spacer.png, 0 kB
Home arrow Artikelen arrow Coaching arrow Een leider is niet automatisch ook een coach
Een leider is niet automatisch ook een coach PDF Afdrukken E-mail
vrijdag 26 december 2003

Jezus coachte zijn discipelen. Hij trok met hen op, leerde hen in de praktijk en in (groeps)gesprekken de waarden en normen van het Koninkrijk der Hemelen. En zij groeiden en werden voorbereid op uitzending. Hij investeerde veel tijd in de ontwikkeling van Zijn discipelen. Hij deed dat met een doel: er moest een Opdracht vervuld worden.

Wat betekent dit voor ons? Hoe kunnen wij vorm geven aan coaching binnen de gemeente? Dit artikel geeft antwoord op de volgende vragen: moeten alle leiders coachen, wie zijn geschikt om te coachen, wie kun je coachen, wat is de verhouding tussen coachen en de preek en waar kun je mensen coachen? Het biedt handvatten om concreet invulling te geven aan coaching binnen de gemeente. De antwoorden zijn gedachten van Jan van der Linden, een autoriteit op het gebied van coachen.

De essentie van coachen

Coachen is: jezelf toewijden aan het succes van de ander, meekijken door de bril van de ander, de ander faciliteren in zijn/haar ontwikkeling. Een goede coach helpt mensen hun plek op deze wereld te ontdekken. Een plaats waar hij/zij de door God gegeven talenten in kan zetten.

Dit perspectief op coaching vertaalt zich naar de manier waarop je met coachee’s omgaat. Een coach dient de coachee. Het voorbeeld is Jezus, die ook kwam om te dienen, niet om te heersen. Dit betekent dat een coach vooral vragen stelt, luistert, doorvraagt. Hij controleert of de gemaakte afspraken worden nagekomen. Een coach die niet controleert, doet zijn werk niet goed. Het doel van controleren is te kijken wat er wel gerealiseerd is. Het heeft een bemoedigend, complimenterend karakter. Wat er vaak van is gemaakt, is mensen straffen voor datgene wat ze niet hebben gedaan.

Hetzelfde is gebeurd met het begrip 'berispen'. Berispen heeft als doel de ander te helpen het morgen beter te doen, niet om hem te straffen of te oordelen. Dat laatste heeft niets te maken met liefde, maar vaak met het ontladen van eigen emoties in de vorm van frustraties. Een goede coach kijkt door de ogen van degene die hij coacht en stelt vragen die hem/haar helpen bij verdere ontwikkeling. Je intentie bepaalt je gedrag:

  • Ben je op jezelf gericht en reageer je je af.
  • Vertel je vooral je eigen ervaringen en zienswijzen over hoe het moet;
  • Of ben je gericht op de ander en help je de coachee om het morgen beter te doen dan vandaag.

Dat laatste is coaching. Daarmee is coaching dienend van karakter, niet hierarchisch.

Wie kun je coachen?

Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met het coachen van mensen. Jans ervaring in het werken met jongeren bijvoorbeeld is dat je ze vrij snel verantwoordelijkheid kunt geven. Maar je moet ze wel coachen en de kaders aangeven waarbinnen zij kunnen functioneren. En ze mogen fouten maken. Het gaat meer om hoe ze de fout herstellen. En dat kun je in een coachingsgesprek oppakken: Joh, je hebt dat gedaan en dat ging niet goed. Wat heb je gedaan om het nu beter te doen en wat moet je doen om het te herstellen, voordat er meer kapot gaat? Op deze manier is het een leermoment, een fantastisch coachmoment.

Jongeren vragen overigens niet om ruimte, maar om vertrouwen. Daarom is het belangrijk dat een coach vertrouwen kan geven aan de coachee. Want als je dat kunt, krijg je ook het recht om in te grijpen.

Leiderschap en coaching

Het kenmerkende van leiders is dat zij volgelingen, discipelen hebben. Sommige leiders kunnen die volgelingen helpen zichzelf te ontwikkelen, binnen de door de leiding afgesproken kaders. En andere leiders geven alleen kaders aan en coachen helemaal niet. Visionaire leiders zijn bijvoorbeeld met name gericht op de toekomst en niet op mensen.

Hier wordt een verschil duidelijk tussen discipelschap en coaching. Het is de taak van een leider visie en kaders uit te zetten en zijn/haar discipelen volgen hem/haar daarin. Een coach helpt mensen zichzelf binnen deze kaders te ontwikkelen. Dat zijn twee verschillende rollen. En niet iedere leider kan beide rollen vervullen, domweg omdat een leider bijvoorbeeld niet de juiste houding of eigenschappen hiervoor heeft. Een leider is dus niet automatisch een coach. Sterker nog, er zijn leiders die niet geschikt zijn als coach. Daarom is coaching niet gebonden aan een functie, maar aan een persoon.

De rol van de leider is essentieel voor coaching. Als er geen kaders zijn, is er geen gerichte coaching mogelijk. Er ontstaat dan wildgroei, omdat mensen niet aan kunnen haken bij de visie van de gemeente. Als leiding van een gemeente moet je dus eerst duidelijk gedefinieerd hebben wat de identiteit is, wat je missie is, je waarden en welke strategieën je gebruikt. Binnen deze kaders kun je dan vervolgens mensen gaan coachen.

Eigenschappen coach

Niet iedereen is dus geschikt om te coachen. Het is persoonsgebonden. Daarom moet je in je zoektocht naar coaches er op letten of de volgende eigenschappen aanwezig zijn in een persoon. Een coach is iemand die: van mensen houdt; geduldig is met anderen; het leuk vindt om tussensuccessen te vieren; vertrouwen kan geven aan en uitspreken in de ander; kan bemoedigen; optimistisch is; een positieve levenshouding heeft; ook zelf kan leren, zichzelf kwetsbaar op kan stellen.

De geschikte coaches zijn vaak belangrijke sleutelfiguren, cultuurdragers van de gemeente die mensgericht zijn en niet zozeer functioneel. Ze veranderen regels niet in wetten, want dat doodt mensen. Het zijn geestelijk volwassen mensen die een diepe relatie hebben met God.

Coaching in de gemeente

De meest geëigende plaats voor coaching is in de kringen, de jeugdvereniging, etc. Een kringleider of oudste zou met ieder kringlid een persoonlijk gesprek moeten hebben en de vraag stellen: wat zijn jouw talenten, wat ga je doen om ze te verdubbelen, want dat is je opdracht.

Mensen worden ook gevormd door een preek, of een bijbelstudie op de kring. Maar beide zijn redelijk vrijblijvend. Als mensen een preek horen denken ze: dit spreekt mij aan of: dit spreekt mij niet aan. Je bespreekt het nog eens tijdens de koffie, met wat geluk tijdens een kringavond, maar (bijna) niemand stelt de vragen: wat heb je er uitgehaald en wat ga je concreet anders doen in je leven? Het brengt in beperkte mate beweging in de levens van mensen. En beweging brengen in de levens van gemeenteleden is belangrijk, want als zij gaan evangeliseren of gewoon leven tussen niet-christenen, kijken buitenstaanders in de eerste plaats naar hun gedrag. Daarom is het van groot belang dat gemeenteleden zich ontwikkelen naar het plan dat God met hen heeft. En de gemeente is de belangrijkste plek om dat te faciliteren.

Om prediking effectiever te laten zijn, moet er eigenlijk iemand na elke maand vragen: je hebt een aantal preken gehoord: wat heb je er mee gedaan, hoe vertaal je dat nu naar je dagelijkse werkomgeving en wat leer je er van? Wat zijn de problemen waar je tegenaan loopt en hoe pak je die aan? Er zou waarschijnlijk meer beweging zijn in de levens/ontwikkeling van mensen, als we dit zo zouden doen.

Tijd investeren

Gemeenten moeten een keuze maken om tijd in coaching te investeren. En hier begint vaak de kramp. We zijn vaak werkbericht en besteden daarom liever een avond aan het invouwen van kranten of het doen van ander werk. Maar hierdoor verlies je als gemeente invloed op de ontwikkeling van de leden en kunnen veel talenten blijven liggen. Of heeft het bedrijfsleven meer invloed op de ontwikkeling van gemeenteleden?

Verder kan er de angst zijn dat coaching iets is uit de ‘wereld’, uit het bedrijfsleven. Ronald van der Molen (zie Gemeentegroeibulletin nr. 1, jaargang 2003) maakt duidelijk dat coaching ook door Jezus werd toegepast. Het is bijbels. Jezus investeerde veel tijd in de ontwikkeling van Zijn discipelen. Investering van tijd en energie in Zijn mensen was een kernwaarde voor Hem. Dat is een aansporing voor ons om ook prioriteit te geven aan het ontwikkelen van mensen.

Door: Jan Gerrit Duinkerken

 

Developed by: Innovation WEB

 
spacer.png, 0 kB