|
De universele discipel ©1994 Thomas A. Wolf Vertaling en bewerking: Ronald v/d Molen
Ruim een eeuw geleden schudde Roland Allen de 20e eeuw door ons te herinneren aan de “spontane uitbreiding” van de vroege kerk. Nu in de 21e eeuw, met alle open deuren voor het evangelie, worden we haast gedwongen om opnieuw te kijken naar de manier waarop de apostelen Gods Koninkrijk bekendmaakten. Zij bleken in staat om een gebied binnen te gaan, het goede nieuws te prediken, bekeerlingen bij elkaar te brengen en hen te verzorgen. Om vervolgens op zo’n manier verder te trekken dat ze hen later in hun brieven met groot vertrouwen konden herinneren aan het basisonderwijs dat zo algemeen bekend en doorgedrongen was bij iedereen (zie: 1 Tess. 3:3-4; 2 Tess. 2:5).
Nog verbazingwekkender is het feit dat Paulus en zijn gemeentestichtend team vaak maar een paar weken, een aantal maanden of op zijn hoogst een paar jaar in dezelfde stad bleven. Hoe deden ze dat? Dat is het onderwerp dat ik wil bespreken.
Vraag: Hoe vestigde Paulus nieuw leiderschap: - zo snel - zo degelijk - zo reproduceerbaar dat er een gezonde basis ontstond voor de nieuwe gemeente? Antwoord: Hij had een patroon, een norm, een standaard. - die onthouden kon worden - die persoonlijk kon worden toegepast - die strategisch vermenigvuldigd kon worden Naar deze standaard wordt verwezen in bijvoorbeeld 2Timotheus 1:13-14: “Neem als richtsnoer de gezonde beginselen die u van mij hebt overgenomen, en houd ze vast in het geloof en de liefde van Christus Jezus. Bewaar de u toevertrouwde schat met de hulp van de heilige Geest die in ons woont.” Paulus zag ook zichzelf als een levende standaard / model / voorbeeld van Gods oneindige geduld (1Tim 1:15-17, vs. 16: hupo’tupoosis). De schrijver van de Hebreeënbrief herinnert ons eraan dat alle typen van het verbond tussen God en de mens vervaardigd zijn volgens een goddelijk plan. En dat Mozes werd gewaarschuwd (ja, dat is het woord: gewaarschuwd) toen hij op het punt stond om de tent te vervaardigen: “Zorg dat u alles maakt volgens het model (tupos) dat u op de berg is getoond”. (Hebreeën 8:5). Zie ook Titus 2:7. Paulus en de vroege kerk hadden dus een standaard of een model dat kon worden: - aangenomen - onthouden - gereproduceerd SLEUTEL tot het universele discipelschap patroon: 
DE ROTS Op één of andere manier toon je de mensen wie Jezus is: de Rots om je leven op te bouwen. Dé Rots van alle eeuwen (Matth. 7:24-28; 1Kor. 10:4; Efeze 2:19-22; Kol. 2:6-10; 1Petrus 2:5-8).
AANBIDDING Door wat voor soort proces en tijd ook, moet iedere persoon komen tot een persoonlijke toewijding en overgave aan Jezus Christus als Heer en als God (Joh. 20:26-31; Hand. 8:26-40; Rom. 10:8-15 en 12:1-2). WANDEL Vervolgens moet de gelovige beginnen om op een volgens Christus waardige manier door het leven te wandelen. Om dit te doen, moet hij of zij de oude manier van leven afleggen – oude ondeugden, en de nieuwe manier van leven aandoen – nieuwe deugden (Gal. 5:16-26; Efeze 4:20-24; Kol. 3:5-12). WOORD/GEEST Sociaal gezien zal er een geestelijke reactie volgen op het nieuwe leven van de gelovige. Sommigen worden hierdoor aangetrokken en anderen worden afgestoten (1Petrus 4:1-5). Echter, de persoonlijke transformatie (door het afleggen en aandoen) beïnvloedt de cirkel van invloed van de gelovige (de ‘oikos’ of het huishouden dat bestaat uit gezin, familie, buren, collega’s en vrienden). De kernervaring hier is: - Woord: “Laat het woord van Christus in volle rijkdom in u wonen.” (Kol. 3:16) - Geest: “Wordt vervuld met de Heilige Geest” (Efeze 5:18) Wat volgt in het universele discipelschap patroon zijn veranderingen in: *Houdingen: (SZZS ) Spreek elkaar toe in psalmen, hymnen en geestelijke liederen Zing en speel met je hele hart voor de Heer. Zeg altijd voor alles dank aan God, die de Vader is, in de naam van onze Heer Jezus Christus. Schik u naar elkaar, uit ontzag voor Christus. *Acties Vijf tweevoudige paren: 5 dezelfde paren, exact dezelfde volgorde, met één basisactie voor ieder, welke kan worden samengevat of uitgelegd naar de behoeften van het publiek, met de minderheidspersoon altijd eerst en de meerderheidspersoon altijd als tweede. Vrouw: schikken Man: liefhebben Kind: gehoorzamen Vader: opvoeden Werknemer: hard werken Werkgever: rechtvaardig zijn Insider: toegewijd aan gebed Outsider: wijs en innemend Christen: in onderwerping Autoriteit: goede prijzen, kwade straffen Opmerking: De brief aan de Kolossensen is compact en de brief aan Efeze is uitgebreid. Zie bijvoorbeeld voor de verhouding tussen vrouw en man: Kol. 3:18-19 en Efeze 5:22-33. De apostelen gebruikten bovenstaand model om de waarheid te onderwijzen afhankelijk van de noden van hun publiek. WACHTER Geestelijk gezien zal de discipel verleidt worden om te denken dat mensen de vijand zijn. Maar dat is niet waar. Want zo waren sommigen van ons – mensen die ontucht pleegden, afgodendienaars, echtbrekers, schandknapen, knapenschenders, dieven, geldschrapers, drinkers, kwaadsprekers, uitbuiters – maar wij werden door God veranderd! Natuurlijk kan dit ook bij anderen gebeuren (1Kor. 6:9-11, 1Tim. 1:12-17 en Titus 3:1-8). “Want onze strijd gaat niet tegen mensen van vlees en bloed, maar tegen de overheden, de machten en de heersers van deze duistere wereld, tegen de geestelijke en bovenaardse machten van het kwaad.” (Efeze 6:12) En in de bediening van het goede nieuws moeten we nooit onze bewogenheid voor mensen verliezen. Want over het goede nieuws ligt een sluier voor hen die verloren gaan. “Zij geloven niet omdat de god van deze wereld hun geest heeft verblind. Daardoor kunnen zij de lichtstralen niet opvangen van het evangelie dat de heerlijkheid verkondigt van Christus, die het beeld is van God.” (2Kor. 4:1-6). Wij zijn geroepen om: - Stand te houden en weerstand te bieden - Te waken en de bidden En om de hele wapenrusting van God te dragen: 1. Gordel van waarheid 2. Pantser van gerechtigheid 3. IJver voor het evangelie als schoeisel 4. Schild van het geloof 5. Helm van de redding 6. Zwaard van de Geest 7. Bid en smeek bij elke gelegenheid GETUIGE Daarom getuigen we vol goede moed, met grote openheid en vreugde, zelfs in tijden van onderdrukking, waarvan we weten dat het onze roeping is, (1 Tess. 1:2-10, 3:1-13, 1Petrus 2:11-12) over de grote daden van Hem die ons uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht, om Zijn volk te zijn (1Petrus 2:9-10). Dus, ook al zijn er mensen die spotten, er zullen ook mensen zijn die meer willen weten en zelfs sommigen die ook gaan geloven en zich bij ons aansluiten (Hand. 17:32-34). Zij die zich bij ons aansluiten zijn degenen die Jezus hebben leren kennen als hun Rots. Het universele discipelschap patroon wordt door hen aangenomen, onthouden en vervolgens weer doorgegeven. Door dit discipelschap patroon leggen we allemaal de oude mens af, die bedorven is door verschillende bedrieglijke verlangens en aangeleerde gedragspatronen uit de culturen, wereldbeelden en sociale milieu’s die er in de wereld zijn. We worden vernieuwd in ons denken door de nieuwe mens aan te doen, die wordt vernieuwd tot het ware inzicht, naar het beeld van zijn schepper. Een vernieuwing waar geen sprake meer is van culturele, religieuze, ethische, economische of gender verschillen, maar waar Christus alles in allen. Bron: Gemeentestichting.nl |