|
Wat de kerk nodig heeft, is geestelijk leiderschap. Bij predikant Niek Tramper (PKN) stond de vraag naar geestelijk leiderschap voorop tijdens de CV-Koers-studiereis naar Redeemer en Willow Creek (oktober 2006). ,,In toenemende mate vraag ik me namelijk af: zit daar de crux niet? (…) Het gaat niet goed met de kerk omdat het ons aan geestelijke leiding ontbreekt. Echt leiding en echt geestelijke leiding.’’ Hieronder zijn verslag – met leermomenten vanuit Redeemer.
Acht dagen was ik met een stel collega's ondergedompeld in de Amerikaanse samenleving. New York, Chicago betekenden ook voor mij nieuwe werelden. Het raakte me allemaal meer dan ik had verwacht. Het was niet de Amerikaanse politiek, de afgelopen weken weer in heftig vaarwater gekomen, die ons bezighield. Wel de vraag wat nu toch het geheim is achter die uit hun voegen gegroeide gemeenten van Christus in de big cities van de VS. We bezochten Redeemer Presbyterian Church in het hartje van New York en Willow Creek in de wijde en gegoede randstad van Chicago. Waarom? In ieder geval om enige wijsheid op te doen aan gene zijde van de Atlantische Oceaan, waar onze eigen natie verschrompelde tot een popperig landje vol christelijke doemdenkers.
De vraag naar geestelijke leiding Voor mij stond de vraag naar het geestelijk leiderschap voorop. Het is een existentiële vraag en ik heb er in een paar studieverloven hard op zitten studeren. In toenemende mate vraag ik me namelijk af: zit daar de crux niet, dat we hier te lande kerkelijk overgeorganiseerd raken, in ieder geval wel in 'mijn' kerk, de Protestantse Kerk in Nederland. In Vlaardingen kunnen ze erover meepraten. Eerst moet alles geregeld worden, daarna zien we wel of er nog geestelijk leven is. 'Ministry follows structure.' Als je niet blind bent, kun je zien wat het resultaat is... Ik was erg benieuwd hoe die grote jongens het daar deden. Hier houden we elkaar in onze angst voor scheve-schaats-rijdende leiders vast in een democratische wurggreep van conflicterende standpunten. Zodat visionair beleid en slagvaardigheid nooit kans van slagen hebben. Ik ben zowel in buiten- als binnenland al zo vaak getuige geweest van de ontmoedigende impact van het politieke spel van ruziënde ambtsdragers, kerkenraden, commissies en synoden op het geestelijk gehalte van de gemeente. Kán de protestantse kerk eigenlijk nog groeien? Of ontneemt haar ambtelijke structuur haar die mogelijkheid? Nee, aan die rijke theologische traditie kan het niet liggen, ook niet aan onze uitgebalanceerde liturgie, nog minder aan de voorzieningen voor de opleiding van predikanten. Het gaat niet goed met de kerk omdat het ons aan geestelijke leiding ontbreekt. Echt leiding en echt geestelijke leiding. Ik ken de gevaren van de sterke leider goed - in de Bijbel komt het woord leiderschap trouwens helemaal niet voor - en ik sta niet te trappelen om een bisschop, maar misschien moeten we eerlijk toegeven dat het zo ook geen doen is. De protestantse ambtsstructuur heeft wel bijbelse wortels, maar is voor een belangrijk deel een product van de moderne tijd, de West-Europese cultuur zoals zich die heeft ontwikkeld van de 17e tot halverwege de 20e eeuw. De postmoderne mens zit er niet op te wachten. De kerk als instituut is dan ook 'uit'. Wat even schadelijk is: de zonde van de binnenkerkelijke hoogmoed krijgt er te veel kansen.
Zoetheid van tussen de wolkenkrabbers In Redeemer, midden tussen de wolkenkrabbers in Manhattan, ontmoetten we een presbyteriaanse gemeente met een opmerkelijke groei. Uit de verhalen en getuigenissen kun je niet anders concluderen dan dat hier in een tijdsbestek van 15 jaar een bijzonder en krachtig werk van de Geest bezig is. Want Hij, de Heilige Geest, is natuurlijk wel hét geheim. Wat begon met een klein groepje, is uitgegroeid tot een gemeente van meer dan vijfduizend. En laten we nu niet zeggen dat in de VS alles groot is: auto's, wegen, huizen, flats en dus ook de kerken. Want zo is het niet. Ook in de VS kampen veel traditionele kerken met achteruitgang. In Boston moesten in korte tijd twaalf kerken gesloten worden en de Episcopaalse (Anglicaanse) kerk in het centrum van New York heeft op papier 2200 leden, waarvan er 's zondags hooguit 50 in de kerk zitten. Wat is dan het 'zoete geheim' van Redemeer, wat voor honing valt er te peuren van tussen het beton en staal van de overweldigende wolkenkrabbers? We zijn er maar enkele dagen geweest. Een grondige evaluatie of kritische bespreking is daarom niet aan de orde en ook niet zinvol. Ik waag het er wel op een stuk of wat opvallende punten te noemen die misschien leermomenten zijn. Leermomenten die niet onmiddellijk toegepast kunnen worden op de Nederlandse situatie, maar die wel aan het denken zetten, een beetje moed geven en wat handgeld voor mijn werk en mijn eigen (Christus!) kerk. Ik beperk me in dit artikel tot Redeemer. Over Willow Creek schrijf ik graag een andere keer.
1. Visionair beleid Het heldere en op de Bijbel georiënteerde, sterk visionaire beleid van Redeemer valt meteen op. Het wordt door de staf - de door de kerk betaalde 'professionals' - voorbereid, uitgewerkt en uitgevoerd. Ieder heeft daar zijn eigen beleidsterritorium. Een mooi 'plaatje' van wat ik bedoel met visie en beleid liet Tom Jennings, hoofd Muziek en Drama van Redeemer, ons zien. De kerk richt zich in de erediensten op de 'young professionals'. De morgendienst heeft daarbij in muzikaal opzicht een meer klassiek karakter en trekt ook een iets ouder publiek dan de avonddienst in jazz-stijl. Liturgie is voor Jennings niets minder dan 're-telling the gospel account'. Schepping, zondeval, verzoening krijgen een plaats in lofprijzing, schuldbelijdenis en momenten van toewijding in de eredienst. Daarnaast is in de liturgie zorgvuldig evenwicht gebracht tussen waarheid en genade, hoofd en hart, evangelieverkondiging en beantwoording van de boodschap. Er is dus nagedacht en goed ook. En altijd weer moet je de vraag stellen hoe het beter kan. Het beste niet goed genoeg. God wil een gaaf offer. 'We go for excellence'. Wat bedacht en uitgevoerd wordt, is professioneel, heeft kwaliteit, het staat als een huis, niet alleen in de ogen van christenen, maar ook in die van niet-christenen. Zijn antwoord op de typisch Nederlandse vraag naar aanpassingen in de liturgie en de discussie over muziekstijlen is dan ook: ‘Er moet eerst (nieuw) inzicht komen in de betekenis van muziek en muziekstijlen in de samenleving, vervolgens in de eredienst. Pas dán kun je verder werken. Niet alleen maar bidden, maar ook uiterste zorgvuldigheid betrachten in het ontwikkelen van visie en beleid’. Een tweede kenmerk van visionair beleid is doelgerichtheid. Redeemer ontwikkelde al meteen vanaf het begin een duidelijk omschreven mission statement: kort geformuleerd 'a movement of the Gospel for the welfare of the city'. Dat wordt door hoofdpredikant Tim Keller uitgewerkt in een introductie-cd, die bij elke dienst wordt uitgereikt aan geïnteresseerde bezoekers.
2. Professionaliteit Vanaf haar ontstaan heeft Redeemer kwaliteit als huismerk. Dat geldt voor alle aspecten van gemeente-zijn, maar het meest in de eredienst. Bij de liturgie worden bekwame musici ingezet, middelmatige mensen krijgen gewoon geen kans (er is nu ook een groot aanbod aan ervaren en goed opgeleide mensen). Gaven, opleiding en deskundigheid van gemeenteleden zijn ruimschoots voorhanden, worden ook ruimschoots benut. Wat moet ik daarmee in mijn doorsnee 'huis-, tuin- en keukengemeente', waar we niet kunnen bogen op veel wijzen, edelen en rijken? Toch dit, wat de apostel zegt: ijvert naar de beste gaven. Wij hebben misschien andere gaven, maar middelmatigheid moeten we uit ons woordenboek schrappen. Ook de preken van ds. Tim Keller, zijn van hoge kwaliteit. Hij hanteert een apologetische stijl, citeert breed uit de wereldliteratuur. In de preek die wij van hem hoorden, passeerden Kierkegaard, Lewis en Miroslav Volf. Hij signaleert actuele trends in de samenleving. De verkondiging is 'biblical logic on fire' (de onontkoombare bijbelse logica die ook zo kenmerkend was voor de in 1981 gestorven Londense prediker Martyn Lloyd-Jones). Keller investeert daar dan ook enorm in. Van dag tot dag is hij ermee bezig, herschrijft de preek driemaal, de laatste keer op zaterdag, en leert 'm uit zijn hoofd. Iets wat hij volgens mij met gemak doet...
3. Platte organisatie Beslissingen worden genomen in een 'peer-group', te vergelijken met een team van directeuren, die elk verantwoordelijk zijn voor een deel van het gemeentewerk. Elke 'directeur' stuurt zijn eigen 'afdeling' aan. En zoals elke megakerk beschikt zo'n afdeling over betaalde 'krachten'. Een top-down benadering dus. Toch wordt het leiderschap als 'dienst' ervaren. Het belangrijkste werk is: 'visie delen'. Zonder visie trek je geen mensen. Maar opvallend voor Nederlandse protestanten: een conglomeraat van raden, commissies of besturen, die allemaal weer vertegenwoordigd moeten worden in 'hogere organen', zoek je tevergeefs. De organisatie van de kerk is meer te vergelijken met die van een goed geoliede company, met directeuren en onderdirecteuren, een krachtige mission statement en een doelgerichte benadering van de markt. Voordat de rechtgeaarde protestantse lezer de kriebels krijgt, zijn identiteit serieus neemt en inderdaad gaat protesteren: de presbyteriaanse kerk van Redeemer en haar dochterkerken (church plants) verloochenen hun afkomst niet. Grote beleidsbeslissingen zijn voorbehouden aan de 'session', een raad van ambtsdragers, presbyters. De session is betrekkelijk klein. Leden ervan kunnen worden voorgedragen en worden gekozen uit tweetallen. Je komt als presbyter niet op een tweetal als je niet eerst een grondige voorbereiding hebt genoten. Geen cursus van enkele avonden, maar een intensieve (theologische en praktische) training die zes maanden duurt (!). Zodoende worden er alleen mensen gekozen die visie en beleid van Redeemer tot in hun botten meedragen, en die weten wat het betekent om op hoofdlijnen leiding te geven.
4. Het welzijn van de stad Redeemer is er niet om zichzelf in stand te houden, maar is er voor het welzijn van de stad. Het gaat de gemeente niet om 'a great church', maar 'a great city'. De belofte van psalm 72: de bloei van de stad. Daarom is elke eredienst gericht op hen die als geïnteresseerden-van-buiten de stad representeren. Zíj moeten zich thuis voelen, zonder dat er op enige manier aan de boodschap van de Bijbel wordt getornd. Het welzijn van de stad is voor Redeemer vooral haar geestelijk welzijn. Daarom zijn de preken gericht op inzicht dat tot verandering, vernieuwing, bekering leidt. Ook in diaconaal opzicht wordt er het nodige gedaan. Redeemer trekt zich de sociale en psychische nood van de stad aan, maar de eerste opdracht blijft: de 'young professionals' van wie de nood vooral bestaat uit het zoeken van surrogaat voor het verlangen naar God, de verslaving aan het eigen ego, het opgaan in carrière, relaties en seksualiteit. Redeemer verlangt naar de bloei en de herleving van de stad. Opvallend, hoe de kerk daarbij andere gemeenten insluit. Redeemer wil graag iets doen voor een baptistengemeente in de buurt of de episcopaalse kerk met raad en daad bijstaan, zo'n kerk weer op gang helpen. Redeemer is in andere wijken van New York bezig met het opzetten van 'church plants', elk met hun specifieke trekken. De jonge gemeente die we in Brooklyn bezochten was, er nog maar anderhalf jaar, kwam samen in een prachtig katholiek kerkje, had ongetwijfeld het DNA van de 'moedergemeente', maar kreeg ook gelegenheid om een eigen gezicht te gaan vormen. Opmerkelijk vond ik de ontspannenheid waarmee alles gebeurt. Geen krampachtige verschansing achter denominatiemuren. Open samenwerken, anderen een kans geven, op gang helpen. Er wordt ook niet moeilijk gedaan over territoria. Het zielige probleem dat je kritiek krijgt omdat je in de wijk van een andere wijkgemeente Alpha-cursisten aan het werven bent, snappen ze hier gelukkig niet. Laat ieder zoveel vissen als hij kan; er is vis genoeg... Met diezelfde ontspannenheid help Redeemer kerkplantingsinitiatieven elders in de wereld. Wereldwijd zijn er contacten, adviezen en is er daadwerkelijk hulp in 80 wereldsteden, waaronder Amsterdam.
5. Bijbelse radicaliteit Last but not least: in Redeemer zie je hoe het principe van 'double listening' werkt. Er wordt intens geluisterd naar de Bijbel én naar de omringende wereld. Verschuivingen in levensvragen zijn belangrijk voor de toespitsing van de verkondiging. In de preken zul je óók merken dat de oude vraag 'Hoe kan ik een goed mens zijn' plaats heeft gemaakt voor een actuelere levensvraag 'Hoe kan ik een vrij mens zijn?' Midden in de tijd staan levert actuele en aansprekende voorbeelden uit de leefwereld van de hoorders op. Tegelijkertijd komen de bijbelse 'essentials' altijd in de verkondiging naar voren, theologische grondlijnen, zoals C.S. Lewis die beschreef in Mere Christianity en John Stott in Basic Christianity. De verkondiging moet bijbelse theologie bevatten én voor niet-christenen volstrekt begrijpelijk zijn. Tim Keller bezig is bezig een prekenserie in boekvorm om te zetten. Maar pas nadat hij het manuscript aan 20 jonge mensen heeft gegeven, die kritisch en soms zelfs antikerkelijk zijn en pas nadat hij hun kritiek heeft verwerkt, gaat het naar de uitgever. De radicaliteit van de Bijbel kan immers pas echt radicaal zijn als zíj het begrijpen. Dat is tekenend! Gerichtheid op het Woord gaat hand in hand met het diepe verlangen mensen-zonder-God aan te spreken. Daarbij is het beste niet goed genoeg.
Ds. Niek M. Tramper is gemeentepredikant (PKN) te Vlaardingen. Eerder was hij werkzaam bij de Gereformeerde Zendingsbond met als opdracht begeleiding van zendingswerk in Europa en het Midden-Oosten. Daarvoor was hij stafmedewerker bij IFES-Nederland en directeur van bijbelschool De Wittenberg.
Bron: CV-Koers |