|
Na zijn studie aan de Evangelische Theologische Hogeschool werden Erik Bakker en zijn vrouw Joke gevraagd om in het Limburgse Venlo een nieuwe gemeente te helpen stichten. Een groep van ongeveer twintig gelovigen, die zich hadden afgesplitst van een evangelische gemeente, wilden graag een kerk beginnen waar hun vrienden en bekenden zich thuis zouden voelen. Na een jaar van voorbereiding en overleg besloten ze zich vooral te richten op randkerkelijke katholieken met als doel dat zij een persoonlijke relatie met Jezus zouden krijgen.
Contextualisatie
Tijdens de goed bezochte Alpha-cursussen werd het evangelie uitgelegd aan de hand van symbolen uit de rooms katholieke eredienst die de deelnemers nog kenden uit hun kindertijd, maar nooit echt hadden begrepen. Zo werd tijdens de avond over het lijden en sterven van Jezus uitgelegd wat de priester bedoelt als hij de hostie omhoog heft en zegt: ‘Zie het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt’. En als het over bidden ging waren veel deelnemers verrast om te horen dat het ‘Onze Vader’ door Jezus is geschreven en in de Bijbel staat.
In een periode van drie jaar tijd kwamen er ongeveer vijftig mensen tot geloof die al jaren niet meer naar de kerk gingen. Een geweldig resultaat, maar er broeide iets onder het oppervlak. De christenen, waar ze mee begonnen waren, bleken geruime tijd ontevreden. Ze klaagden dat zij niet voldoende voeding kregen en dat er teveel tijd en aandacht werd besteed aan de doelgroep. Vlak na de kerstnachtdienst in 2005, die zo’n 180 bezoekers trok, ging het mis.
Conflict
Achteraf had Erik het conflict al eerder moeten zien aankomen, vind hij zelf. ‘Nu heb iktoegelaten dat er een onhoudbare situatie is ontstaan waarvan de mensen die nog maar pas christen waren de dupe zijn geworden.’ Vlak na de druk bezochte Kerstdienst ging het helemaal mis in het drie jaar oude gemeente. Het conflict dat al enige tijd broeide kwam tot een climax en de groep mensen waar ze mee waren begonnen besloten te stoppen. ‘Toen we moesten kiezen of we door zouden gaan met de mensen die zich hadden aangesloten, hebben we ervoor gekozen dat niet te doen. Ons hele team was weggevallen en zelf hadden mijn vrouw en ik het door alle beschuldigingen en ellende helemaal gehad. Daarom hebben we hen doorverwezen naar kerken en gemeenten in de buurt.’
Wat er mis ging
Terugkijkend ziet Erik in de samenstelling en grootte van de startgroep een belangrijke factor waardoor het mis kon gaan. ‘Deze twintig mensen kwamen allemaal uit een scheuringsituatie. Ik heb me niet voldoende gerealiseerd was dit met mensen doet en hoeveel negatieve bagage ze hierdoor met zich meedroegen. Doordat deze groep best groot was is het mij niet gelukt om hen een gezond DNA mee te geven.’
Dat er ook gevaren zijn bij het stichten van een gemeente heeft Erik aan den lijve ondervonden. ‘De man die het conflict in gang heeft gezet bleek achteraf al een aantal gemeentescheuringen te hebben meegemaakt.’ Met wat ik nu weet zou ik iedereen willen aanraden om een aantal referenties te vragen aan mensen die zich aanbieden om mee te helpen. Als ik zijn vorige gemeenten had opgebeld om te vragen naar hun ervaringen en of hij geschikt zou zijn om mee te helpen, zou het nooit zover zijn gekomen.’
Van je fouten kun je veel leren
Dat je van je fouten veel kunt leren blijkt wel uit de positieve veranderingen die Erik door deze moeilijke gebeurtenissen heeft doorgemaakt. ‘Het is heel belangrijk om alert te zijn op signalen die mensen afgeven. Zo was er iemand die op een gegeven moment vroeg of vrouwen wel leiding mochten geven in de gemeente. Aangezien we dit in de beginfase uitvoerig hadden besproken heb ik dit signaal niet serieus genomen. Tijdens het conflict werd dit ineens een heel belangrijk onderwerp. Ik ben hierdoor een stuk zorgvuldiger geworden in de communicatie en probeer de dingen die spelen meteen boven tafel te krijgen.’
Dat niet iedereen de dingen die misgaan ziet als gelegenheden om te groeien, blijkt wel uit de reacties van collega predikanten. ‘Wat mij het meeste heeft verbaast is dat je als een soort outcast wordt behandeld als je dit meemaakt en haast nergens meer aan de bak komt. Alsof alleen de succesverhalen tellen en we niets kunnen leren van wat er misgaat.’ Een vriend van Erik, die iets dergelijks heeft meegemaakt in een andere gemeente, zou dolgraag weer als predikant willen werken. Zijn kerkgenootschap laat hem echter volkomen links liggen. ‘Nu werkt hij als leraar op een basisschool, terwijl hij een roeping heeft om herder te zijn van een gemeente. Dat is zonde.’
Hoopvolle toekomst
Erik trekt zich hier niet veel van aan en blijft gewoon bezig met pionieren en het bereiken van onkerkelijken. Zo is hij bezig om bedrijfspastoraat op te zetten en werkt hij mee aan een bureau waar mensen die niet (meer) naar de kerk gaan een huwelijksinzegening kunnen boeken. Vanuit het motto dat mensen belangrijker zijn dan kerkelijke regels, ontvangen stellen die willen trouwen tegen commercieel tarief vijf gesprekken met één van de pastors en wordt hun huwelijk ingezegend. ‘Dit is echt een geweldige manier om mensen bij het geloof te betrekken en het gebeurt regelmatig dat ze hierdoor nieuwe stappen zetten richting Jezus en zijn Gemeente.’
--------------------------------
Het bovenstaande verhaal is één van de praktijkverhalen over gemeentestichters uit het boek 'Plant een kerk'.
Door: Ronald v/d Molen, bron: 'Plant een kerk' (Ark Media Amsterdam) |