spacer.png, 0 kB
Home
Fouten maken in de kerk is goed Afdrukken E-mail
donderdag 04 maart 2010
We zijn bang om blunders te maken – juist in de kerk. Nieuwe, creatieve initiatieven die ‘mislukken’ worden vaak te gemakkelijk afgedaan met een cynisch ,,zie je wel’’. Maar experimenten zijn juist erg inspirerend!

Jaren geleden was ik betrokken bij creatieve straatevangelisatie in de Haagse binnenstad. Na een creatieve opdracht onder passanten, konden zij zich opgeven voor een cursus over het christelijk geloof. Tot onze verbazing hadden we na twee zaterdagen zo’n 25 namen en adressen. We nodigden iedereen uit voor een introductieavond en schreven dat we op iedereen rekenden, tenzij mensen zich zouden afmelden. Niemand meldde zich af. Op de bewuste avond kookten we voor dertig mensen in een trendy jongerencafé. Om zes uur gingen de deuren open. We wachtten gespannen af. Om half zeven was er nog niemand en dus oefenden we ons geduld. Zeven uur: we besloten zelf alvast een hapje te eten en de moed erin te houden. Om acht uur kwam alle spanning eruit; we kregen een lachbui. Half negen: we zaten in zak en as. Waar waren al die mensen gebleven? Waarom waren ze niet gekomen? En ze leken zo enthousiast over de cursus… 

Een fout is pas een fout als je er niets van leert
 
Blunderen is zo gek nog niet, stellen psychologen. Onderzoeken tonen aan: wie fouten durft te maken heeft meer succes. Helaas zijn we vaak bang om te falen en worden de lessen die we van fouten kunnen leren niet goed doorgesproken en doorgegeven. Juist ook in kerken en gemeenten. Deze kritische houding zorgt ervoor dat we bang zijn om te experimenteren, terwijl dit een essentieel onderdeel is van persoonlijke vorming en het ontwikkelen van nieuwe ideeën om nieuwe generaties te bereiken met het Evangelie.
 
Waar komt die angst voor falen toch vandaan? Volgens sociologen heeft het kritische Nederlandse volk een schuld- of taboecultuur waar falen wordt afgestraft. Dit begint al op de basisschool. Op de nagekeken toets staat het aantal fouten en niet het aantal successen. Zelfs bij nul fouten wordt de nadruk onmiddellijk gelegd op wat er mis had kúnnen gaan.

De eerste fout

Ten diepste is het antwoord te vinden in Genesis 3. Adam en Eva laten zich door de slang verleiden om te eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Ze kiezen ervoor om het enige gebod van God te overtreden. Toch zien we dat het hart van God nog steeds naar de mens uitgaat, want Hij roept: ‘Waar ben je?’ Het antwoord dat Adam God geeft, laat goed zien hoe ernstig de gevolgen zijn die de val met zich heeft meegebracht: ‘Ik hoorde U in de tuin, en toen werd ik bang omdat ik naakt ben; daarom heb ik mij verborgen.’
 
In de reactie van Adam kunnen we een aantal zaken ontdekken die ons als mensen bezighouden als er iets misgaat. Let op Adams kernemotie: hij was bang omdat hij naakt was. Dit kwam niet voort uit preutsheid maar uit zijn worsteling met het gevoel onaanvaardbaar te zijn, dat voortkwam uit zijn falen. Na zijn ongehoorzaamheid besefte Adam dat hij niet meer voldeed aan de normen die God stelde. Adams angst kwam voort uit schaamte.

De kernemotie van de mens is angst. Een grote angst is om afgewezen te worden. De bron waar deze angst ten diepste uit voortkomt is schaamte (onze kernmotivatie). Geen wonder dat we bang zijn voor het maken van fouten. We willen niet afgewezen worden. We zijn bang om ontmaskerd te worden. Daarom verbergen we ons en dat is onze kernstrategie. In zijn poging te ontlopen waar hij bang voor was, verstopte Adam zich en probeerde hij zijn misstap af te schuiven. Sinds Adam is dat de weg die alle mensen inslaan nadat we een fout hebben gemaakt. 

De kunst van het falen
 
Hoe kun je misstappen veranderen in bouwstenen?

1. Toon lef en probeer iets nieuws. Wees bereid om fouten te maken en daarvan te leren. Volgens psychologen leidt het kunnen incasseren van tegenslagen uiteindelijk tot succeservaringen en daarmee tot zelfvertrouwen. De uitdaging is om binnen de kerk een omgeving te creëren waar mensen dingen durven te proberen ofwel: bereid zijn om meer fouten te maken. Daardoor wordt de gemeente uiteindelijk innovatiever en is zij beter in staat om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden.
 
2. Sta stil bij je verwachtingspatroon. De verwachtingen van jouw ouders, leraren en omgeving zijn bepalend voor hoe je tegen jezelf en de ander aankijkt. Hoe reageerden je opvoeders als je een fout maakte? Werd dat afgestraft of gezien als een kans om iets te leren? En hoe reageer jij als in jouw omgeving (gezin, werk, kerk) missers worden gemaakt?
 
3. Verander de kerk van een prestatiegerichte naar een leergerichte omgeving. Belangrijk daarbij is dat de leidinggevende zelf durft toe te geven als hij of zij een fout maakt. Een opbouwende wijze van evalueren kan hierbij helpen. Stel twee basisvragen: wat ging er goed? En: wat kan er beter? 
 
Laboratorium

Wil je dit toepassen in een kerk of gemeente? Overweeg dan een gemeentestichtingsproject te adopteren. Nieuwe gemeenten kunnen bij uitstek een vernieuwende uitwerking hebben op bestaande gemeenten, mits ze in verbinding met elkaar staan. Niet gebonden aan allerlei tradities en bestaande vormen functioneren nieuwe gemeenten als een laboratorium waar nieuwe vormen en ideeën worden uitgeprobeerd. Er worden risico’s genomen waar bestaande gemeenten grote moeite mee zouden hebben. Natuurlijk mislukken er ook veel ideeën, maar de geslaagde experimenten laten zien wat er mogelijk is en inspireren menige kerk die er haar voordeel mee kan doen.
 
Terug naar het voorbeeld. Toen we in het jongerencafé in zak en as zaten, voerden we een goed gesprek met elkaar. We ontdekten dat we evangelisatie als een actie zagen met een begin en een eind. En als iets dat we vooral deden met mensen die we nog niet kenden. Dat zijn twee aannames die volgens de Bijbel helemaal niet bleken te kloppen en bovendien niet goed meer lijken te werken. Er kwam een proces op gang waarbij we evangelisatie leerden zien als een manier van leven. We besloten het Evangelie door te geven in de context van relaties. Dat heeft ons op het spoor gezet van gemeentestichting. We zijn een nieuwe gemeenschap begonnen met veel ruimte om te experimenteren en waar vanuit relaties niet-christenen tot discipelen worden gemaakt.

Ronald van der Molen is gemeentestichter in De Lier en parttime docent gemeentestichting aan Azusa theologische hogeschool.

Door: Ronald van der Molen, bron:
CV-Koers
 

Developed by: Innovation WEB

 
spacer.png, 0 kB