|
Wel eens gehoord van de 20/80-regel? Dat is wanneer 20 procent van de mensen in een gemeente 80 procent van het werk doet. Wie bij de 20 procent horen is eenvoudig te bepalen. Dat zijn degenen die de gemeente ‘dragen’, de werkers, de toegewijden, kortom de ‘ruggengraat’. Iedereen ziet dat ze bezig zijn. Maar wie vormen de 80 procent? Dat is veel moeilijker aan te duiden. Vooral ook omdat het zo’n diverse groep is. Het varieert van mensen die inactief zijn tot mensen die wel eens actief zijn. Er bestaat een instrument om de mate van deelname in een gemeente aan te duiden: de cirkels van toewijding.
De ‘cirkels van toewijding’ vijf concentrische cirkels, staan voor de verschillende niveaus van toewijding en geestelijke volwassenheid van de leden van de gemeente. Wanneer iemand zich naar het midden beweegt zal zijn toewijding groeien. Buitenstaanders worden bezoekers. Bezoekers worden leden; leden worden discipelen die met hun gaven taken gaan uitoefenen. De vraag is natuurlijk: hoe worden mensen meer toegewijd. Hoe komen ze van de buitenste cirkel naar de kern? De route loop via evangelisatie naar assimileren, vormen, toerusten, trainen. De weg tussen bekering en volledig discipelschap. Daarover later meer. Maar velen blijven onderweg steken? Wat zijn de oorzaken? Dat kunnen er ongelofelijk veel zijn. Denk aan de gelijkenis van de zaaier (Matteüs 13:1-9; Marcus 4:1-20 en Lucas 8:4-15). Jezus noemt hier verdrukking, vervolging, zorg van de wereld en het bedrog van de rijkdom. Jezus wijst ook op de duivel die onkruid zaait. Gebondenheid weerhoudt mensen er van zich toe te wijden. Er zijn ook externe barrières die toewijding en geestelijke vernieuwing tegenhouden. We kennen in gemeentegroei het groeitrapezium met acht kenmerken. Die helpen een gemeente goed te functioneren en gezond te blijven. Een daarvan is liefdevolle gemeenschap, een heel belangrijke factor in een gemeente. Waardoor mensen een ‘cirkel verder’ kunnen komen. Maar dat groeitrapezium heeft een nare tegenhanger: een zogenoemd schaduwtrapezium. Ook met acht kenmerken: onduidelijkheid, inconsequentie, spanning, structurele zwakte, formalisme, incommunicabelheid, kilheid, apathie. En of die toewijding belemmeren! De grootste hindernissen zijn niet zaken maar mensen. Hoe kun je ‘moeilijke’ mensen tot medewerkers maken, tot toewijding brengen? In persoonlijke gesprekken. Een immens karwei, maar het loont de moeite. Breng de groep die de tachtig procent vormt in kaart. Geen sleutel voor elk slot Nu kunnen schema’s en diagrammen op papier heel aardig lijken, maar hoe werken ze in de praktijk? Wie is wel en wie niet toegewijd? Een delicate vraag. De cirkels 4 (toegewijden) en 5 (de kerngroep) vallen buiten beschouwing. Het gaat om de cirkels 2 (de bezoekers) en 3 (de leden). Om deze groepen actiever, meer toegewijd te maken dient de gemeente training aan te bieden. De meeste gemeenten bieden die aan in de vorm van fundamentcursussen of invoegstudies. Maar dan wordt het vaak stil... Discipelschapsvorming, rentmeesterschap zijn onderwerpen die veel minder op de agenda staan. Laten we eens kijken naar een gemeente die dat wel doet. De Saddleback Valley Community Church in Orange County, Californië. ‘Er bestaat niet zoiets als een enkele sleutel die op elk slot past om tot groei van de gemeente te komen. De gemeente heeft niet de roeping om zich tot één zaak te beperken; zij is geroepen om vele dingen te doen’ zegt Rick Warren, de hoofdvoorganger van deze gemeente in zijn boek ‘The Purpose Driven Church’. Warren vergelijkt de gemeente in zijn boek met de verschillende systemen in het menselijke lichaam, ademhaling, bloedsomloop, het zenuwstelsel, spijsvertering enz.. Alle organen en systemen in het lichaam moeten in balans zijn. Onbalans betekent ziekte en storing. Ook de gemeente kent ‘systemen’. Warren noemt er vijf: evangelisatie, aanbidding, gemeenschap, vorming en bediening (taken). In Saddleback concentreert het gemeenteleven zich rond twee eenvoudige concepten die voor balans moeten zorgen. De genoemde vijf ‘Circles of Commitment’ (cirkels van toewijding) en ‘The Life Development Process’ (zeg maar de geestelijke reis die iemand doormaakt). De cirkels staan voor een verschillend niveau van toewijding, variërend van erg weinig (af en toe de diensten bezoeken) tot erg hoog (toepassen van geestelijke gaven in het dienen). De samenleving is de eerste cirkel waar Saddleback zich op richt. Het is de grootste cirkel met de meeste mensen. Deze groep wordt aangeduid met ‘onkerkelijken, bezoekers die af en toe komen’. In de tweede cirkel bevinden zich de ‘regelmatige bezoekers’ die elke week de dienst bezoeken. Dit kunnen zowel gelovigen als niet-gelovigen zijn. Ze hebben nog maar minimale toewijding, maar het is een groep met mogelijkheden. Een buitenstaander kan alleen maar worden overtuigd door een waarachtige eredienst. In Saddleback zijn ze er van overtuigd dat wanneer iemand regelmatig in de dienst is, het een kwestie van tijd is dat hij tot geloof zal komen. Is het zover dan is het volgende doel voor hem het lidmaatschap van de gemeente. Cirkel 3 zijn de ingeschreven en gedoopte leden van Saddleback. Van bezoekers zijn ze gepromoveerd tot mensen die deel zijn van de gemeenschap. In Saddleback wordt dit beschouwd als een zeer belangrijke stap in het toewijdingsproces. De stap van ‘believing’ (geloven) naar ‘belonging’ (er bij horen). Lid zijn betekent gedoopt zijn en klas 101 (een kennismaking met S.) te hebben gevolgd en te hebben getekend voor het lidmaatschap. Wat is de waarde van het lidmaatschap? In Saddleback vinden ze dat als een gemeente meer ingeschreven leden heeft dan er gemiddeld mensen in de zaal zitten, zij de betekenis van lidmaatschap nog eens moet overwegen. Het bezoekerstal moet 25 procent hoger zijn dan het aantal geregistreerde leden. De op een na binnenste cirkel zijn de mensen die groeien in het geloof, financieel bijdragen, maar nog geen taak op zich hebben genomen: de toegewijden. Zij volgen klas 201 ‘Discovering Spiritual Maturity’ (wat is geestelijke volwassenheid). Zij ondertekenen ook een soort contract waarin staat dat zij een dagelijkse stille tijd hebben, tienden van hun inkomen afdragen en actief zijn in een kleine groep. De kern is de kleinste groep en hij vergt de grootst mogelijke vorm van toewijding. Het zijn de werkers en de leiders die anderen dienen. Ze vormen het hart van de gemeente. Klas 301 helpt mensen van de kern van de gemeenten bij het vinden van een bediening of taak in de gemeente. - De diamant Het tweede concept, de ‘diamant’ is een versie die al vele malen met succes is toegepast in gemeenten. Het is in 1977 voor het eerste verschenen in ‘Discipler Magazine’. Dit diagram beeldt de vorming en de invoeging van een gemeentelid uit vanaf het moment dat hij zich bij de gemeente voegt. Van weinig of geen toewijding tot volledig discipelschap. Nog een voorbeeld hoe van toeschouwers medespelers kunnen worden gemaakt. Linus J. Morris beschrijft het in zijn boek ‘The High Impact Church’. Ook hij kent ‘Cirkels van toewijding’. De buitenste cirkel, de gemeenschap of samenleving bestaat uit A- en B-gelovigen en nominale christenen zonder gemeente die in de invloedssfeer van de gemeente wonen. De gemeente zou moeten evangeliseren om deze groep te bereiken. De tweede ring van buiten af gezien bestaat uit nieuwkomers die mee gaan doen met de kleine groepen in de gemeente en andere activiteiten. Hier is het actiepunt deze groep duidelijk te maken wat toewijding aan Christus inhoudt en hoe ze zich kunnen invoegen in de gemeente. De derde groep, de leden, heeft zich toegewijd. Deze groep in de gemeente volgt onderwijs en dient te groeien naar de geestelijke volwassenheid. Wil deze categorie verder komen dan dienen zij te worden toegerust om nog effectiever te kunnen werken. De toegewijden hebben hun taak in de gemeente opgepakt en staan in de bediening. De mensen die de kern vormen zijn de leiders en toerusters. Ook dat is niet hun eindpunt. Training om anderen te kunnen trainen is hier het motto. Het pad naar groei Wat komt iemand tegen op zijn pad naar geestelijke groei? Morris toont in zijn boek zo’n weg. Stap voor stap voert het iemand van binnenkomst in de gemeente tot een toegewijd volgeling van Jezus Christus.
Het pad naar geestelijke groei
|
| Nieuwkomer (bezoekt alleen de samenkomst-en)
| Lerende (ingeschreven als lid) | Werker (toegewijd) | Toeruster (kerngroep) | Doel | Verwelkomen en proberen mee op weg te nemen | De fundamenten van het geloof onderwijzen; mobiliseren voor evangelisatie
| Toerusten om gaven te ontdekken en anderen te dienen | Trainen om anderen toe te rusten | Stap
| 1 | 2 | 3 | 4 | Actie | Komt naar de diensten; in contact brengen met andere gelovigen | Beginnen met discipelschapstraining | Gaventest aanbieden; neemt taak op zich | Toerusten van de nieuwkomers, deelnemers aan fundamentcursus en de werkers; doorstromen naar assistentschap |
Kleine groepen zijn de beste plaats voor het vormen van vriendschappen!Stap 1: Gezonde gemeenten zorgen er voor dat nieuwkomers zich snel thuis voelen. Des te kleiner wordt de kans dat ze afhaken. Ze beseffen dat de verantwoordelijkheid voor invoegen bij de gemeente ligt en niet bij de nieuwkomers. Assimilatie zal sneller gebeuren als iemand al vrienden heeft in de gemeente of dat ze die snel maken. Stap 2. De meest cruciale tijd in het leven van een nieuwe gelovige begint na een half jaar en duurt zo'n anderhalf jaar. In deze periode leren nieuwkomers het meeste over christelijke levensstijl. Onderwijs, bemoediging en zorg zijn van het grootste belang in deze fase. Om te leren wat discipelschap betekent zou de nieuwe gelovige kunnen worden 'gekoppeld' aan iemand die al langer lid is. In deze fase past onderwijs over verlossing, het karakter van God, de persoon van Jezus, het werk van de heilige Geest, het gezag van de Bijbel. En een introductie over de waarden en bedieningen van de gemeente. Stap 3. In het geval de nieuwkomer al bekend is met de fundamenten van het christelijke geloof kan hij een deel van de lessen in stap 2 overslaan en meteen doorgaan naar fase 3: het ontdekken en van de gaven van de heilige Geest en het werken daarmee. Stap 4. De laatste fase in het pad naar geestelijke groei: het trainen van degenen die verantwoordelijke taken vervullen in de gemeente. Het is een bekend euvel in gemeenten dat mensen verantwoording krijgen en dat ze verder aan hun lot worden overgelaten. Gemeenten die hun leden willen mobiliseren voor taken dienen voortdurend mensen te rekruteren die nieuwe leden kunnen helpen in te voegen en die anderen kunnen vormen en trainen. Maar om mensen te kunnen mobiliseren moet de gemeente wel een plan hebben en een pad kunnen aanwijzen waarlangs mensen hun plaats kunnen vinden in de gemeente, geestelijk kunnen groeien en getraind worden in het vervullen van taken. Kijk eens naar je gemeente vanuit een ander perspectief. Met de vijf cirkels van toewijding heb je een eenvoudige strategie in handen om mensen in te delen naar hun mate van toewijding. Misschien heb je de gemeente tot nu toe als één groep gezien. Maar dat is ze niet. Je gemeente bestaat uit mensen op verschillende niveaus, met verschillende behoeften, en problemen en op een verschillend punt van hun geestelijke reis. Elke groep vraagt een andere benadering. Door mensen te helpen hun toewijding op te voeren wordt de gemeente gezond en gereed voor de Grote Opdracht! Door: Jan Radder, Bron: Bulletin voor Gemeentegroei (Het Bulletin voor Gemeentegroei verschijnt 4x per jaar. Een abonnement kost € 14,50. Opgave: tel. 0343-415741 of
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
) |