spacer.png, 0 kB
Home arrow Artikelen arrow Algemeen arrow De kerk bereikt de onderkant van de samenleving niet
De kerk bereikt de onderkant van de samenleving niet PDF Afdrukken E-mail
donderdag 06 december 2007
Kerken trekken vooral mensen uit de burgerlijke middenklasse, zo blijkt uit onderzoek. Mensen buiten die ‘fatsoenlijke’ middenmoot, zoals sociaal zwakkere groepen, vallen hierdoor dikwijls buiten de christelijke boot. ,,Veel kerken zien de onderkant van de samenleving compleet over het hoofd.’’

,,We zijn niets anders geworden dan een christelijke vereniging van consumenten die het goed en gezellig hebben met elkaar. Het verdwijnen van een kerk uit een buurt zou vaak onopgemerkt kunnen gebeuren, ware het niet dat het een positief gevolg heeft: het parkeerprobleem op zondag is de wereld uit of de overlast van klokgelui is ten einde. Het is ten hemel schreiend dat onze grote, dure gebouwen vaak zo leeg en ongebruikt zijn door de week. Wat zou er allemaal niet mee gedaan kunnen worden om de drempel voor buurtbewoners te verlagen! Maar we zijn bang om de wereld in huis te halen. We verdoen onze tijd met discussiëren over gebouwen, orgels, pakken en Opwekkingsliedjes, over de doop en tongentaal, de gaven van de Geest en het Duizendjarige Rijk. Niet al die dingen zijn onbelangrijk, maar we verkeren in de positie dat we prioriteiten moeten stellen.”

Het zijn nogal boude uitspraken, maar bij Daniel de Wolf komen ze vanuit een bevlogen hart. Zes jaar geleden was de medewerker van Youth for Christ betrokken bij de oprichting van jongerencentrum The Mall in de beruchte Millinxbuurt in Rotterdam. Hij en zijn collega’s probeerden de jongeren in deze achterstandswijk iets van Gods liefde te laten zien. Met succes – veel jongeren uit de buurt vonden hun thuis in The Mall en maakten niet zelden een keus voor God. Wat de jongerenwerkers echter niet lukte, was om een brug naar de kerk te slaan. Van een marketeer kreeg De Wolf zelfs het advies om dit niet eens te proberen. ,,Houd jullie jongeren weg bij de kerk”, tipte die. ,,Anders gaan ze nooit geloven.”


De ‘probleemjongeren’ van The Mall in de Millinxbuurt, voornamelijk van Antilliaanse afkomst, vallen in de bestaande kerken zwaar uit de toon, zo blijkt. De reguliere kerken zijn namelijk goeddeels gevuld met christenen uit de burgerlijke middenklasse, blijkt uit godsdienstsociologisch onderzoek. De studie Geloven in het publieke domein van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid leert dat de christen in Nederland ‘vaker vrouw is, vaker ouder dan vijftig, gehuwd of samenwonend, minder stedelijk, gepensioneerd en stemmer op CDA, ChristenUnie of SGP’. ,,Dat zijn toch de meer gesettelde groepen”, maakt godsdienstsocioloog Erik Sengers uit deze beschrijving op. ,,Het zijn mensen die op een burgerlijke manier samenleven, met kinderen, een huis en een hypotheek die ze ook daadwerkelijk kunnen afbetalen. Burgers die genieten van een mooi leven en een goed inkomen.”


Uit het onderzoek van Godsdienstige Veranderingen in Nederland van het SCP uit 2006 blijkt dat middeninkomens en middenopleidingen bij de kerkelijken breed vertegenwoordigd zijn, al is het verschil met niet-kerkelijken op dit punt niet zo groot. ,,Maar de cijfers over de leeftijd en urbanisatiegraad zijn veel duidelijker’’, zegt Sengers. ,,Daaruit blijkt dat kerkleden in Nederland vooral buiten de grote steden wonen. En het is bekend dat allochtonen en mensen aan de onderkant van de samenleving hoofdzakelijk bínnen de grote steden wonen.”


Evangelischen slagen er al niet beter in om de onderklasse van de samenleving te vertegenwoordigen. Godsdienstsocioloog Hijme Stoffels concludeert in zijn onderzoek Wandelen in het licht – Waarden, geloofsovertuigingen en sociale posities van Nederlandse evangelischen uit 1990 dat het percentage evangelischen dat een opleiding op het niveau van hoger beroeps- of wetenschappelijk onderwijs heeft voltooid, ruim twee keer zo hoog is als dat van de gehele Nederlandse bevolking. Stoffels verwacht dat de verhoudingen nu niet heel anders liggen, maar beschikt niet over recente cijfers.

 
Veronicagids

Er lijkt een kloof te bestaan tussen de kerken – vooral bevolkt door de middenklasse en sterker vertegenwoordigd in de bible belt – en mensen aan de onderkant van de samenleving die zich voornamelijk ophouden in de grote steden. ,,Die kloof is er absoluut”, stemt Auke Veenemans in. Veenemans is missionair werker in de Haagse Zeeheldenbuurt. Hij richt zich met het missionaire project ‘The Living Room’ vooral op de arme en lageropgeleide bewoners van de wijk.


,,Zelf was ik lid van een evangelische gemeente in Zutphen”, vertelt hij. ,,Ik denk dat veel van de mensen waar ik nu mee werk het niet zouden redden in een evangelische gemeente of traditionele kerk. Dat zit hem vooral in het niveau. De liederen en preken gaan mensen uit de lagere klassen boven de pet. De inhoud is niet gericht op mensen die alleen de Veronicagids lezen en af en toe een stripboek.”


De medewerkers van The Living Room kiezen daarom voor samenkomsten met korte, beeldende preken, kinderopwekking en liedjes van cabaretier Herman Boon. ,,Een preek van dertig minuten is gewoon te lang voor deze mensen”, weet Veenemans. ,,Ze willen vooral hun eigen verhaal kwijt, dat er naar hén geluisterd wordt.”


Krijn de Jong, stafmedewerker van Tot Heil des Volks en lid van een christelijke gereformeerde kerk, herkent zich in de ervaring van Veenemans. ,,Ik vind het altijd heel pijnlijk dat als ik een dakloze wil doorverwijzen naar een kerk, ik hem beter een evangelische gemeente kan aanraden dan mijn eigen kerk. Evangelische gemeenten staan toch meer open voor mensen buiten hun eigen wereldje. Traditie is iets waardevols, maar het kan mensen ook afschrikken. Nieuwelingen zijn niet van al die lange tradities op de hoogte en voelen zich al snel een buitenstaander.”


Daniel de Wolf zat met hetzelfde probleem in zijn maag en besloot onder jongeren in The Mall een enquête te houden over de kerk. ,,De resultaten waren niet echt bemoedigend”, herinnert de jongerenwerker zich. ,,Hun expliciete kritiek was de kritiek van alle jongeren: moeilijke preken in een taal waar je niets van begrijpt; het duurt te lang; het is te vroeg ’s ochtends; het is te saai. Maar impliciet klonk er een ernstiger verwijt in door: ze voelden zich niet welkom in de kerk. Ze hadden het idee dat je aan een bepaalde standaard moet voldoen, dat je nette kleren aan moet hebben. Dat er een bepaald slag mensen zit waar je eigenlijk niet aan kunt tippen. Dat je vooral een heleboel moet en dat je niet jezelf kunt zijn.”

 
Gastvrijheid

Kunnen kerken die kloof overbruggen – en hoe? ,,Ze kunnen de diensten begrijpelijker maken”, oppert Veenemans. ,,Alleen al door diensten ook voor mensen uit de onderlaag van de samenleving begrijpelijk te maken, laat je zien dat je deze groep niet afwijst. Veel kerken missen de boot al door deze groep compleet over het hoofd te zien.”


Krijn de Jong zoekt het vooral in een veranderde houding. ,,Laten we niet elke keer praten over laagdrempeligheid”, zegt hij. ,,Dat lijkt eerder een valkuil te worden. Open harten en gastvrijheid, daar gaat het in de eerste plaats om.” Volgens de stafmedewerker zou gastvrijheid één van de grote christelijke deugden moeten zijn, maar is de praktijk vaak anders. ,,Een alleenstaande vriendin van ons bezoekt al jaren een grote kerk van de Gereformeerde Bond. In al die jaren is zij nog nooit door iemand aangesproken. Daar kan ik wel om janken. Ik wil mijzelf en andere christenen veel vergeven, maar dit mogen we gewoon niet accepteren. Iemand groeten is toch wel het minste dat je kunt doen?”


Volgens Daniel de Wolf moet de houding van kerken in haar totaliteit veranderen – van binnen naar buiten gericht. Ook als het gaat om evangelisatieactiviteiten. In Jezus in de Millinx, een boek over het werk van The Mall, schrijft hij: ,,Wij ontdekten dat in veel kerken nog steeds voorkeur bestaat voor radicale, kortstondige evangelisatieacties, zoals het uitdelen van folders en blaadjes, een muziekevenement, speciale diensten waarin een oproep wordt gedaan om naar voren te komen, kerkdiensten gericht op buitenstaanders et cetera. Onze moeite hiermee is dat deze acties vaak wel aansluiten bij ónze beleving, maar niet bij de beleving van de mensen die we willen bereiken.”


Veenemans herkent dit. ,,Bij laagdrempelige diensten zijn het nog steeds de buitenstaanders die over de drempel moeten stappen. Eigenlijk moet de kerk bij de ánder over de drempel stappen. Ga erop uit. Zoek mensen op in hun eigen wereld. Dan zullen mensen je pas serieus nemen. Zelf ga ik elke woensdagmiddag voetballen met Marokkaanse jongens uit de buurt. Voetbal blijkt een goed middel om met deze jongeren in contact te komen.”


Krijn de Jong staat van harte achter deze benadering. ,,Als christenen moeten we niet verwachten dat de wereld naar ons toe komt; wij moeten juist de wereld in trekken. Vroeger hoorde je vaak zeggen: ‘De kerkdeur staat open’, maar dat vind ik wel een heel goedkoop excuus om onder Jezus’ zendingsbevel uit te komen. Christus zelf is afgedaald van de hemel naar de aarde. Zo ver zullen wij het nooit schoppen – wij leggen maar kleine afstandjes af – maar Christus leert ons wel om zijn voorbeeld te volgen.”

 
Kapsones

Maar is het zo verkeerd dat de bestaande kerken vooral de middenklasse bereiken? Die bevolkingsgroep moet immers ook bediend worden? De missionaire projecten en migrantenkerken kunnen nu mooi de mensen opvangen die in de reguliere kerken buiten de boot vallen, en hen op een eigen manier aanspreken.


Auke Veenemans vindt dit een moeilijk punt. ,,Hier denk ik veel over na”, zegt hij. ,,Uiteindelijk lijkt mij een middenstandskerk toch niet gezond. Elke kerk moet open en gastvrij zijn. Het lijkt mij niet normaal dat grote delen van de bevolking, zoals mensen uit achterstandswijken, compleet buiten het blikveld van een kerk vallen.”


Volgens de missionair werker mist hierdoor niet alleen de samenleving een hoop, maar ook de kerk zélf. ,,Als je geconfronteerd wordt met mensen buiten je eigen wereldje, zorgt dit misschien in eerste instantie voor moeilijkheden, maar uiteindelijk voor een groei in je geloof. Met allemaal middenstandschristenen bij elkaar is het makkelijk liefhebben. Maar iemand liefhebben uit de onderlaag van de samenleving, dat vraagt je om je grenzen te verleggen. Om méér lief te hebben.”


Veenemans spreekt hier uit eigen ervaring. ,,Toen ik met het werk in de Zeeheldenbuurt begon, dacht ik: binnen een paar maanden zul je bij deze mensen wel een verandering zien. Maar dit zijn geen mensen met korte verhalen. Ze vragen om veel tijd, ruimte, zorg en begrip. Door met deze mensen te werken, leer ik lief te hebben. Mensen in de marge van de samenleving laten zien hoe individualistisch wij christenen vaak zijn. God is juist daar waar mensen het moeilijk hebben, midden in de gebrokenheid. Als ik deze mensen in de ogen kijk, zie ik soms iets van Jezus – al geloven ze niet eens. God werkt op plekken waar wij het niet voor mogelijk houden. Hij werkt zelfs in seksshops.”

 
Krijn de Jong worstelt eveneens met de vraag of het niet goed is dat iedere kerk een eigen doelgroep bedient. ,,Soms heb ik er vrede mee”, peinst hij hardop. ,,Dan denk ik: niet moeilijk doen. Ieder heeft zijn eigen temperament, dus het is goed dat er verschillende kerken zijn. Maar vaker denk ik: nee, het klopt niet. De kerk is Gods huisgezin en moet daarom zo gemêleerd mogelijk zijn. Met oud en jong, man en vrouw, rijk en arm en alle kleuren bij elkaar. Natuurlijk is het geen kleinigheid om contact te maken met mensen buiten je eigen wereldje”, nuanceert hij. ,,Dan moet je je kapsones achter je laten. Maar als het lukt, en je als naakte mens voor God verschijnt, merk je dat verschillen wegvallen. God denkt niet in lijnen van intellect en rijkdom. Voor God gelden heel andere waarden. Dat moeten we als christenen toch gaan leren beseffen.”

Van ‘yuppenkerken’ met enkel ‘snelle jongens en mooie meiden’ moet de Amsterdamse hulpverlener weinig hebben. ,,Door je doelgroep zo strak af te bakenen, verziek je Christus’ gemeente. In een kerk heb je elkaar nodig. Kinderen maken zorg en liefde in ons wakker. Zwakbegaafden maken ons beschaamd en doen ons beseffen wat voor kleingelovige sukkels we eigenlijk zijn. We hebben elkaar allemaal nodig.


En uiteraard heb je verschillende temperamenten. De een is een geboren stokvis en de ander heeft meer bewegingsdrang. Je moet daarom niet alles vast willen leggen. Belangrijk is dat we de intentie behouden om elkaar op te zoeken. Kijk gewoon hoever je samen kunt komen. Als christenen verschillen we van elkaar, dat is een feit. Maar om daarom het eenheidsideaal overboord te gooien, vind ik een veel te hoge prijs. Dat ‘samen in de naam van Jezus’ wil ik voor geen goud missen.”

 
Longontsteking

De Wolf is het hiermee eens. Hij vindt het belangrijk dat de kerk zich openstelt voor alle groepen in de samenleving. Het lijkt hem echter geen realistisch doel om al deze groepen in één dienst tevreden te stellen. ,,Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de jongeren die bij ons in The Mall komen. Die voelen zich niet thuis in de traditionele kerken, maar evenmin in de migrantenkerken.”


Een mogelijke oplossing ziet De Wolf in een ‘kerkelijk adoptieplan’ waarbij bestaande kerken een missionair project adopteren. ,,Dan fungeert de bestaande gemeente als moederkerk die een of meer dochtergemeentes onder haar hoede heeft”, legt hij uit. ,,De moederkerk kan die dochtergemeenten bemoedigen, coachen en ondersteunen met geld en gebed.”

Zelf heeft Thugz Church (de gemeente die is ontstaan uit het werk van The Mall) ook gezocht naar zo’n moederkerk en die inmiddels gevonden in de Crossroads-gemeente. De Wolf: ,,We wilden niet het zoveelste nieuwe christelijke clubje zijn. Het is belangrijk dat je een kerk achter je hebt staan.”

Moederkerken kunnen af en toe, bijvoorbeeld met feestdagen, wel gezamenlijke samenkomsten organiseren met hun dochtergemeente, denkt De Wolf. ,,Dat moeten we in ieder geval proberen. Hier in Rotterdam bewijzen onder meer de Europoort-gemeente, Kom en Zie en de International Christian Fellowship dat verschillende culturen goed samen een dienst kunnen houden.”


De Rotterdammer is dan ook niet pessimistisch over de toekomst van de kerk. ,,Je merkt dat kerken zich steeds meer naar buiten richten. Zoals in Spijkenisse, waar kerken samenwerken in het project ‘Vrede voor de Stad’. Ze slaan de handen ineen, zetten voedselbanken op en bezoeken jongeren in jeugdgevangenissen. Dat zijn hoopgevende initiatieven.”


Ook Veenemans ziet die hernieuwde aandacht voor de zoutende functie van de kerk. ,,Je hoort steeds meer mensen over dit onderwerp spreken. Dat is bemoedigend. En over de emerging churches – die ook een sterk missionaire kant hebben – verschijnt de laatste tijd veel literatuur. Wel vraag ik mij af in hoeverre dit doordringt in de kerken. In de gemeente waar ik zelf uit kom, zien ze evangelisatie enkel nog als het proclameren van een boodschap, zonder daadwerkelijk in de wereld van die ander te stappen.”


Krijn de Jong wijst er echter op dat het evenmin gezond is wanneer een kerk álle deuren en ramen wijd openzet. ,,Als je dat doet, verlies je je huiselijke warmte en loop je al snel een longontsteking op. Een gemeente is ook een huisgezin dat liefde, geborgenheid en toerusting biedt. Daar moeten we niet te gering over denken. In je eentje red je het gewoon niet in de wereld.”


Hij vindt dat christenen op dat punt veel kunnen leren van de Moderne Devotie (een spirituele opwekkingsbeweging uit de veertiende eeuw, red.). ,,Gelovigen van die beweging zochten elkaar op en gingen samen in huizen wonen. Daar beoefenden ze de christelijke gemeenschap en verdiepten zich in de Bijbel. Enerzijds moeten we ons warmen aan de christelijke gemeente en anderzijds met onze voeten in de modder van deze wereld staan. Die balans mogen we nooit kwijtraken.”


Door Gert-Jan de Jong, bron: CV-Koers
 

Developed by: Innovation WEB

 
spacer.png, 0 kB