|
Kerkherplanting in Nederland |
|
|
|
donderdag 06 december 2007 |
AMSTERDAM - Is over het verschijnsel kerkplanting al heel wat literatuur verschenen; over kerkhérplanting is nog nauwelijks echt nagedacht. Reden voor de Amsterdamse theologiestudent Serge de Boer om er zijn masterscriptie aan te wijden. „Ik vind dat er op de universiteiten veel meer aandacht moet komen voor kerk-zijn in de stad.”
Welgeteld één studie trof De Boer (27) tijdens zijn zoektocht naar
literatuur over kerkherplanting aan: een scriptie van een anglicaans
priester, A. Welby. „Verder kon ik er niets over vinden.”Inmiddels
verscheen dan toch het eerste Nederlandstalige boek waarin het
onderwerp -kort- aan bod komt: ”Levend lichaam”, waaraan ook zijn
begeleider, dr. Sake Stoppels, meewerkte. „En daar ben ik blij mee; al
is de aandacht die er aan het onderwerp wordt besteed nog minimaal: één
bladzijde.” Op die bladzijde is te lezen dat herplanting „in
theoretische zin” een nog vrijwel onontgonnen terrein is; „in
praktische zin zijn de nodige experimenten gaande.”
Uitsterven
In zijn scriptie ”Kerkherplanting” gaat De Boer „op zoek naar een
theologisch kader voor het herplanten van een door uitsterven bedreigde
kerkelijke gemeente.” Aanleiding voor juist dít thema was, zegt hij,
„toch wel de trieste situatie waarin veel kerken in Amsterdam en andere
grote steden zich bevinden. Gemeenten worden opgeheven, predikanten
moeten weg. Dat raakte me erg.”
„Op een gegeven moment”, zegt de theologiestudent in de mensa van het
VU-hoofdgebouw, „verzorgde dr. Siebrand Wierda van de christelijke
gereformeerde kerk in Amsterdam hier een gastcollege. Hij vertelde over
de projecten die zijn gemeente inmiddels had opgestart, Via Nova
bijvoorbeeld, de Amstelkerk. Hij deed dat op zo’n manier dat ik dacht:
misschien zijn er dan tóch nog mogelijkheden voor de kerk in de stad.
Later bleek dat de christelijke gereformeerde kerk in Zaandam, van ds.
Paul den Hertog, en de gereformeerde kerk vrijgemaakt in Amstelveen van
ds. Tim Vreugdenhil met vergelijkbare zaken bezig waren.”
De Boer: „Deze drie gemeenten waren in feite opnieuw begonnen, hadden
een nieuwe start gemaakt. Waarbij hét kenmerk was dat zij zich, in
plaats van alleen naar binnen en naar boven, ook naar buiten gingen
richten. Met als resultaat dat zij, in plaats van uit te sterven,
gingen groeien. Er kwamen ook weer kinderen naar de kerk.”
De Amsterdamse student, lid van de protestantse Elthetogemeente in de
stad, benadrukt dat kerkherplanting alleen te overwegen valt als er
eigenlijk geen alternatieven meer zijn. „In mijn scriptie noem ik als
voorwaarde dat de kerkelijke gemeente gezien de ontwikkelingen in de
afgelopen jaren binnen nu en 5 à 10 jaar opgeheven moet worden. Kijk,
zolang er nog alternatieven zijn, er nog hoop is, heeft een herplanting
geen zin. Maar zeker voor gemeenten in de grote steden, in de Randstad,
kan er een moment komen dat herplanting de enige mogelijkheid blijkt om
de kerk voor de stad te behouden.”
Kunt u in enkele zinnen aangeven wat kerkherplanting inhoudt?
„Het belangrijkste is dat je visie op kerk-zijn verandert. Het is óf
sluiten óf het roer radicaal omgooien, en je expliciet ook gaan richten
op mensen van buiten de kerk. Dat laatste is bij de drie gemeenten die
ik heb onderzocht, gebeurd. Zij gingen, zoals zij dat noemen, inclusief
preken, en ook de andere onderdelen van de eredienst werden veel
toegankelijker - een woord dat ik liever gebruik dan laagdrempeliger.”
Uit uw scriptie blijkt dat deze gemeenten weliswaar weer zijn gegroeid,
maar dat (ook) zij slechts in beperkte mate buitenkerkelijken aan zich
weten te binden.
„Als je de cijfers leest, kun je je inderdaad afvragen: Is dit nu
alles? Maar ik denk dat je ze naast andere moet leggen. In 2004 is er
bijvoorbeeld een Kaski-onderzoek geweest naar kerktoetreding. Dan
blijkt dat in de gemiddelde christelijke gereformeerde of vrijgemaakte
kerk helemaal geen buitenkerkelijken of randkerkelijken toetreden. In
Amsterdam, Zaandam en Amstelveen gebeurt dat wel. En laten we niet
vergeten: je bent kerk in de stad. Uit ervaring weet ik inmiddels hoe
zwaar dat is. Ik las ergens van een kerkplanter die zei: Als ik deze
kerk in Afrika had geplant, had ik nu al vijfhonderd mensen om me heen
gehad. Nu zijn het er vijftig.”
Het „herplanten” van een gemeente kóst ook wel wat, zo blijkt uit het
-opvallend open- relaas van ds. Tim Vreugdenhil in uw scriptie. Heel
wat leden verlieten de gkv Amstelveen.
„In de cgk van Amsterdam en Zaandam heeft de herstart vrijwel geen
leden gekost. Nou ja, een enkele - die vond dat je niet mocht klappen
in de kerk. Een sleutelwoord is hier communicatie. Ds. Vreugdenhil
geeft eerlijk aan dat hij zijn nieuwe beleid op een verkeerde manier
heeft gecommuniceerd naar de gemeente toe. Hij zegt dit zodat anderen,
andere gemeenten, ervan kunnen leren.”
Hoeveel concessies moeten er aan de boodschap worden gedaan om mensen
naar de kerk te (blijven) trekken? Van Paulus is slechts te lezen dat
hij, waar hij ook kwam, „terstond Christus predikte.”
„Ik denk dat in alle drie de gemeenten die ik heb onderzocht, de
Bijbelse boodschap in haar kern klinkt. Alleen, in een taal die
iedereen begrijpt, en met behulp van eigentijdse middelen, muziek ook.
Zelf ben ik ervan overtuigd dat de Bijbelse boodschap per definitie
niet laagdrempelig is. Die is soms zeer kritisch, staat tegenover je.
Het kóst wat om Jezus te volgen, het kost je jezelf. Maar je kunt die
boodschap wel toegankelijk brengen.”
In het kader van uw onderzoek organiseerde u een studiemorgen voor
onder anderen predikanten. De reacties waren positief, zo blijkt. Wel
merkte iemand op dat u vooral een „successtory” bracht.
„Ik ben me daarvan bewust. Het punt is dat er behalve deze drie
gemeenten en de Pax Christigemeente in Den Haag simpelweg geen andere
voorbeelden van kerkherplanting zijn. Als die er straks mogelijk wel
komen, zal er ook meer over te zeggen zijn. In de Anglicaanse Kerk
hebben de afgelopen jaren heel wat kerkherplantingen plaatsgehad, en
zeker niet altijd met succes. Daar leer je dan ook weer van.”
In uw scriptie verwijt ds. Paul den Hertog de Theologische Universiteit
Apeldoorn dat zij zich veel te weinig bezighoudt met het toerusten van
predikanten voor het werk in de stad.
„In Apeldoorn, Kampen, aan de Vrije Universiteit, gebeurt er op dit
terrein inderdaad nog bepaald niet veel, en dat zou wel moeten, vind
ik. Maar ik heb geluiden gehoord dat men aan de VU bezig is met het
opzetten van een master ”kerk in de stad”. En daar ben ik blij mee.
Sterker: ik vind het gewoon een must.”
De scriptie van Serge de Boer is in pdf te verkrijgen, nadat je een account hebt aangemaakt, via de downloads op deze site in de categorie "onderzoek".
Door: A. de Heer, bron: Reformatorisch Dagblad.
|
Developed by: Innovation WEB |
Nieuwsbrief
Schrijf je in voor de nieuwsbrief!
|
|
|
Wie is er online?
We hebben 72 gasten online
|