|
Een nieuw boek van Eddie Gibbs. En wat voor een! Wow! In ‘Church Next’ is een man aan het woord die de kerk van Amerika en Europa door en door kent. Bijna een kwart eeuw doceert hij Gemeentegroei in Pasadena, Californië. Regelmatig pendelt hij op en neer tussen de Verenigde Staten en zijn geboorteland Engeland. Hij diende de kerk als leraar, schrijver, zendeling en in het leidersteam van een gemeente. Hij kent als geen ander de klippen, die Gemeentegroei moet omzeilen, maar ook de veilige haven.
Met ‘Church Next’ beschrijft hij (samen met Ian Coffey, wiens aandeel er uit bestond dat hij de tekst heeft aangevuld met gegevens van deze kant van de Atlantische Oceaan) de stormen waar de kerk doorheen moet zien te navigeren. Deze stormen vormen de scheidingslijn tussen twee heel verschillende werelden, die van de moderniteit en de postmoderniteit. In negen hoofdstukken wordt zo’n beetje de hele ecclessiologie behandeld. Met een breed scala van onderwerpen: van markgerichte naar missionaire gemeente; van bureaucratische hiërarchieën naar apostolische netwerken; professionals versus mentors, diensten voor zoekenden; de netwerkende gemeente; evangelisatie. Aan het eind van elk hoofdstuk staan een aantal vragen voor ‘een eerlijke evaluatie van het gemeenteleven’.
De ondertitel van het boek luidt: Quantum changes in Christian ministry. Het gaat over het quantumtijdperk. Een definitie daarvan luidt: ‘De relatie tussen de delen bestaat uit onzichtbare velden die de ruimten daartussen opvullen en die we alleen kunnen waarnemen vanwege hun effecten.’ Dat is de wereld waarin de kerk haar boodschap moet verkondigen. Maar: de kerk leeft voor een groot deel nog in de tijd van het modernisme, met zijn zekerheden. Ze heeft te weinig oog voor de wereld van cyberspace. De postmoderne tijd is onvoorspelbaar en vraagt snelle antwoorden. Wie niet meekomt, raakt buitenspel. Zo hard is het.
‘De kerk is altijd potentieel één generatie verwijderd geweest van verdwijnen’ zegt het boek. Ik heb moeite met zo’n uitspraak. De belofte in de Bijbel is toch dat de gemeente zich altijd zal handhaven. Maar aan de andere kant: zo’n prikkelende zin houd je wel scherp!
Er is al heel wat geschreven over het postmodernisme. Het onderwerp raakt wat ‘uitgekauwd’. Het zou jammer zijn als daardoor het boek van Gibbs en Coffey terzijde wordt gelegd. ‘Church Next’ is het resultaat van jarenlang nadenken en gesprekken met leiders van over de hele wereld over de ecclessiologie. Het boek kraakt heel wat harde noten, bijvoorbeeld over diensten voor zoekenden, de vorm van veel hedendaagse erediensten en leiders die hun tijd niet meer verstaan. Het boek laat je af en toe wel even slikken. Ook de propagandisten van Gemeentegroei! Maar dat recht hééft Gibbs!
Geen bevoorrechte positie
De kerk heeft niet meer de bevoorrechte maatschappelijke positie van vroeger. Zij bevindt zich in een zendingssituatie. En om echt missionair te zijn, zal ze zich van veel ballast moeten ontdoen! Hoe groot is de schadelijke invloed die de omringende cultuur en het modernisme de kerk hebben toegebracht! De kerk dient de cultuur te beïnvloeden en niet andersom! Maar, zegt Gibbs, de schade is niet onherstelbaar. Wil de kerk weer volop missionair worden, dan dient ze een beweging te worden. Dat vraagt om niet minder dan een revolutie! Het volstaat niet met het kopiëren van succesvolle mega-gemeenten. Dat was vaak toch al een ‘mission impossible’! Gibbs wijst erop dat de spraakmakende mega-gemeenten in buitengewone situaties zijn ontstaan: Ze zijn ongeschikt voor gemeenschappen met een oudere bevolking en evenmin in multiraciale samenlevingen. Het alternatief voor een gemeente die wil blijven bestaan is een missionaire gemeente worden! Gibbs geeft daar vier kenmerken van: - Trouw aan de geestelijke erfenis
- Geïnspireerd door de hoop op Christus’ wederkomst
- Relevantie voor haar omgeving
- Trouw aan het Evangelie

Kernvraag is: hoe wordt een gemeente missionair? Hoe komt ze los van steeds maar weer herhaalde programma’s, en van ‘het op de winkel passen'? Missionair word je niet door alleen maar bordjes te verhangen. Daarvoor is een diepe motivatie nodig. Hoe hoog staat de Grote Opdracht op de prioriteitenlijst?! De gemeente die missionair wil worden, redt het niet met een cursus hier, een veelbelovende methode daar. Als een gemeente doorgaat alsof er niets is veranderd, dan mist zij de passie om een beweging te worden!
De kerk is in de marge van de samenleving beland, en zal van daaruit moeten werken. Gibbs gebruikt het liminaliteitsconcept. Dat is een proces dat een instituut (de kerk, bijvoorbeeld) naar de marges drijft, waar zij weer haar ware karakter kan ontdekken, om dan opnieuw haar plaats in te nemen. Met vernieuwde waarden, waarmee ze weer volop haar partij kan meeblazen.
De kerk moet loskomen uit de gevangenis van de moderniteit. Een hernieuwde kerk kan weer volop missionair zijn in een postmoderne wereld. ‘De gemeente in de postmoderne tijd moet er op zijn voorbereid te getuigen vanuit een kwetsbare positie, in de marges van de samenleving, zoals ze dat ook deed in de eerste twee eeuwen van haar bestaan.’
Diversiteit en paradoxen
Hoe ziet deze nieuwe missionaire gemeente er uit? Wat staat haar te doen? De gemeente in de postmoderniteit dient rekening te houden met de diverse generaties en groepen. Discipelschap beleefd in authentieke groepen is één van de doelen van de gemeente-nieuwe-stijl. We moeten rekening houden met diversiteit en paradoxen. Dat zal niet gemakkelijk zijn. Totnutoe nodigde de kerk uit: kom naar ons toe! Die houding zal zij moeten laten varen. De kerk moet weer gaan infiltreren, zegt Gibbs.
Een missionaire gemeente vraagt ook om een nieuw type leider. Die moet aangeven hoe de gefragmenteerde groepen van de samenleving bereikt moeten worden. Hier laat ‘Church Next’ een waarschuwing horen. ‘Over het algemeen zijn degenen die níet de macht in handen hebben, zich het meest bewust van de culturele omslag van modernisme naar postmodernisme... Zij die verantwoordelijkheid dragen voor het overleven van hiërarchieën en plaatselijke gemeenten, hebben de neiging te veel bezig te zijn met besturen om een nieuwe koers uit te kunnen zetten... We moeten erkennen dat God wel eens belangrijke dingen tot de kerk kan spreken door complete outsiders.’
Leiders: laat hier geen stilte vallen! Want: ‘Ontkenning is het slechtste antwoord’.
Van bureaucratie naar apostolisch netwerk
De overgang naar de postmoderniteit heeft een enorme invloed op de ecclessiologie, de leer van de gemeente. Het is vaak een gevecht om te overleven. Maar een defensieve houding is niet voldoende. Het nieuwe tijdperk vraagt om de hiërarchische mentaliteit los te laten en in netwerken te denken. Dat wil niet zeggen dat God de traditionele denominaties opgeeft, zeggen Gibbs en Coffey. ‘Maar ze kunnen niet intact blijven... Als structuren alleen maar dienen om de zaak onder controle te houden, dan is het identiteitsprobleem waarschijnlijk onoverkomelijk. Maar als de verticale structuren kunnen worden ontmanteld, en op die manier middelen en personen beschikbaar komen om de gemeenten te dienen, diversiteit te respecteren en een veelheid aan modellen tot stand te laten komen, dàn kunnen structuren een belangrijke rol blijven spelen.’
Platte organisatiestructuren
Met het quantumtijdperk is de tijd van de netwerken aangebroken. Hiërarchische structuren passen daar niet meer in. De zogenoemde Nieuwe Gemeenten - ook wel: Apostolische Gemeenten - hebben dit beter opgepakt dan traditionele gemeenten. Daar verzamelen sleutelpersonen de nodige gegevens, nemen besluiten en gaan snel tot actie over. ‘Sommige netwerken hebben een consensusstijl voor het nemen van besluiten. Andere lijken erg veel op een postmodern, gedecentraliseerd, relationeel paradigma.’ In netwerkorganisaties is gezag gebaseerd op relaties, niet op status of positie.
Dat vraagt een grote omschakeling van leiders. ‘Vooral van degenen met een controlerende instelling, die de neiging hebben zichzelf met ‘klonen’ te omringen, of met mensen met mindere capaciteiten die geen bedreiging voor hen vormen.’ Netwerkende gemeenten bestaan uit ‘bedieningsteams’, die zichzelf ook weer opheffen als ze niet meer nodig zijn, terwijl andere weer worden gevormd rond mensen die een nieuwe behoefte op het spoor zijn gekomen.
De Amerikaan Leith Anderson stelt: ‘Zolang een netwerk aan onze behoeften voldoet, gaan we ermee door, in de wetenschap dat we de vrijheid hebben er elk gewenst moment uit te stappen. Netwerken hebben gewoonlijk een losse organisatie met een eenvoudige structuur, grote flexibiliteit en een tijdelijk bestaan.’ Per definitie is een netwerk een systeem met een open eind. Hoe groter het netwerk, des te meer kans op groei. Groei ontstaat vaak aan de ‘randen’ en niet in het centrum. Een netwerk lijkt op een celsysteem waar elke cel een genetische code heeft voor voortgaande reproductie.
Maar veroorzaken zulke ingrijpende veranderingen geen chaos? ‘Zijn de uitdagingen om tot een netwerk te komen al groot, nóg groter is de uitdaging voor een gemeente, die van een gecentraliseerde, programmatische opzet, een netwerkende gemeente wil worden.' Gibbs en Coffey citeren William Eusum, die erop aandringt dit proces tijd te gunnen. In de overgangsperiode adviseert hij twee systemen naast elkaar operationeel te laten zijn.
Voorzichtig met marketing
Gibbs en Coffey wijzen marketing door de kerk niet af. Zij maken onderscheid tussen gemeenten die zoekenden binnen halen, en de ‘market-driven’ gemeenten die groeien ten koste van kleinere gemeenten. ‘Welk percentage mensen van een groeiende gemeente verliet de vorige gemeente om een passieve, consumentgerichte mentaliteit in te ruilen voor een toegewijde en vruchtbare instelling...?’ Een gemeente kan weinig geestelijk leven hebben en toch groeien in ledental en invloed, door een populistische aanpak. Maar de klant hoeft echt niet altijd koning te zijn! Zo'n gemeente wordt al snel manipulatief.
Terecht wijzen de schrijvers er op dat er geen technische oplossing bestaat voor elk probleem. ‘Bij het brengen van het evangelie moeten we niet alleen uitgaan van de effectiviteit van onze technieken, maar vertrouwen op haar inherentie kracht.’
In het hoofdstuk: ‘From attracting a crowd to seeking the lost’ (Van het aantrekken van een gehoor naar het zoeken van het verlorene) zeggen de schrijvers: ‘Als gemeenten nog invloed willen uitoefenen, zullen ze zichzelf enkele radicale vragen moeten stellen over hun eigen identiteit... Verandering naar een missionaire gemeente komt niet door betere marketing of een opgepoetst zelfbeeld. Dat vraagt om een transformerende ervaring met God en een diepere beleving van de Bijbel...’
De schrijvers laten ook de eredienst niet ongemoeid. Dat is geen entertainment, of een opkikker om de problemen van de komende week aan te kunnen. ‘De eredienst kan al die elementen bevatten, maar het voornaamste doel is God Zelf.'
‘De kerk moet binnenstebuiten worden gekeerd, om degenen die buiten staan binnen te krijgen.’ is de uitdagende stelling. ‘Church Next’ is geen gemakkelijk boek. De stijl is academisch, en van hoog niveau. Een boek voor infiltranten met durf!
‘Church Next’, Inter-Varsity Press, Leicester (Eng. ed., 2001) ISBN 0-85111-544-6
Door: Jan Radder, Bron: Bulletin voor Gemeentegroei.
(Het Bulletin voor Gemeentegroei verschijnt 4x per jaar. Een abonnement kost 14,50 euro. Opgave: tel. 0343-415741 of
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
)
|