een dramatische machtsstrijd, een aanhoudend gekibbel over theologische stokpaardjes of de onwil om nog geduld te hebben met weerspannige persoonlijkheden.)

Als de groep tijdens deze conflicten toch kan samenblijven, drijft zij meestal af naar een "klein is mooi" versie van de institutionele kerk. Dit wil zeggen dat iemand van binnen de groep de rol van het equivalent van de moderne zielenherder op zich zal nemen.

Deze persoon krijgt misschien niet de titel van "herder", evenmin handelt hij als hoofd van de gemeente, maar gedraagt zich als een professionele geestelijke met het gevaar dat de heiligen te afhankelijk van hem zullen worden.

Een ander mogelijk gevolg is, is dat een groep mannen die zichzelf als "ouderlingen" bestempelen, op de voorgrond treden en de gemeente op de oligarchische manier zullen besturen – en de gevoelens van de anderen met de voeten zullen treden. Op deze manier hebben grote aantallen moderne huisgemeenten gefaald zich te ontdoen van het zuurdeeg der autoriteit.

Toegegeven, er zijn huisgemeenten die de vier-jaar-grens overschrijden, maar ze zijn zeldzaam. Het is nog moeilijker een huisgemeente te vinden die reeds meer dan tien jaar bestaat. Huisgemeenten die al twintig jaar bestaan zijn een bedreigde soort. Huisgemeenten die toch een afstand van meer dan twintig jaar hebben afgelegd, zijn nog zeldzamer.

Samengevat, als Jezus Christus niet het centrum van een huisgemeente is, is de enige drijvende brandstof een fascinerend onderwerp, een charismatische persoonlijkheid of een handige doctrine. Met deze brandstoffen geraakt men echter niet ver. Als ze op zijn, valt de groep uiteen.

Een broederschap van gelovigen kan alleen samengehouden worden en doeltreffend blijven als een permanente ontmoeting met de Heer Jezus het overheersende element wordt. Tot slot, als Christus niet het bindmiddel in de niet-institutionele kerk is, dan zullen de samenkomsten oppervlakkig en kleurloos worden en uiteindelijk ophouden te bestaan.

De grondoorzaak van de teloorgang van vele gemeenten

De Psalmist zei eens: "Als zo de bodem onder iemands voeten wordt weggehaald, wat kan een rechtvaardige dan zelf nog doen?" (Psalm 11:3 –Het Boek) Wel, laat mij de netelige vraag maar stellen: "Waarom hebben zoveel huisgemeenten in het stof gebeten?" Ik geloof dat de belangrijkste reden hem in het feit zit dat ze niet gefundeerd waren op een openbaring van Jezus Christus. In de plaats hiervan waren ze gefundeerd op iets minder belangrijks.

Er zijn ontelbare dingen waarrond christenen vandaag de dag samenkomen – zelfs nobele dingen die iets te maken met hebben met Christus. Maar er is een kolossaal verschil tussen samenkomen rond een "ding" over de Heer en samenkomen rond de Heer zelf! Er is een hemelsbreed verschil tussen een bijeenkomst rond een zaak en bijeenkomen rond Hem!

Als u het Nieuw Testament zou lezen met het doel te ontdekken hoe de vroege ecclesiae werden gevormd, dan zou u ontdekken dat ze stevig gebouwd waren op de onwrikbare boodschap van Jezus Christus (Matth. 16:16-18). Alle ecclesiae die Paulus stichtte, waren op dit Goede Nieuws gebouwd (1Kor. 3: 3). Ze waren alle gebouwd op een revolutionaire openbaring die hij "het mysterie" noemde (Kol. 4:3; Ef. 1:17-22; 6:19).

Wat is dit mysterie? Kort gezegd is het mysterie het ontvouwen van Gods eeuwige voornemen betreffende zijn Zoon. Paulus ontvouwde dit mysterie tegenover iedereen die wilde luisteren. Uit deze machtige openbaring van Gods mysterie zijn de ecclesiae spontaan ontstaan. (Neem er nota van dat het apostolisch getuigenis over Jezus Christus gemeente-vormende eigenschappen had.)

Omdat de ecclesia gefundeerd is op de Heer Jezus Christus kan ze overleven ondanks intense druk en beproevingen (1Kor. 3:6-15). De winden mogen stormachtig waaien en er mogen overstromingen komen, maar het huis zal blijven staan omdat het gefundeerd is op de Rots.(Matth. 7:24-27; Lu. 6:46-48) Anders gesteld, Jezus Christus is het enige, onwrikbare fundament waarop Gods volk rechtmatig kan en mag vergaderen.

Tragisch genoeg hebben weinig christenen in onze tijd een idee wat het mysterie van God nu inhoudt of hoe allesomvattend het voor Paulus was. (Zijn brieven staan er echter vol van – 1Kor. 2:6-3:2; Rom. 16:25-26; Kol. 1:24-27; 2:1-3; 4:2-3; Ef. 1:9-10; 2:14-16; 3:1-11; 5:29-32; 6:19) Nochtans is het mysterie van Gods eeuwige voornemen de centrale gedachte in de gehele Schrift. Christenen die zoeken God te dienen zonder de ondersteuning van menselijke hiërarchie, moeten hun gemeenteleven opbouwen rond het mysterie van God in Christus. Doen ze dit niet, dan zijn hun kansen op overleven praktisch nihil.

Het herstel van de rondreizende "werker"

Dit brengt ons tot een cruciale vraag en het centrale thema van dit hoofdstuk: Hoe werden de ecclesiae in de eerste eeuw opgericht? Het antwoord is leerrijk. Bijna elke gemeente in de eerste eeuw werd geboren door toedoen van een niet-lokale, rondreizende "werker". Deze persoon is gekend onder de namen: "apostel", "gezondene", "werker", "grondlegger", "gemeentestichter" enz. (Merk op dat de enkele gemeenten die in het Nieuw Testament vermeld worden en die ontstonden zonder directe hulp van een reizende "werker", altijd door hen geholpen en aangemoedigd werden na hun geboorte.)

Hoe brengt God "werkers" voort?

Werkers ontstaan in de boezem van een bestaande ecclesia. Een "werker" is iemand die door God geroepen, getraind, en gezonden is om ecclesiae tot leven te wekken. Het is iemand die een unieke openbaring gekregen heeft van Christus en Zijn eeuwige voornemen. Het is iemand die wel bekend is met het mysterie en door God speciaal werd toegerust om het aan anderen mee te delen.

Daarom bestaat een groot deel van de voorbereiding van de "werker" erin, vóór hij wordt uitgezonden, te leven in de context van een reeds bestaande ecclesia. Niet in een bijbelstudiegroep of een institutionele kerk, maar in een huisgemeente die alleen samenkomt rond Jezus Christus. Daar ervaart en leert hij de geestelijke en praktische werkelijkheden van het Goddelijk mysterie.

Dit gold voor alle rondreizende "werkers" die in het Nieuw Testament genoemd worden. Eerste-eeuwse "werkers" verlieten de synagoge niet op zaterdag om te beslissen op zondag gemeenten te stichten! Eerst moesten ze zelf ervaren wat ze zouden moeten stichten als ze uitgezonden werden. Dit is een cruciaal beginsel. Degenen die ernaar streven een gemeente te stichten, maar geen dag geleefd hebben in de context van een gemeente naar het eerste-eeuwse voorbeeld, moeten hier ernstig aandacht aan besteden.

Laten we hierover duidelijk zijn. Een seminarie-opleiding geeft niemand de uitrusting om de ecclesia op te richten – evenmin als een positie in een institutionele kerk of een bijbelstudiegroep! Alleen tijd doorgebracht in een levende, ademende, vitale uitdrukking van het Lichaam van Christus (zonder organisatorische hiërarchie) kan iemand voor dit werk toerusten.

Om het eens anders uit te drukken, u kunt niets voortbrengen wat u nooit hebt ervaren! Meer nog, de ondergang en de glorie – de beproeving en de verheerlijking – het zeven en het zuiveren – het gebrokene en geheelde – de blootstelling en de uitbreiding die het leven binnen het Lichaam kenmerkt, is absoluut vitaal als voorbereiding voor degenen die geroepen zijn voor Gods werk.

Vrolijk plannen maken om een huisgemeente op te starten zonder enige voorbereiding is zuiver aanmatigend. Het weerspiegelt een verkeerd begrip van Gods wegen. De veeleisende natuur van de ecclesia is ontworpen om te vermijden dat sommige zogenaamde werkers rondreizende geestelijken worden die over de lokale gemeenten heersen als afstandelijke bazen. Leven in een ecclesia als een niet-leider bevordert het gevoel van gebrokenheid en nederigheid. Het maakt de werkers veilig voor Gods volk.

Als iemand het risico neemt een huisgemeente op te richten zonder een dergelijke voorbereiding, zal het onveranderlijk mislukken. In het beste geval zal de groep in een vroeg stadium uiteenvallen. In het slechtste geval zal de zogenaamde werker grote schade toebrengen aan Gods volk. Hij zal een spoor achter laten van gekwetste en lijdende zielen.

Een bevruchting in Nazareth

Toen God het universum schiep, weefde Hij er een serie beelden en symbolen in die het mysterie van Zijn tijdloos voornemen zouden weerspiegelen. Eigenlijk typeert elk van de zes scheppingsdagen Zijn eeuwige voornemen – een voornemen dat verbonden is met Christus en Zijn Geliefde ecclesia. Later koos God een specifieke natie (Israël) om het christelijke leven, de ecclesia en het apostolische werk voor te stellen en te voorafschaduwen.

Uiteindelijk kwam op een vastgesteld tijdstip de Zoon van God uit de hemelse glorie neer en werd een mens. Geboren in Bethlehem en opgevoed in Nazareth, werd Jezus Christus de verpersoonlijking van Gods eeuwige bekommernis om de mensheid. (Dit is de betekenis van de titel die de Heer vaak voor zichzelf gebruikte: "de Mensenzoon.") Hij had Zijn oorsprong in het eeuwige verleden en werd ontvangen in een werkplaats van een timmerman, in een stad met een slechte reputatie: Nazareth (Mark. 6:3; Joh. 1:46). Hier was het dat God de Vader Jezus drie dingen leerde (Luk. 2:40,49,52; 4:16).

Eerst leerde de Vader Zijn Zoon hoe een christelijk leven te leiden (Joh. 5:19, 20, 26, 30; 7:16; 8:26, 28; 10:37, 38; 12:49, 50; 14:10). Het christelijk leven wordt bepaald door Goddelijke liefde. Op deze manier bracht de Zoon de onvoorwaardelijke liefde die Hij kende en tot uitdrukking had gebracht vóór zijn vleeswording, naar de aarde. Zo gaf Jezus Christus gestalte aan God als mens. Hij openbaarde aan mensen en engelen hoe een mens kon leven door Goddelijke levenskracht. Jezus Christus leefde een christelijk leven door middel van Zijn Vaders (Joh. 6:57). (Jammer genoeg is de christelijke manier van leven die aan moderne gelovigen geleerd wordt, een flauw afkooksel van wat Jezus ons leerde.)

Op de tweede plaats leerde de Vader de Zoon hoe met Hem om te gaan als mens. In de dagen van Zijn vlees leerde de Heer Jezus innerlijk met Zijn Vader om te gaan (dat wil zeggen in de menselijke geest). Als gevolg daarvan had de Heer reeds in Zich de kiem van de ecclesia. Juist zoals Eva zich, vóór haar verschijnen, in de boezem van Adam bevond, zo bevond de ecclesia zich in de Zoon van God voor hij haar het leven gaf (Gen. 2:18-24; Ef. 5:25-32). Als mens zette Jezus Christus de goddelijk koinonia voort die Hij in het eeuwige verleden had gekend. Door de Heer leerde de mensheid om te gaan met goddelijkheid. Voor het eerst kon een menselijk wezen echt meewerken in eenheid met God. Op deze manier verpersoonlijkte Jezus Gods eeuwige voornemen met de mens.

Ten derde trainde de Vader de Zoon om de eerste apostolische werker te zijn (Joh 4:34; 9:4; Heb. 3:1). Dit betekent dat Hij Hem leerde hoe de ecclesia te stichten, de ecclesia waarvoor Hij later Zijn leven zou geven (Matth.16:18; Ef. 5:25). Het is opvallend dat Jezus niet leerde hoe Zijn Vader te dienen en de ecclesia te laten stichten door religieuze specialisten. De zogezegde schriftgeleerden uit de tijd van Jezus studeerden onder de leiding van leraren de Hebreeuwse Geschriften, de mondelinge overleveringen en de rabbijnse commentaren. De zogenaamde priesters roemden op de ingewikkeldheid van hun heilige handel. In grote tegenstelling daarmee leerde Jezus om de eerste christelijke werker te zijn terwijl hij als gewone arbeider werkte in een timmermansatelier in Nazareth.

Jezus volgde geen seminarie, had geen menselijke leraren noch volgde Hij academische programma’s. Hij leerde om te gaan met Zijn Vader, Zijn Vader lief te hebben, Zijn Vader te gehoorzamen en ontving Zijn Vaders leer tussen de splinters en het zaagsel in het atelier van zijn "leekvader". (Hiermee vergeleken is de manier waarop mannen nu opgeleid worden voor de zogenaamde bediening in volledige onenigheid met Gods manier om mensen op te leiden voor Zijn Werk. (……….)

Een embryo in Galilea

Hoe verrassend het ook mag lijken, de Vader had ongeveer dertig jaar nodig om Zijn Zoon te trainen als de eerste apostolische werker. De Heer Jezus begon Zijn aardse bediening niet vooraleer Hij de kracht kreeg van de Heilige Geest, rond Zijn dertigste levensjaar (Luk. 3:22, 23). Dit gebeurde tijdens Zijn doop in de rivier de Jordaan (Mat. 3:16, 17). Tot op het moment dat Hij door Zijn Vader gezonden werd, predikte, onderwees of genas Hij niet (Luk. 4:1,16-18).

Op deze manier riep de Vader Jezus Christus, bereidde hem voor gedurende dertig jaar en zond Hem uiteindelijk om Zijn werk te voltooien. (Toegegeven, als we naar de bediening van onze Heer kijken, dan volbracht Hij Zijn belangrijkste werk op de Calvarieberg, maar omdat dit artikel handelt over het aardse leven en de bediening van de Heer, zullen we zijn werk van Verzoening – dat uniek is voor Hem – hier niet bespreken.) Zoals we verder zullen zien is geroepen worden, voorbereid worden en gezonden worden een geestelijk beginsel dat consequent doorheen het hele verhaal van de eerste-eeuwse gemeente loopt.

Kort nadat Christus Zijn aardse bediening begonnen was, koos Hij twaalf mannen (Luk. 6:13). Jezus riep deze mannen om apostolisch werk te doen en Hij bereidde hen daarop voor en uiteindelijk zond Hij hen uit om hun taak te volbrengen (Mark. 3:13, 14). Zoals de Vader de Zoon riep, Hem voorbereidde en de Zoon uitzond, zo riep de Zoon de twaalf en bereidde hen voor en zond hen uit (Joh. 17:18). Hoe bereidde de Heer Jezus de twaalf voor nadat Hij hen geroepen had? Het eenvoudige antwoord is dat Hij hen op dezelfde manier voorbereidde als de Vader met Hem had gedaan. In hoofdzaak waren er drie hoofdelementen in de training die de Zoon aan de twaalf gaf. Ze lopen parallel met zowel Nazareth als de eeuwigheid.

Ten eerste leerde Christus de twaalf hoe een christelijk leven te leiden. Het belangrijkste element in deze training was dat Hij hen "tot Zich" riep (Mark. 3:14). Anders gezegd, de twaalf konden van dichtbij de relatie van de Zoon met de Vader beleven. Zij konden Zijn omgang met, Zijn liefde voor en zijn gehoorzaamheid aan de Vader observeren. Zij konden de onvergelijkbare manier waarnemen waarop Hij Zichzelf verloochende en Zijn leven gaf voor de anderen. Zij stonden versteld van Zijn ongeëvenaarde manier van onderwijzen, hadden ontzag voor Zijn mateloos medelijden, observeerden Zijn wijze manier om met kritiek om te gaan, bestudeerden Zijn vreedzame reactie op vervolging en bestudeerden nauwkeurig Zijn uit het hart komende gebed.

In het kort, de twaalf keken toe hoe een man leefde door Goddelijk levenskracht. Dit "bekijken" gebeurde niet van op de zijlijnen maar vanuit het centrum van het speelveld, aangezien de twaalf leefden in de aanwezigheid van de Zoon van God. In dit aspect vertoont de pedagogische methode van Christus een enorm verschil met de hedendaagse datatransfer, een manier van onderwijzen waarbij de informatie, op steriele wijze, van het ene notebook naar het andere wordt overgebracht. (De vroegere methode brengt veranderde leerlingen voort, terwijl de laatste geïsoleerde verbruikers van mentale informatie schept. Maar dit is een ander discussiepunt.)

Ten tweede introduceerde Jezus de twaalf in het gemeenteleven van de ecclesia. Dat wil zeggen dat zij leerden omgaan met Hem en met elkaar in informele settings. Ze zaten aan Zijn voeten in huizen, aan de kust, langs stoffige wegen, op de top van bergen en rond kampvuren en luisterden naar zijn woorden – stelden Hem vragen en antwoordden op Zijn vragen (Mark. 4:10, 34; 7:17; Luk. 8:9; 9:18; 11:1; Joh. 6:3; 9:2). De twaalf genoten permanent van het met elkaar aan tafel aanliggen en het breken van het brood met de Zoon van God in hun midden (Matth. 26:26; Luk. 24:41-43).

Het is interessant te zien dat deze activiteiten de hoofdeigenschappen vormden van de eerste ecclesia, die een paar jaar later geboren zou worden (Hand. 2:42). De primitieve eenvoud waarvan de twaalf samen met Christus genoten, vormde het embryo van de ecclesia. Het was een voorafschaduwing van wat komen zou: de mensheid omgang krijgen met het goddelijke.

Ten derde trainde de Heer de twaalf om werkers te zijn. Waaruit bestond deze training? Het was niet wat men normaliter zou verwachten. In tegenstelling met de hedendaagse manier om mannen voor te bereiden op "de bediening", hebben de twaalf heel weinig geestelijke dienst verricht terwijl Christus op aarde was. Een kleine zending van een paar weken daargelaten, hebben de twaalf zich vooral met wereldlijke taken bezig gehouden, zoals het uitdelen van voedsel aan hongerige scharen, logies regelen tijdens de rondreizende bediening van de Heer, nieuwe bekeerlingen dopen en voedsel bereiden voor tijdens de reizen.

Christus leerde de twaalf te leven door Goddelijk levenskracht. Hij toonde hen iedere dag het model. Door Zijn voorbeeld toonde Hij hun de praktische kant van gebed, bediening, genezing, het tonen van medelijden, hoe conflicten te behandelen en vragen te stellen. Het belangrijkste deel van hun opleiding bestond er echter in ervaring op te doen in het gemeenschappelijk leven onder de Leiding van Christus.

Merk op dat de twaalf niet alleen met Jezus leefden maar ook met elkaar. Alhoewel ze het gemeenschappelijk leven deelden, werden ze toch enorm blootgesteld. De vleselijke begeerten lagen reeds op de loer en werd openbaar toen ze met elkaar in botsing kwamen. De schaduwkant van de sterke persoonlijkheden werd voor de Heer blootgelegd toen de twaalf elkaar bestookten (Matth. 8:25, 26; 17:19, 20; Mark. 6:52; 10:13, 14, 35-37,41; 14:29, 30; 16:14; Luk. 9:46, 54; 22:24).

Het was in deze driejarige periode van een intens, gedeeld leven met als centrum Jezus Christus dat de twaalf blootgesteld, getest en gebroken werden. Het was in deze gemeenschappelijke context dat ze onbetaalbare lessen kregen in verwantschap, verdraagzaamheid, geduld, lankmoedigheid, nederigheid, vergevensgezindheid en medelijden. ( Toevallig eisten deze lessen een extreem hoge prijs.) Toch was het juist het resultaat van deze ervaring die de twaalf uiteindelijk geschikt maakte in de handen van de Meester. Samengevat: het Galilese embryo van de ecclesia werd het Goddelijk oefenterrein voor de twaalf.

Een geboorte in Jeruzalem

Na drie jaar met de Zoon van God geleefd en Hem aanschouwd te hebben, werden de twaalf door Jezus uitgezonden om hun bediening, het stichten van ecclesiae, te beginnen (Matth. 28:18-20; Joh. 20:21). De twaalf discipelen waren de twaalf apostelen geworden. Na Zijn opstanding blies Jezus over hen en zij ontvingen de Kracht die ook Hem dreef (Joh. 20:22).

Eenmaal Jezus de twaalf volledig voorbereid had, verliet Hij hen (Joh. 14:28). Hij liet hen echter niet volledig alleen achter, Hij liet hen over aan de Heilige Geest (Joh. 16:7). (……….)

Voor Zijn hemelvaart gaf Jezus de twaalf een opdracht. Tien dagen later zond Hij hen de kracht om het werk te voltooien. Op Pinksterdag werd te Jeruzalem de ecclesia geboren en al snel werden drieduizend zielen toegevoegd. De fakkel was nu doorgegeven in de handen van de twaalf. Zij richtten de gemeente te Jeruzalem op door te getuigen van Jezus Christus herboren mensen te leren hoe ze met Christus moesten leven. Galilea had zich uitgebreid tot Jeruzalem. De twaalf hadden de nauwe band die zij hadden gehad met de Zoon van God doorgegeven aan de heiligen in Jeruzalem (Hand. 4:20; 1Joh. 1:1-3).

Tijdens de volgende drie jaar begon God een aantal mannen te selecteren die het leven binnen de ecclesia in Jeruzalem hadden ervaren. Deze mannen waren blootgesteld, vernederd, uitgetest en onbewust getraind in het samenwerken binnen het Lichaam. Zij verschenen als geschikte vaten in de handen van de Heer. Onder hen waren Stefanus, Philippus, Agabus, Silas, Judas en Barnabas. Deze mannen verschenen ten tonele in de eerste eeuw om zich aan te bieden als rondreizende dienaren. (Barnabas en Silas zouden later rondreizende werkers worden.)

Deze mannen engageerden zich echter niet vooraleer zij ten minste drie jaar ervaring in de ecclesia in Jeruzalem hadden opgedaan. Daarmee kwam de opleiding van die zes mannen nauw overeen met deze van de twaalf in Galilea.

Uitgedragen in de Egeïsche wereld

Het begon bij God in de eeuwigheid en werd overgedragen naar een Man te Nazareth. Het ontwikkelde zich als een embryo binnen een groep van twaalf mannen in Galilea en het werd geboren met de drieduizend bekeerlingen in Jeruzalem. Dit zelfde beginsel blijft onafgebroken voortduren door het hele Nieuwe Testament heen. Ongeveer twaalf jaar na zijn bekering werd Paulus van Tarsus, samen met Barnabas, door de Heilige Geest uitgezonden om de ecclesia op te richten.

Net zoals het het geval was met alle werkers die hen waren voorafgegaan, brachten Paulus en Barnabas een hele tijd door met het leren kennen van Christus in het kader van de ecclesia. Deze ervaring ging vooraf aan hun "uitzending" als rondreizende werkers. (Voordat ze uitgezonden werden, had Barnabas ongeveer acht jaar doorgebracht in de gemeente te Jeruzalem. Paulus had ongeveer vijf jaar doorgebracht in de gemeente te Antiochië.)

Paulus en Barnabas maken daarom deel uit van een grote menigte rondreizende werkers die uitgezonden werden nadat zij eerst werden voorbereid in de ecclesia. Interessant is dat net zoals de Vader de Zoon voorbereidde en uitzond, op dezelfde manier de Zoon de twaalf uitzond. De Geest bereidde Paulus en Barnabas voor en zond hen uit (Hand.13:4).

Dit beginsel eindigde echter niet met Paulus en Barnabas. Nadat hij was uitgezonden, voltooide Paulus de volgende, gekende werken: hij gaf model aan het Christelijke leven van zijn pasbekeerden (1Kor. 1:9; 11:1; 2Thess. 3:7-9), hij stichtte ecclesiae in Galatië, Macedonië, Achaje en Klein-Azië (Hand. 13-20) en hij trainde andere geroepen mannen om als werker te dienen (1Kor. 4:17; 1Tim. 1:2; 2:1-2).

Net zoals in het leven van Paulus, waren ook de mannen die Paulus trainde 1) geroepen door God, 2) voorbereid in het kader van de ecclesia waarin ze waren opgegroeid, 3) later werden ze uitgezonden door Paulus zelf onder de leiding van de Geest (Hand. 16:1-3; 19:22; 1Kor. 4:17; 1Thess. 3:1). Het Goddelijk beginsel: geroepen, voorbereid en uitgezonden, blijft onveranderd gelden door het hele Nieuwe Testament heen.

Nieuw zaad wordt geplant

Tot nu toe hebben we het Goddelijk principe bekeken hoe God "werkers" selecteert. Laten we nu onze aandacht richten op hoe deze werkers ecclesiae stichten.

In de eerste eeuw werden lokale ecclesiae in hoofdzaak geboren door het "planten van nieuw zaad". Het gebeurde als volgt: een werker werd door God gezonden (ondersteund door de ecclesia waarin hij opgroeide) naar een stad waar hij van Jezus Christus moest getuigen. Hij predikte niet over de vier-geestelijke wetten, niet over het plan tot redding of over de Christelijke godsdienst. Hij predikte over Jezus Christus en de volle betekenis van Zijn kruis. (Hand. 2:22-36; 8:5,12,35; 9:17-20; 10:38-43;11:19-20; 17:2-3; Gal. 3:1; 1Kor. 2:2; 2Kor. 4:5).

Door de boodschap van Christus ontstonden pasbekeerden. De werker leerde de jonge heiligen hoe te leven in eenheid met de pas ontdekte Heer. Hij leerde hen Christus kennen. Hij gaf hen de boodschappen door over Gods eeuwige voornemen. Hij plantte in hun geest hetzelfde "hemelse visioen" dat ook hij gekregen had.

Hij gaf hen ook de apostolische tradities door die hun oorsprong hadden bij Christus. Door het gesproken woord onthulde de werker de grootsheid en de allesomvattende persoonlijkheid van hun Heer. Het resultaat van zo’n bediening was dat zij overspoeld werden met de glorie van Jezus Christus. (Denk wel, de hedendaagse werker moet net dezelfde glorierijke, adembenemende openbaring uit zijn eigen geest putten, wil hij het mededelen aan de anderen.)

Daarna leerde de werker de gelovigen hoe te leven in eenheid met Christus. Hij toonde hen hoe ze gezamenlijk konden handelen onder Zijn leiding zonder menselijke, godsdienstige leiders. De werker zou de heiligen ook voorbereiden op de beproevingen in rechtbanken die hen te wachten stonden. Het resultaat van deze hemelse openbaring, zowel onmiddellijk als op lange termijn, was dat de heiligen liefde kregen voor hun Heer en voor elkaar.

Nadat de werker de heiligen ondergedompeld had in de hemelse openbaring van Gods eeuwige voornemen in Christus, deed hij het meest ondenkbare. Hij verliet de ecclesia en gaf ze volledig over in de handen van de Heer. In andere woorden, hij duwde de heiligen zachtjes uit hun nest en liet hen aan zichzelf over. Hij deed dit zonder een herder of een geestelijke in te huren, zonder zelfs oudsten aan te stellen. Meer nog, hij liet de ecclesia in haar kinderschoenen aan zichzelf over, zelfs in het vooruitzicht van hevige vervolgingen!

Volgens Nieuwtestamentische gewoonte zou de werker overal gewoonlijk vier tot achttien maanden blijven en de basis van de ecclesia leggen, vooraleer hij vertrok. Dit betekende dat Paulus en zijn medewerkers de ecclesia achterlieten toen zij juist begon te kruipen. Stilaan zouden zich, in de gemeente, ouderlingen profileren die later zouden worden aangesteld. Zij kregen echter nooit de taak over de heiligen te regeren.

Eenmaal vertrokken, verliet de werker de gemeente voor een lange periode, ergens tussen zes maanden en twee jaar. Wat moet Paulus een krachtig, vuurbestendig evangelie gepredikt hebben aan deze pasbekeerden. Wat moet hij een vertrouwen gehad hebben in de Verrezen Christus dat hij de gemeente, in zijn kinderschoenen, voor een lange periode kon verlaten.

Het duidelijke resultaat van deze alarmerende zet was dat het evangelie van de werker getest werd tot in de kern. Indien het overgeleverde evangelie inderdaad van Christus was, of zoals Paulus het stelde, als ze gebouwd was met goud, zilver en edelsteen, zou de ecclesia stand houden niettegenstaande de beproevingen die zouden komen (1Kor. 3:6-15). Dit betekende dat de broeders en zusters samen de Heer zouden blijven volgen, zelfs als er vuur op hen viel.

(De ecclesia zal altijd een crisis meemaken om haar fundament te testen. Ik heb dit de laatste tien jaar vele malen zien gebeuren.)

Indien het evangelie, dat de werker bracht, echter slechts van hout, hooi en stro was, dan zou het, op het moment van beproeving, volledig door het vuur verteerd worden. Indien de werker de ecclesia op de goede manier had gesticht, dan zou er, op een spontane manier vanuit de kern, alles ontstaan wat nodig was om te overleven. Op zijn tijd zouden er profeten, herders, evangeliepredikers en opzichters in de gemeente verschijnen.

Deze ontwikkeling is elementair voor elke vorm van leven. Zaad van een roos heeft in zijn kiem een stengel, bladeren en een bloemknop. Als het zaad geplant en juist gevoed wordt, zullen, op zijn tijd, deze kenmerken spontaan verschijnen. Als de ecclesia op de juiste manier gesticht is, zullen, op dezelfde manier, de vereiste gaven en bedieningen ten behoeve van de ecclesia zich spontaan binnen haar muren ontwikkelen – want ze zitten ingebouwd in haar DNA.

Omdat de ecclesia een organisme is en geen organisatie, ontwikkelt ze zich op een natuurlijke manier wanneer de stichter haar aan zichzelf overlaat. Deze visie op de ontwikkeling van de gemeente is in sterk contrast met de bestaande methode. Deze bestaat erin verschillende bedieningen en gaven aan te stellen op basis van een pro forma vasthouden aan een "NT-kerk-patroon". Dit is een mechanische methode die alleen een pathetisch en flinterdun beeld van de ecclesia zal voortbrengen. Deze benadering kan men vergelijken met het willen scheppen van een volgroeide roos door de stengel, de bladeren en de bloemblaadjes bijeen te brengen en hen dan met nylondraad samen te houden.

Het overplanten

Het principe van "nieuwe zaad wordt geplant" was de klassieke manier waarop men in de eerste eeuw een ecclesia stichtte. Sommigen hebben dit principe "de lijn van Antiochië" of "het principe van Antiochië" genoemd, omdat men het principe het duidelijkst kan zien in Handelingen 13 en verder, waar Paulus en zijn medewerkers vanuit Antiochië in Syrië uitgezonden werden om ecclesia in Zuid-Galatië, Griekenland en Klein-Azië op te richten.

Het was Paulus’ gewoonte het mysterie van Jezus Christus te prediken waardoor de ecclesia werd geboren. Hij voedde ze en rustte ze toe om te kunnen functioneren wanneer hij ze aan haarzelf overliet (Hand. 13-20). Alhoewel dit werk nu bijna niet meer gekend is, is God het op een kleine schaal aan het herstellen.

Een andere manier waarop ecclesiae in de eerste eeuw werden gesticht, was door "overplanten". Sommigen verwijzen naar deze methode als de "de lijn van Jeruzalem", "het principe van Jeruzalem" of eenvoudigweg "migratie". Volgens het Nieuwtestamentisch verslag werden de zaden van de gemeente te Jeruzalem, na een periode van ongeveer zes jaar, verspreid en overgeplant naar verschillende streken van Palestina. Door de vervolging, gingen de gelovigen in Jeruzalem verhuizen naar andere plaatsen waar ze dan weer samen kwamen om te vergaderen (Hand. 8:1-8; 11:19-21).

Bemerk dat de apostelen tenminste zes jaar na de geboorte van de ecclesia in Jeruzalem bleven. In het geval van Jeruzalem is het meer de gemeente die de werker verlaat dan de werker die de gemeente verlaat. Toch was het eindproduct hetzelfde: eenmaal het fundament gelegd was, bleven de heiligen alleen, zonder hulp van een werker.

Na deze tijdsperiode begonnen de twaalf rond te reizen en bezoeken af te leggen aan de pas opgerichte gemeenten in Judea, Galilea en Samaria. Bedenk wel dat, in de tijdsperiode van zes jaar waarin de apostelen de gemeente te Jeruzalem niet verlieten, de gemeente enorm groot was geworden. Haar ledenaantal bedroeg in de duizenden. Als gevolg daarvan had men meer dan tien "gezondenen" nodig om het fundament te leggen van deze gemeente. Al deze factoren maken Jeruzalem, de eerste ecclesia ter wereld, uniek.

Een van de belangrijkste kenmerken van de verspreiding uit Jeruzalem is dat alle heiligen het leven in de ecclesia ervaren hadden vooraleer ze verhuisden om nieuwe gemeenten te stichten. Op deze manier brachten ze hun ervaring met de ecclesia over naar deze streken en door het evangelie te prediken, werden nieuwe gemeentes geboren.

Belangrijk in al deze gevallen is, dat deze pas overgeplante ecclesiae de hulp ontvingen van werkers van buiten de gemeente – zelfs al waren ze niet rechtstreeks door een apostel gesticht (Hand.11:22). (Merk op dat de beeldspraak van planten en overplanten komt uit het organisch tuinieren, omdat de ecclesia een organisch, biotisch leven is – 1Kor. 3:6-8; 9:1-7. Daarom kan ze niet gestart worden maar moet ze geboren worden.)

De huidige situatie

Zowel "nieuw zaad planten" als "overplanten" zijn nauwelijks gekend. In de moderne institutionele kerk worden deze methodes om gemeenten op te richten nooit gezien.

In de typische institutionele kerk is de zogenaamde herder degene die de zogenaamde gemeenten plant (echt een menselijke organisatie door programma’s gedreven). De voorganger bestuurt de gemeente, leidt al zijn zaken en voert heel de bediening uit. Het ontmoedigende resultaat: het Hoofd van de gemeente, Christus is vervangen door menselijke handen, het leven als Lichaam wordt belemmerd en de gelovigen ervaren nooit de betekenis van Paulus’ woorden in Efeziërs 4:16: "… het Lichaam bouwt zichzelf op in liefde."

Hoewel de meeste, huidige voorgangers het nogal luidkeels hebben over het toerusten van de heiligen voor het bedieningswerk, zien we weinig of geen verwezenlijking van dit principe in hun bediening. De meeste voorgangers zouden erg beangstigd zijn bij het idee dat hun werk getest en hun evangelie op de proef gesteld zou worden. Laat één van hen zijn eigen gemeente voor zes maanden verlaten, zonder enig menselijke leiding, en hij zal de vruchten van zijn wekelijks zondagmorgensermoen zien. (We zullen niet spreken over zijn reactie als hij ziet hoe zijn salaris begint te verdwijnen!)

Deze verduidelijkende stap zou het volgende duidelijk maken: Stelde de dienaar Christus op zo’n revolutionaire manier voor zodat de gemeente weet hoe in eenheid met Hem te leven? Zijn de heiligen zodanig toegerust dat ze kunnen functioneren als een levend, ademend en bloeiend organisme in een gecoördineerde en gesynchroniseerde manier, zonder een menselijke helper of middelaar? Weten ze hoe ze Jezus Christus aan elkaar kunnen doorgeven zonder een menselijke leiding die hen vertelt wie wat moet zeggen? Is de gemeente zo met liefde vervuld jegens haar Heer en jegens elkaar dat ze weigert verdeeld te zijn zelfs in het vooruitzicht van de meest verschrikkelijke terechtstellingen?

Het antwoord is overduidelijk.

Indien iedere voorganger in Amerika nu zou doen wat Paulus deed en zijn gemeente overliet aan de absolute, functionele en praktische Leiding van Christus, zonder een menselijke hiërarchie over hen aan te stellen, dan durf ik te zeggen dat bijna elke gemeente zou ontbinden. Door deze test op de deugdelijkheid (de gemeente verlaten en ze volledig toevertrouwen aan de Verrezen Heer), zou de hele bediening van de moderne voorganger bloot komen te liggen. De test zou al vlug aantonen of zijn bediening van duurzame materialen was gemaakt of niet.

Het is interessant te zien dat dezelfde analyse toegepast kan worden op de mannen en vrouwen die een huisgemeente hebben opgericht. Wat zou er gebeuren als de stichter de huisgemeente alleen liet voor zes maanden tot een jaar, zonder er een menselijke leider over aan te stellen? Ik geef toe dat dit heel ophelderend zou zijn.

Het is namelijk zo dat wanneer iemand een huisgemeente sticht en er blijft, de heiligen automatisch op deze persoon gaan steunen. Hoe luid hij ook schreeuwt dat hij de "voorganger" niet is, de verbazende werkelijkheid is dat de heiligen automatisch naar hem zullen opkijken voor leiding. Niettegenstaande zijn beste bedoelingen, zal alleen al zijn aanwezigheid het leven als Lichaam belemmeren en het gemeenschappelijke leiderschap verhinderen.

Een terugkeer in de geschiedenis

Momenteel lijdt de zogenoemde "huisgemeentenbeweging" in erge mate doordat ze kolossaal faalt in de terugkeer naar de eerste beginselen. God heeft Zijn eigen manier om een Bruid voor Zijn Zoon klaar te maken. Dit begon bij de Persoon van God zelf toen Hij Zijn Zoon zond, de eerste apostolische werker, om Zijn gemeente te stichten (Joh. 4:34; Matth.16:18; Ef. 5:27).

Het is tragisch dat veel "huisgemeenten" de bediening van de rondreizende werker verwerpen. De reden is gedeeltelijk historisch. In de late jaren 60 en de vroege jaren 70 begon, in de Verenigde Staten, deze beweging van God buiten het bestaande godsdienstige systeem. Er werden ontelbare bekeerlingen gemaakt gedurende deze periode. Velen begonnen samen te komen, zonder geestelijken, in de primitieve eenvoud van huizen. De meeste van de "huisgemeenten" bestonden uit jonge mensen.

Bijgevolg voelden veel geestelijke leiders zich geroepen stabiliteit te brengen in deze groeiende beweging. Een groot aantal van deze mannen verlieten hun positie als geestelijke op zondag om onmiddellijk, op maandag, de leiding te nemen in deze nieuwe beweging.

In een zeer korte tijdsperiode introduceerden ze in deze eenvoudige groepen een soort discipelschap dat stilaan al het leven uit hen wegkneep. Niettegenstaande hun motieven edel waren, brachten ze onnoemelijk veel schade toe aan de echte beweging van God. De jonge bekeerlingen die vroeger geen menselijke leiding kenden, brachten nu internationale bewegingen voort, gesteund op wetmatigheid en autoriteit. Vele heiligen waren er kapot van. Er kwamen veelvuldige gemeentesplitsingen. Levens van christenen leden schipbreuk op de klippen van het perverse beginsel van autoriteit. Gods werk werd verstikt door mensenhanden.

Hoe kon dit toch gebeuren? Vooral omdat deze leiders niets wisten van Gods manier om werkers op te leiden. Ze hadden geen enkele dag doorgebracht in een ecclesia als niet-leider. Ze waren noch getraind, noch gezonden.

Het klokje tikt

Tijdens de late jaren 80 en de vroege jaren 90 was dit land getuige van een tweede onrust buiten de georganiseerde kerk. Op dat moment werd de uitdrukking "huisgemeentenbeweging" geboren. Anders dan bij Gods eerste beweging, waren de meeste mensen in deze beweging geen jeugd maar van middelbare leeftijd. Weinigen waren pasbekeerden. De meeste waren christenen die zich hadden afgescheiden van de institutionele kerk. Zij verlieten hun heilige gebouwen. Zij dumpten hun voorgangers. Zij begonnen te vergaderen in huizen.

Als reactie op de fouten van de eerste beweging, keek men, tijdens deze tweede beweging, met argusogen naar elke vorm van rondreizende gemeentestichting. De beweging was in de greep van een geest van absolute gelijkheid, zodat er geen nood was aan hulp van buitenaf. Gemeenschappelijk dacht men zo: "We hebben geen gemeentestichters nodig. We zijn allen gelijk in Christus. We hebben geen rondreizende bediening nodig, in welke vorm dan ook. Iedereen kan een huisgemeente oprichten." Jammer genoeg is deze denkwijze nog gangbaar in onze tijd. Degenen die dit idee aangenomen hebben, zijn onwetend over zijn oorsprong.

Het gevaar van deze eerste "huisgemeentenbeweging" zat hem in het feit dat Gods volk geen onderscheid toonde in het verwelkomen van rondreizende dienaren. Zij aanvaarden een groep ongeteste mannen. Geen van hen had enig tijd doorgebracht in de context van een bestaande huisgemeente. In plaats daarvan behielden deze dienaren hun geestelijke status. Zij verwisselden gewoon de omgeving van bediening van de basiliek naar het huis. Ironisch genoeg waarschuwt de tweede brief van Johannes juist voor dit probleem. We ontdekken daar Johannes’ waarschuwing aan een plaatselijke gemeente om geen ongeteste werkers te aanvaarden.

Jammer genoeg werd de tweede "huisgemeentenbeweging" geplaagd door het tegenovergestelde probleem. Het faalde in het aanvaarden van degenen die God werkelijk had gezonden. Het is interessant te zien dat juist de derde brief van Johannes over dit probleem handelt. Johannes maakt melding van Diotrefes die de reizende werkers, die Johannes gezonden had om in de gemeenten te dienen, niet wilde ontvangen.

Het vergeten hoofdstuk

Het Goddelijk beginsel van de externe, rondreizende werker is het vergeten hoofdstuk in de geschiedenis van de eerste eeuw. Het is het verloren patroon van de Nieuwtestamentische gemeente. Het is de verwaarloosde bediening van het Lichaam van Christus. Toch komt dit patroon in de Bijbel veel meer voor dan de teksten over huisvergaderingen, meervoudige ouderlingen, open-deelname-vergaderingen en over iedere andere vorm van vergaderen die degenen die in huizen samen komen, verdedigen met hoofdstuk en vers.

Willen we een rijkere beleving kennen van het Lichaam van Christus, dan moeten we terugkeren naar de eerste beginselen van Gods werk. Als we dit niet doen, dan zal Gods eeuwige voornemen een groot verlies leiden. Ongetwijfeld zullen we blijven zien dat kleine groepen Christenen de georganiseerde kerk verlaten, samen komen in huizen, in gemakkelijke zetels zitten en spreken bij koffie en koekjes.

Dit is echter maar een flauw afkooksel van het majestueuze, ondoorgrondelijke, eeuwige voornemen dat God Zijn volk gevraagd heeft uit te werken. Namelijk dat zij Jezus Christus in al zijn volmaaktheid zichtbaar zouden maken op de gehele planeet en dat Zijn volk een zou worden met Hem – het mysterie der mysteries!

In het licht van de schrikbarende aard van Gods bedoeling hebben we vooral mannen nodig die door God geroepen zijn en werden opgeleid in het huis van de Heer. Gebroken en beproefde mannen. Mannen die eerst een ecclesia-leven geleid hebben als eenvoudige broeders vooraleer ze een huisgemeente durfden starten. Mannen die een diepe en levende kennis hebben van Jezus Christus. Mannen die een diepgaand inzicht hebben in het mysterie van God. Er is nood aan mannen die deze openbaring met een opvallende visie en een meeslepende kracht aan anderen kunnen doorgeven.

De dringende noodzaak is dat deze mannen wachten totdat God hen traint en zendt. Eenmaal ze gezonden zijn, zullen ze de ecclesia stichten, net zoals de werkers in de eerste eeuw dit deden – door ze toe te rusten en daarna over te laten aan de Heilige Geest!

Ook moet het Lichaam van Christus de rol van dergelijke mannen erkennen. Mogen de enorme aantallen moderne Christenen die de institutionele Christenheid verlaten, hun nood voor rondreizende werkers inzien en ophouden hun door God gegeven beheer te negeren (1Kor12:18-21,28; Ef. 4:7-16

Een somber verzoek

Vandaag is een dag van herstel en genezing. Het is echter ook een dag van onderhoud en verbeteren. Het herstel van het gemeenschappelijk getuigenis van Gods volk is echter geen kleine zaak. Alhoewel er, vandaag de dag, geen tekort is aan Christenen in Amerika, is er een schrijnend gebrek aan gemeenschappelijk getuigenis. Gods grootste verlangen is een volk veilig te stellen, op iedere plaats waar een zichtbare, te lokaliseren, geografische gemeenschappelijke uitdrukking van Zijn Zoon op een fundamentele wijze gesticht en samen gesteld is (Kol. 2:2,19; Ef. 2:21-22; 4:16; 1Pe .2:5).

Christenen die de institutionele kerk verlaten hebben, ongeacht hoe lang geleden zij gered werden, zullen een moeilijke tijd kennen om met andere christenen in een van gezicht-tot-gezicht gemeenschap om te gaan, zonder menselijke leiding. Een werker die het leiderschap van Christus erkent – die het echte ecclesia-leven heeft ervaren in al zijn glorie en moeilijkheden – en die gebroken is geweest door het kruis – is een onontbeerlijke hulp om gelovigen te leren vergaderen onder het directe leiderschap van Christus.

Ik ontvang iedere week brieven van christelijke mannen die vroeger een of andere leidersrol hadden in de institutionele kerk. Ze hebben mijn boeken gelezen en denken nu (verkeerdelijk) dat ze, op zichzelf, een huisgemeente kunnen starten. Na een tijdje schrijven ze me omdat ze hulp nodig hebben. Zij zijn tot de conclusie gekomen dat de huisgemeente die zij gesticht hebben niet overeenkomt met wat zij gelezen hebben. De mensen zijn afhankelijk van hen. De meesten zijn passief. Zij weten niet hoe te functioneren onder het leiderschap van Christus.

De oorzaak is eerder eenvoudig. Deze mannen hebben nooit tijd doorgebracht als niet-leider in een gemeente naar eerste-eeuws patroon. Ze hebben nooit uit de eerste hand ervaren wat het ecclesia-leven inhoudt. Ze hebben nooit ontdekt wat het betekent Christus in de diepte te kennen in een gemeenschappelijke setting. Ze hebben nooit ervaren hoe een groep christenen, zonder formeel leiderschap, beslissingen neemt. Of hoe dezelfde groep gelovigen de onzichtbare Leiding van Christus in een vergadering kan volgen zonder groepsleider. Hoe zouden deze mannen dan ooit deze dingen kunnen doorgeven aan anderen?

Na dit alles, zou ik willen eindigen met een verzoek.

Dierbare christen die wil vergaderen volgens de manier van de eerste eeuw: Als u zich strikt wil houden aan het verslag in het Nieuwe Testament hoe de vroege kerk samen kwam, hoe kunt u dan het Nieuwtestamentisch patroon over hoe de gemeente werd gesticht, verwerpen!?

Als u zich verplicht voelt de beginselen van het Nieuw Testament te aanvaarden inzake orde in de gemeente, hoe kunt u dan tegelijkertijd het beginsel over de gemeentestichting verwerpen!?

Lieve christelijke broeder die een huisgemeente heeft gesticht: Bent u bereid uw bediening en uw werken neer te leggen opdat de Heer kan ontvangen wat Hij verlangt? Bent u nederig genoeg te erkennen dat u niet weet waaraan u bezig bent? Bent u verstandig genoeg om te begrijpen dat u Gods volk eerder schade toebrengt dan ze te helpen? Zo lang u in deze groep blijft zal de gemeente naar u opkijken voor leiding. Zelfs als het niet uw wil is. Alleen al uw aanwezigheid staat het Leiderschap van Christus in deze groep in de weg.

Ik spreek tot uw geweten: Waarom zou u het niet allemaal neerleggen en een huisgemeente zoeken die samenkomt rond Jezus alleen. Word een eenvoudige broeder in deze gemeente. Ga daar om Christus en de gemeente uit de eerste hand te leren kennen. Bent u echt geroepen als een werker, dan zal dit zich, op zijn tijd, uitwijzen. Dan zult u uitgezonden worden met de ondersteuning en goedkeuring van de Heilige Geest en de gemeente.

Ik wil het nog eens nadrukkelijk zeggen. Als u God u laat trainen overeenkomstig Zijn manier, is dat veel meer waard dan wat u zou kunnen verliezen als u dit pad inslaat. Het zou kunnen betekenen dat u moet verhuizen naar een andere stad om een uitdrukking van de gemeente te zijn. U zou uw trots en prestige kunnen verliezen. Maar is de vooruitgang van het werk van de Heer (en niet het uwe) dit niet waard? Is het echte helpen van Gods volk in de toekomst dit niet meer dan waard?

Als u een van de zeldzame zielen bent die de moed heeft om deze vragen rechtuit te beantwoorden, dan zult u de resultaten volgens het Nieuw Testament beginnen te zien. U zult er gespaard van blijven nog een toer in de wildernis te maken.

---------------------------------------------------------------

Uitgegeven door:

Vrije Christenen
Th. De Cuyperstraat 155/13
B-1200 Brussel – België

Wenst u te reageren op dit artikel of hebt u vragen? Mail ons dan: Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

U kunt vele andere artikelen vinden op onze website.

 

Developed by: Innovation WEB

 
spacer.png, 0 kB