|
Rand- of buitenkerkelijken die tot geloof komen, wandelen niet van de ene op de andere dag de kerk binnen. Vaak gaat daar een heel traject aan vooraf. In het boek Missionair is mogelijk schetst ds. Arjan Markus dat traject in vijf fasen. De les voor de kerk: zorg dat je geïnteresseerden in elke fase wat te vertellen hebt. De Utrechtse Jacobikerk zette zo’n missionair traject op. Arjos en Margon namen de proef op de som.
Kerkelijk Nederland heeft zich de laatste jaren bezonnen op de vraag hoe je rand- en buitenkerkelijken bereikt. Het uitdelen van traktaten of het evangeliseren op straat lijkt zijn beste tijd te hebben gehad. In de bezinning op evangelisatie kwam men tot de conclusie dat het vooral persoonlijke contacten met christenen zijn die mensen geïnteresseerd maken in het christelijk geloof.
Samen met collega’s Niels de Jong en Jurjen de Groot schreef ds. Arjan Markus een boek over de weg die niet-kerkelijken afleggen op weg naar de kerk. De missionair predikant van de protestantse wijkgemeente Jacobikerk in Utrecht spreekt in dit boek over het zogenaamde missionaire traject. Hij onderscheidt bij het missionaire werk vijf fasen die buitenstaanders doormaken die tot geloof komen. Deze fasen zijn het eerste contact, het nader contact, het bredere contact, de integratie en ten slotte het discipelschap. Een kerk met een goed missionair traject biedt volgens Markus een of meer activiteiten voor geïnteresseerden in elk van die fasen. Die vijf stadia worden niet altijd chronologisch doorlopen. ‘Zoekers’ kunnen zich ook in meerdere fasen tegelijk bevinden.
Om te kijken hoe zoekers zo’n missionair traject ervaren, maken we kennis met Arjos (30) en Margon (32). Hij is werkzaam bij een leasemaatschappij, zij werkt als organisatieadviseur in de gezondheidszorg. Margon is sinds kort meelevend lid bij de Jacobikerk. Ze was van huis uit kerkelijk betrokken, maar later verslofte haar geloof. Achteraf zegt ze dat het geloof af en toe wel naar boven kwam drijven. ,,Maar ik deed niets met die signalen.’’ Haar man was nooit bij een kerk betrokken. Hij stond gereserveerd tegenover het christelijk geloof. Die terughoudendheid werd onder meer veroorzaakt door het leed dat mensen in naam van het christelijk geloof is aangedaan. Arjos: ,,Ik denk hierbij aan oorlogen en haat tussen mensen.’’
1. Eerste contact
In de fase van het eerste contact kunnen mensen de activiteiten van de kerk vrijblijvend en eenmalig bezoeken. ,,Juist mensen die geen ervaring hebben met het christelijk geloof, zullen liever eerst eens vrijblijvend kijken wat de kerk te bieden heeft’’, aldus Markus, de predikant van Arjos en Margon. Deze activiteiten zijn niet al te inhoudelijk: ,,Het is niet nodig om in elke missionaire activiteit zo veel mogelijk van het geloof te stoppen. Dit is maar een eerste kennismaking.’’ Markus denkt heel praktisch aan het openstellen van de kerk voor een rondleiding, debatavonden, een theatervoorstelling in de kerk of een cursusavond over opvoeden.
Margon maakte voor het eerst kennis met de Jacobikerk toen een vriendin haar meenam naar de kerk. Iets later ging ze met deze vriendin – een lid van de Jacobi – naar de Alpha-cursus. Ze wilde kijken of het geloof, waar ze weinig meer mee had, toch iets voor haar zou zijn. De omgeving van Margon reageerde positief op haar nieuwe ‘vrijetijdsbesteding’. Ze was zo enthousiast dat ze een collega motiveerde ook de cursus te volgen.
Arjos had de Jacobikerk, laat staan het geloof, toen nog helemaal niet in het vizier. Margon dacht op dat moment niet dat hij zich ooit in het geloof zou verdiepen. Maar in 2006 kwam ze toch samen met hem naar de Alpha-cursus. Daardoor kwam hij veel meer te weten over het geloof. Arjos: ,,Er wordt veel over het geloof gesproken binnen onze relatie. Margon heeft me op een gegeven moment de vraag voorgelegd of ik met haar de Alpha-cursus wilde doen, mede ter voorbereiding op ons huwelijk. Dat zijn we gaan doen. We wilden samen meer kennis opdoen over het christelijk geloof. Zo kon ik meer begrip voor de behoeftes van Margon krijgen en konden we bepalen welke rol het christelijk geloof in onze relatie zou kunnen hebben. Ik bezocht ook samen met mijn vrouw de kerk. Het trof mij dat de Jacobigemeenschap openstaat voor dialoog. Ik moet toegeven dat ik de nodige twijfels heb over het geloof. Ik vind het moeilijk om te geloven.’’
2. Nader contact
In de fase van het nader contact komt het geloof explicieter en diepgaander aan bod, bijvoorbeeld via een Emmaüs-cursus, een basiscursus over het christelijk geloof. In deze fase is het belangrijk dat er in de kerkgemeenschap ruimte is voor ontmoeting. Een maaltijd is daarvoor een uitstekend middel. Zo volgde Margon in Utrecht de Openkring, bij de Jacobikerk het vervolg op de Alpha-cursus. Margon vindt dat deze kring een duidelijke meerwaarde heeft gehad in haar zoektocht. ,,Door middel van discussies in een groep, het samen lezen van de Bijbel en samen bidden ging het geloof steeds meer voor me leven. Ook de gesprekken die ik in die tijd had met missionair predikant Markus en de leiding van de kring waren voor mij heel waardevol.’’
Arjos beaamt dat de vele gesprekken die hij voerde ook voor hem tot verdieping leidden. ,,Ik voelde me geleidelijk aan tot het christendom aangetrokken, maar feitelijk had ik al vanaf dag één van de Alpha-cursus een klik. Wat ik in deze fase geleerd heb, is dat in ieder geval de christelijke normen en waarden van toegevoegde waarde zijn. Maar mijn kennis is op dit moment onvoldoende om te bepalen of het christendom nu een ‘beter’ geloof is dan andere geloven of stromingen.’’
Margon put sinds zowel de Alpha-cursus als de Openkring veel steun uit het geloof en het vertrouwen dat ze in God mag hebben. ,,Ik vind het een pluspunt dat ik dit kan delen met medechristenen.’’
3. Breder contact
Het is niet vanzelfsprekend dat een nieuwgelovige ook daadwerkelijk integreert in een kerk of gemeente. De derde fase, breder contact, speelt daarin een cruciale rol. We zien bij Arjos en Margon dat ze door de kringen hun kennis hebben verdiept en meer contacten binnen de gemeente hebben gekregen. ,,We werden in de Jacobigemeenschap echt met open armen ontvangen’’, vertelt Arjos. ,,De mensen zijn heel hartelijk en warm.’’
,,Mensen zien ons ook als een actief stel waar ze een beroep op kunnen doen’’, vult Margon aan. ,,Ik moet wel zeggen dat ik vroeger een kerk bezocht die een wat vrijer karakter had dan deze kerk. Ik moest wennen aan de meer traditionele stijl van de Jacobikerk. Bij de Jacobi waardeer ik vooral de inhoud van de preken en het contact met en meeleven van leeftijdsgenoten en het missionaire team. Van de kerk en haar leden heb ik geleerd dat geloven in God betekent dat je een persoonlijke relatie met Hem opbouwt. God is niet een grotere macht die alleen maar de randvoorwaarden van het leven in het algemeen heeft gecreëerd – iets waar ik tot een paar jaar geleden van uitging.’’
Bij deze kerk mag je er gewoon zijn, vult haar man aan. ,,Je hoeft niet iets te overwinnen. De hernieuwde kennismaking met de kerk brengt me steun, warmte en gezelligheid, en een verfrist en verdiept inzicht in het christelijk geloof.’’
4. Integratie
In de vierde fase, die van de integratie, besluit iemand om daadwerkelijk lid te worden van een christelijke gemeenschap. Een introductieprogramma voor mensen die toegroeien naar de doop kan hiervoor behulpzaam zijn, zegt Markus. ,,Of koppel de nieuweling aan een mentor die een pastoraal oogje in het zeil houdt. Verder is het erg waardevol om nieuwgelovigen te betrekken bij het werk van de gemeente. Je kunt hun een taak en verantwoordelijkheid geven die bij hen past en waar ze plezier in hebben.’’ Een van de kringleiders van de Jacobikerk is voor Margon en Arjos zo’n mentor, ze ervaren beiden veel steun aan haar.
Margon heeft zich in haar betrokkenheid bij de kerk wel anders ontwikkeld dan haar man. ,,Het blijft zo dat mijn partner er wat anders in staat dan ik. Dat is natuurlijk minder leuk, maar ik vind het al fantastisch dat we dit zo samen doen. Ik ben nu ook actief als voorzanger van de Opendienst (een dienst voor mensen die niet of ‘een beetje’ geloven, red.).’’
5. Discipelschap
Na verloop van tijd kan fase vijf werkelijkheid worden: iemand wordt een discipel van Jezus Christus. Arjos en Margon houden wat dit betreft nog wat slagen om de arm. Hij: ,,Ik geloof niet in een hiernamaals. Het is mijn overtuiging dat er na het aardse leven geen leven meer is.’’ Ook Margon blijft vragen houden over het eeuwige leven. De angst voor de dood is en blijft bij haar aanwezig: ,,Dit was een van de vraagstukken waarmee ik begon aan mijn hernieuwde kennismaking. Deze vraag is nog niet beantwoord. Ik ben nog steeds wat zoekend. Maar mede door actieve deelname in de kerkgemeenschap heb ik meer antwoorden op mijn vragen gehad.’’
Arjos en Margon kiezen er bewust voor om met al hun vragen deel uit te maken van de Jacobigemeenschap. Vorig jaar juni zijn ze getrouwd en ds. Markus heeft hun huwelijk kerkelijk bevestigd.
N.a.v: Jurjen de Groot, Niels de Jong en Arjan Markus: Missionair is mogelijk, Uitgeverij Boekencentrum i.s.m. IZB, Zoetermeer 2007, € 12,90.
Door: Door Willem-Henri den Hartog, bron: CV·Koers
|