|
Den Haag - Steeds meer jonge christenen tussen de 18 en 35 jaar willen nieuwe gemeenten starten, constateert de evangelische jongerenbeweging Soul Survivor. Ronald van der Molen (29), trainer van jonge gemeentestichters, adviseert de kerken deze jongeren te stimuleren en te ondersteunen in hun wens. ,,Waarom die angst?’’
Geef ze vertrouwen en geef ze de ruimte, zou Van der Molen eenvoudigweg willen zeggen tegen ambtsdragers die zich afvragen wat ze aanmoeten met de wens van jonge gemeenteleden nieuwe kerken te starten. Zorgen over excessen zijn dan niet nodig, want als je jongeren serieus neemt en aanmoedigt, in plaats van in de weg staat, zullen ze je betrekken bij hun initiatief en je om advies vragen, redeneert Van der Molen. ,,Ze zullen je de ruimte geven om te sturen. In tegenstelling tot wat ik vaak hoor, zijn jongeren van deze tijd namelijk wel degelijk bereid om leiding te accepteren van ouderen.’’
Bovendien zullen jongeren die de ruimte krijgen om hun plannen uit te werken, weer bij je terug komen in het geval het misgaat, weet hij. Op je schreden terugkeren naar iemand die je serieus heeft genomen, is immers veel gemakkelijker dan terug gaan naar iemand die je ideeën verwierp en verguisde.
Buitenkerkelijk
Van der Molen is voorganger van een kleine Pinkstergemeente in een achterstandswijk van Den Haag. Hij startte de gemeente op aanraden van Bram Krol, leider van de afdeling gemeentegroei van Agapè, nadat hij zijn opleiding aan de Azusa Theologische Hogeschool had afgerond met een onderzoek naar gemeentestichting in deze wijk. Uit dit onderzoek bleek dat de kerken in het Laakkwartier op weinig belangstelling van de wijkbewoners konden rekenen. Toch gaf ruim 40 procent van die bewoners in enquêtes aan interesse te hebben voor geloofszaken. En op de vraag of ze belangstelling zouden tonen voor een nieuwe gemeente, antwoordde 30 procent positief.
Van der Molen concludeerde verder dat er een groot aantal taken open lag in de wijk, die bij uitstek een kerk zou kunnen oppakken. Zo gaven basisschooldirecteuren en een wijkagente aan dat de buurt behoefte had aan activiteiten voor kinderen en jongeren. Buurthuismedewerkers wezen op het belang van het versterken van de onderlinge band van de wijkbewoners.
Van der Molen ging met zijn onderzoeksresultaten de kerken in Den Haag langs, maar geen van hen wilde er iets mee doen. ,,Toen vroeg Bram Krol me waarom ik niet gewoon zelf een nieuwe gemeente in de wijk begon’’, vertelt Van der Molen. Dat was in 1999. De toen 25-jarige Van der Molen en zijn vrouw besloten de sprong te wagen. Gesteund door de gemeente waar ze tot die tijd naar toe gingen, begonnen ze met een aantal vrienden de Haagse Huiskring. Al snel zorgden rand- en buitenkerkelijken uit de wijk, met wie de initiatiefnemers contacten opbouwden, voor de nieuwe aanwas. De samenkomsten trekken inmiddels ongeveer ruim zestig bezoekers per keer en de gemeenteleden treffen elkaar wekelijks in verschillende huiskringen of bij de Alpha-cursus .
Het onderwerp gemeentestichting lag Van der Molen zo langzamerhand zeer na aan het hart dat de Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten hem vroeg nieuwe kerken te helpen opstarten. Daarnaast besloot hij, naast zijn werk als voorganger, jonge christenen die een nieuwe kerk starten, te begeleiden. Sinds vorig jaar kunnen zij bij hem de Sapphire (saffier) Training volgen, een tien maanden durend intensief programma met groepsbijeenkomsten en persoonlijke begeleiding door Van der Molen. In september begint weer een groe p.
Voorwaarde voor deelname is dat de cursisten het geleerde meteen in praktijk kunnen brengen. Verder drukt Van der Molen de deelnemers op het hart hun plannen in nauw overleg met hun kerk of met een netwerk van oudere, ervaren christenen, uit te voeren. Het mag en kan niet zo zijn dat de eerste de beste christen die wel wat voelt voor kerkplanting in het wilde weg aan de slag gaat, benadrukt Van der Molen. In een voorgesprek peilt hij bovendien of ze beseffen welke moeilijkheden het starten van een nieuwe gemeente met zich mee kan brengen. ,,Ze moeten weten waar ze aan beginnen’’, vindt hij. Tíjdens de cursus leert hij hun met die moeilijkheden om te gaan. ,,En ze leren veel van elkaar’’, vult Van der Molen aan. Voorlopig gaat het landelijk gezien om ongeveer tien initiatieven van jongeren die gemeenten willen stichten, schat hij.
Dit najaar kan Van der Molen zijn kennis en ervaring kwijt op een dag voor jonge kerkstichters van de evangelische jongerenbeweging Soul Survivor. Soul Survivor constateerde eind april tijdens haar jaarlijkse festival op het Strand Nulde dat tientallen jongeren rondlopen met de wens nieuwe gemeenten te stichten die aansluiten bij deze tijd en die hun buitenkerkelijke vrienden aanspreken. Ruim honderd aanwezigen wilden na een toespraak over het onderwerp doorpraten over hun ideeën. De radicale jeugdbeweging vond dat ,,verheugend en bijzonder’’ en besloot een trainingsdag te organiseren om de jongeren te ondersteunen en te stimuleren.
Ze benadrukt daarbij, dat ze jongeren ook aanmoedigt om bínnen hun eigen kerk aan de slag te gaan. Prima, vindt Van der Molen, maar jongeren die in hun gemeenten op onwil en onbegrip stuiten, moeten niet onnodig lang blijven hangen. Volgens hem komt dat nog te vaak voor. ,,Jongeren blijken trouwer aan hun gemeente dan ouderen. Ik ontmoet regelmatig jonge christenen die in hun kerk al jaren tegen belemmeringen voor groei aanlopen, maar weigeren op te stappen.’’ Hij is dan ook niet gevoelig voor het verwijt dat hij jongeren uit de kerk trekt. Of voor het verwijt dat hij verdeeldheid zaait door jongeren aan te moedigen om bij het minste of geringste kritiekpunt op hun gemeente zelf maar iets te beginnen.
Ook het argument dat we al meer dan genoeg gemeenten hebben in Nederland en dat jongeren hun gedrevenheid beter kunnen steken in de bestaande, soms moeizaam draaiende kerken dan in het oprichten van nieuwe gemeenten, legt hij naast zich neer. ,,Kerken moeten niet zo huiverig zijn voor nieuwe gemeenten. Uit Amerikaans onderzoek blijkt nota bene dat ze baat hebben bij de oprichting van nieuwe gemeenten.’’
Doorstroming
Van der Molen licht toe. ,,Nieuwe kerken trekken naast een klein percentage gemeenteleden uit bestaande kerken, vooral rand- en buitenkerkelijken. Een deel van hen stroomt na een tijdje door naar de oudere, al bestaande kerken, bijvoorbeeld omdat ze hechten aan traditie of meer structuur. De nieuwe kerken zorgen op die manier dus voor nieuwe aanwas in de oudere kerken. Daarnaast: nieuwe kerken experimenteren met nieuwe vormen, fungeren als laboratoria. Als hun proeven slagen, stromen die vaak op den duur door naar de bestaande kerken. De nieuwe kerken zorgen op die manier voor vernieuwing in de oudere kerken.’’
De nieuwe gemeenten die Van der Molen voor ogen heeft, moeten niet verward worden met de jeugdkerken. Een jeugdkerk is een maandelijkse bijeenkomst van jongeren uit allerlei geloofsgemeenschappen en hun vrienden. ,,Het is geen nieuwe kerk, maar een vorm van jeugdwerk voor en door jongeren die in de reguliere kerkdiensten duidelijk en verstaanbaar taalgebruik en toepasbare uitleg missen’’ zeggen de initiatiefnemers van jeugdkerken. Zij moedigen hun bezoekers nadrukkelijk aan aangesloten te blijven bij een ‘gewone’ kerk. Diegenen die al naar de kerk gingen voordat ze betrokken raakten bij de jeugdkerk, doen dat over het algemeen ook. Zo niet die bezoekers die in de jeugdkerk voor het eerst met het geloof in aanraking komen.
Van der Molen verwacht dat, vooral onder invloed van die laatste groep, uit de jeugdkerken op den duur ook nieuwe gemeenten zullen ontstaan. Dat het in dergelijke gemeenten, net zoals in de gemeenten die uit de Sapphire Training kunnen voortkomen, veelal aan theologische scholing en structuur zal ontbreken, deert hem niet. Van der Molen: ,,Scholing en structuur kunnen je geloof ook enorm belemmeren. Het kan een groot voordeel zijn om daar geen last van te hebben. Jezus riep per slot van rekening ook een stel ongeletterde mannen.’’
Door: Marion van Verlaat, Bron: Friesch Dagblad |