|
De noodzaak van nieuwe kerkvormen |
|
|
|
donderdag 13 september 2007 |
De kerk in Nederland heeft een
serieus probleem, zoveel is wel duidelijk na de publicatie van een
aantal recente onderzoeken. De kerkverlating zet door. En dat juist
jongeren massaal de kerk verlaten, doet het ergste vrezen voor de
toekomst. Maar als we als kerk de aansluiting willen herstellen,
waarmee moeten we dan rekening houden? Twee thema’s verdienen in ieder
geval aandacht: het postmodernisme en het postchristendom.
Het postmodernisme heeft de levenshouding van veel Nederlanders
diepgaand beïnvloed. Waar mensen eerst door logisch nadenken de
universele waarheid wilden bevatten, bouwen nu steeds meer mensen hun
waarheid op persoonlijke ervaringen. Iedereen heeft daarbij
uiteindelijk zijn eigen waarheid. In het eerste deel van dit tweeluik
(Zoeken naar de onbekende god, in het aprilnummer) nam gemeentestichter
Daniel de Wolf het postmodernisme onder de loep. Hij constateerde: ,,De
droge logica van de twintigste eeuw heeft plaatsgemaakt voor het
chaotische gevoel van de eenentwintigste eeuw.’’ Het postmodernisme is
meer dan een interessante filosofie. We moeten er rekening mee houden
dat het postmodernisme ook invloed heeft op allerlei praktische zaken:
van leiderschap tot communicatie en leerprocessen.
Naast het postmodernisme zullen kerken ook het thema ‘postchristendom’
moeten doordenken. Na vele eeuwen waarin kerken de macht van de
meerderheid hadden, moeten ze weer leren werken vanuit de marge van de
samenleving. Het is belangrijk dat kerken - ook evangelische gemeentes
met een korte historie - onderzoeken hoe de macht uit het verleden het
functioneren van de kerk en van christenen heeft beïnvloed.
Emerging church
Als we afgaan op de rapporten, moeten we constateren dat de aansluiting
tussen kerk en samenleving grotendeels is verdwenen. Stefan Paas stelt
in een van zijn boeken: ,,Kerken zijn meer en meer geworden tot
ruimteschepen: geïsoleerde gemeenschappen binnen een samenleving die er
heel anders uitziet.’’ Een aantal missionaire pioniers in het Verenigd
Koninkrijk en de Verenigde Staten constateerde al in de loop van de
jaren negentig dat gevestigde kerken - óók met laagdrempelige
zoekersdiensten - steeds minder in staat bleken mensen te bereiken die
geestelijk op zoek zijn. Daaruit groeide een beweging die de
aansluiting tussen kerk en maatschappij wil herstellen: de ‘emerging
church’. De emerging church kent geen centrale organisatie en valt het
best te kenmerken als een internationale discussie over hoe de kerk
weer relevant en missionair kan worden in een context van
postmodernisme en postchristendom. Het zoeken naar nieuwe kerkvormen is
daarbij de praktische focus.
Eddie Gibbs en Ryan Bolger publiceerden in 2006 het toonaangevende boek
Emerging Churches, waarin ze de gemeenschappelijke deler benoemen van
allerlei initiatieven die zichzelf zien als emerging church. Drie
hoofdlijnen zijn herkenbaar:
(1) de leer en het leven van Jezus krijgen veel aandacht;
(2) men wil het onderscheid tussen kerk en wereld minimaliseren;
(3) er wordt getracht meer inhoud te geven aan het samenleven als geloofsgemeenschap.
De leer van Jezus
Binnen de emerging church leeft de overtuiging dat binnen de kerken het
onderwijs en het leven van Jezus onterecht zijn overschaduwd door zijn
dood en opstanding. Kerken accepteren Jezus wel als verlosser van
zonden, maar zijn leefstijl en onderwijs zouden naar de marge van het
kerkelijk leven zijn geschoven. In de belijdenissen lees je er nagenoeg
niets over, op confronterende preken over geld en bezit rust een taboe
en Jezus’ brede visie zoals verwoord in Lucas 4 is te vaak versmald tot
een bekeringsoproep. Jezus’ radicale oproep tot praktische navolging is
veel kerkmensen toch té radicaal (zie het artikel De stille revolutie
van de navolging, in april 2006).
Stuart Murray, een Britse expert op het gebied van postchristendom,
schetst het marginaliseren van Jezus’ onderwijs tegen de achtergrond
van een kerk die eeuwenlang veel macht en rijkdom had; een kerk die
daardoor niet goed overweg kon met onderwijs waarin zelfverloochening,
matigheid en vrijgevigheid centraal staan.
De emerging church geeft veel aandacht aan het onderwijs van Jezus. Dat
heeft bijvoorbeeld sociale betrokkenheid tot gevolg en oog voor het
Koninkrijk van God. Men staat voor een holistische aanpak, waarin
bekering geen vereiste is. Er wordt geïnvesteerd in de materiële en
emotionele behoeften van mensen. Het werk van Matthijs en Lindsey
Vlaardingerbroek in een achterstandswijk in Den Haag laat iets zien van
deze sociale betrokkenheid. Zij hebben nadrukkelijk ervoor gekozen
dienend in de wijk aanwezig te zijn en niet op een ‘christelijk eiland’
te gaan zitten. Gemeentestichting begon niet met het organiseren van
kerkdiensten, maar door het praktisch laten zien van Gods goedheid, of
het nu via de speeltuincommissie of via het organiseren van
straatfeesten is (zie het artikel Een kerk voor ongelovigen, augustus
2003).
Maar hoe sluit dit centraal stellen van Jezus’ onderwijs nu aan op het
postmodernisme? Postmoderne mensen moeten weinig hebben van absolute
waarheden, grote ideologieën en gemillimeter over theologie. Niettemin
biedt het postmodernisme nieuwe mogelijkheden om het Evangelie ingang
te laten vinden: als iets werkt in de praktijk, als het ervaarbaar is,
dan is er een luisterend oor. De leer van Jezus is vaak praktischer dan
bijvoorbeeld de leer van Paulus en past daardoor goed in een
postmoderne context. Wanneer we de leer van Jezus uitleven, werkt dat
aanstekelijk, aanstekelijker zelfs dan doorwrochte theologie of
laagdrempelige diensten. Hans Küng stelt met betrekking tot de vroege
kerk: ,,In dit opzicht was het juiste leven (orthopraxie) in het
concrete leven van alledag van de gemeente toch belangrijker dan de
juiste leer (orthodoxie) - een hoofdoorzaak voor het onverwachte succes
van het christendom.’’ Er liggen flinke uitdagingen in het uitleven van
hoofdstukken als Matteüs 5 en Lucas 6. De emerging church wil door het
uitleven van Jezus’ onderwijs mensen brengen tot een relatie met hun
Schepper.
Kerk en wereld
De verhouding tussen kerk en wereld is binnen de emerging church vaak
onderwerp van gesprek. Om weer aansluiting te vinden bij mensen van
deze tijd, om weer missionair te kunnen zijn, is de wens vaak dat het
onderscheid tussen kerk en wereld kleiner wordt. Mensen uit de emerging
church willen midden in de wereld staan. Dat vertaalt zich onder andere
in een ruimhartige interactie met wetenschappelijke inzichten, aandacht
voor kunst en cultuur en stimulering van contacten met niet-christenen.
Ruim twee jaar geleden zijn Linda en Peter Zwaan in Eindhoven gaan
wonen om mensen in contact met Jezus te brengen. Samen met Peter en
Colinda van Belen begeleiden ze nu twee huisgroepen, die voor de helft
uit niet-christenen bestaan. Via contacten in bijvoorbeeld de
sportschool zijn inmiddels zo’n dertig mensen bij het initiatief
betrokken. Allerlei ontmoetingen vinden plaats, maar illustratief voor
het soms kleine onderscheid tussen kerk en wereld is dat de twee
huisgroepen elkaar ook regelmatig in een café ontmoeten. Tussen alle
reguliere bezoekers praten ze met elkaar over thema’s als onrecht,
relaties en eenzaamheid. Iedereen kan daarbij aanschuiven.
De oriëntatie op de wereld buiten de kerk komt ook tot uitdrukking in
de manier waarop nieuwe initiatieven starten. Contextualisatie is
daarbij het kernwoord. Het gaat dan om verstrekkende aanpassing aan de
samenleving waarbinnen het initiatief een plek krijgt. Als
contextualisatie het uitgangspunt is, is het nog maar de vraag of een
initiatief resulteert in kroegbijeenkomsten, kerkdiensten, huiskerken
of iets heel anders. De aanpassing gaat verder dan het gebruik van
hippe muziek, een beamer en begrijpelijk taalgebruik. Bij
contextualisatie kunnen bijvoorbeeld verschuivingen in de ecclesiologie
(kerkleer) optreden.
Om contextueel te kunnen werken is ruimte voor nieuwe inzichten
noodzakelijk. Mensen als Stanley Grenz en Brian McLaren hebben veel
nagedacht over de invloed van het postmodernisme. Zij pleiten voor
zoiets als een ‘genereuze orthodoxie’, voor een houding die ruimte laat
voor afwijkende en nieuwe overtuigingen, zolang ze niet strijdig zijn
met een klein aantal christelijke kernovertuigingen. Het pleidooi voor
een ruimhartige theologische houding is overigens niet nieuw. Bij Grenz
en McLaren komt die houding met name voort uit het postmoderne besef
dat we als mensen maar beperkt in staat zijn om de waarheid te kennen
en daarom niet te snel anderen de maat moeten nemen.
Relaties en gemeenschap
De emerging church wil relaties en de beleving van gemeenschap centraal
stellen in het functioneren van de kerk. Je kunt deze tendens zien als
een reactie op een kerkpraktijk waarin passiviteit, consumentisme,
anonimiteit en grootschaligheid geen uitzondering is. Je kunt het ook
zien als een oprecht verlangen Gods bedoelingen voor de kerk dichter te
benaderen.
Exemplarisch is de fascinatie van Dan Kimball - een
van de richtinggevende personen binnen de emerging church - voor de
inrichting van kerkgebouwen. Wat zegt de inrichting van kerkgebouwen
over onze theologie? Wat is eigenlijk de oorsprong van preekgestoeltes
en podia in onze kerken? En wat gebeurt er als er geen preekstoel of
podium is en we in een cirkel gaan zitten? Kimball zoekt naar
praktische manieren om gemeenschapsbeleving mogelijk te maken.
Binnen de emerging church wordt veel geëxperimenteerd met het
bevorderen van actieve deelname. Er is een grote diversiteit: sommige
emerging churches hebben vrij normale kerkdiensten, maar dan met ruimte
voor onderling gesprek, gebed in kleine groepen of liturgische
elementen uit de vroegchristelijke traditie. Andere hebben überhaupt
geen diensten meer en zouden door velen eerder als een leefgemeenschap
of netwerk worden betiteld. Ook huiskerken, groepen mensen die elkaar
wekelijks bij iemand thuis ontmoeten, worden vaak als emerging churches
gezien.
Kanttekeningen
Er zijn kritische kanttekeningen te plaatsen bij de emerging church. In
de eerste plaats moet vastgesteld worden dat de beweging geen centrale
aansturing of formele kaders kent. Hoewel de meeste mensen binnen de
emerging church er orthodoxe theologische overtuigingen op na houden,
is de ruimte voor afwijkende overtuigingen in principe onbeperkt.
Iedereen kan het label emerging church gebruiken en alleen door
discussie valt dat bij te sturen. Dat kan zich wreken. Stel dat een
initiatief de Bijbel niet als uitgangspunt neemt, op basis waarvan ga
je dan in gesprek? Daarbij streeft de beweging ernaar het onderscheid
tussen kerk en wereld te minimaliseren. Als dat uitgangspunt tot in z’n
uiterste consequentie wordt doorgevoerd, verdwijnt de kerk al snel in
de wereld. Dat roept de vraag op wat het minimum is om iets ‘kerk’ te
noemen en hoe je de kernwaarden van het Evangelie verankert in de
ontwikkeling van nieuwe initiatieven.
Daarnaast is het oppassen geblazen dat kritiek op bestaande kerken niet
het einddoel wordt. Het laten zien van Gods liefde aan de wereld en
mensen bij Jezus brengen, dat vormt de kern. Soms moeten daarvoor
kritische noten gekraakt worden, maar op een extra mopperclub zit
niemand te wachten.
Als laatste kanttekening moet gezegd worden dat de emerging church in
Nederland nog het nodige werk te verzetten heeft. Als contextualisatie
inderdaad een kernwoord is, dan zal er geïnvesteerd moeten worden in
het doorgronden van de Nederlandse samenleving, zowel op landelijk als
op lokaal niveau. Engelse boeken volstaan dan niet.
Paradigmashift
In Nederland zijn zo’n vijf jaar geleden de eerste initiatieven gestart
die inzichten uit de emerging church gebruiken. Inmiddels zijn enkele
tientallen tot honderden mensen actief erover in gesprek. Het aantal
initiatieven of projecten is groeiende en loopt waarschijnlijk in de
tientallen.
Het hanteren van het gedachtegoed uit de emerging church blijkt voor
velen niet minder te zijn dan een ‘paradigmashift’, een reformatie. Het
vergt een andere manier van denken. Wie is opgegroeid binnen de kerk
zal veel van zijn overtuigingen onder de loep moeten nemen om een
redelijk oordeel te kunnen vellen. Wie het zich eigen wil maken, doet
er goed aan veel te lezen, in gesprek te gaan met mensen uit de
praktijk en minimaal een aantal maanden met de ideeën te stoeien.
De aansluiting tussen kerk en samenleving is in Nederland voor een
groot deel verloren gegaan. De mogelijkheden voor aanpassing van
bestaande kerken zijn vaak beperkt. Het gedachtegoed rond emerging
church zet in op creatieve gemeentestichting en biedt allerlei
aanknopingspunten om die aansluiting tussen kerk en samenleving te
herstellen. Kerken in Nederland zullen kritisch moeten nadenken over
hun eigen functioneren. Daarnaast zullen kerken ruimte moeten scheppen
voor nieuwe initiatieven. Ze moeten daarbij incalculeren dat
experimenten kunnen mislukken en dat we daarom jaren van vallen en weer
opstaan in het vooruitzicht hebben.
Door: Martijn Vellekoop. De auteur is betrokken bij gemeentestichting in het Westland.
Hij was eerder actief binnen de jeugdkerken. Hij maakt deel uit van een
netwerk van mensen die nadenken over nieuwe kerkvormen. Zie ook zijn
website: www.jezusvolgen.nl/nederlandverandert
Bron: CV-Koers.
|
Developed by: Innovation WEB |
Nieuwsbrief
Schrijf je in voor de nieuwsbrief!
|
|
|
Wie is er online?
We hebben 10 gasten en 2 leden online
|