spacer.png, 0 kB
Home arrow Nieuws arrow Een kerk voor ongelovigen
Een kerk voor ongelovigen Afdrukken E-mail
woensdag 29 oktober 2003

Door: Henk Jan Kamsteeg

De missionaire wijkgemeente ‘In de Praktijk’ lijkt in niets op een gewone kerk. Geen zondagse diensten, geen kerkgebouw en veel niet-christelijke leden. Toch is dit wat God van hem vroeg, zegt pionier Matthijs Vlaardingerbroek. Hij verhuisde naar de Spoorwijk, een Haagse volksbuurt, om zijn roeping waar te maken: het stichten van een community voor ongelovigen. Het verhaal van een eigenzinnige zendeling.

Kleine straatjes, oude huurwoningen en slecht onderhouden voortuintjes. De Haagse Spoorwijk is niet een buurt waar iemand vrijwillig een woning zoekt. Maar Matthijs Vlaardingerbroek deed het wel. Want alleen door één te worden met de buurtbewoners, kan hij echt iets voor hen betekenen. Matthijs gaf gehoor aan wat God hem op het hart legde. Sinds 2000 heeft hij samen met zijn vrouw en kinderen zijn intrek genomen in een oude dokterswoning. Daarmee was de missionaire wijkgemeente ‘In de Praktijk’ geboren.

De Spoorwijk is een van de achterstandswijken van Den Haag. Al de 8000 inwoners voelen zich in de minderheid. De vijfendertig procent autochtone inwoners, maar ook de grote groepen Antillianen, Marokkanen en Turken. Het gemiddeld inkomen ligt erg laag in vergelijking met andere delen van de stad. De wijk is verpauperd en kent een relatief hoge criminaliteit. Zelfs de paar godshuizen die de wijk telde, moesten er de afgelopen tijd aan geloven. Ze werden in brand gestoken. De Spoorwijk is van God los.

Naast een kleine katholieke parochie en diaconaal werk van een SoW-gemeente is in de wijk geen enkele kerkelijke gemeente aanwezig. Het is dus een zendingsgebied bij uitstek. Matthijs gaf gehoor aan zijn roeping en ging aan de slag. Niet door het stichten van een traditionele kerk of gemeente, maar gewoon door er voor de mensen te zijn. Door hen de kans te geven deel uit te maken van een gemeenschap, of community, zoals Matthijs het zelf liever noemt.

Aanwezig zijn

De wijk die Matthijs bij zijn verhuizing vanuit het centrum van Den Haag aantrof, was er slecht aan toe. ,,Eigenlijk was er alleen een christelijke kinderclub. Wij wilden hier verandering in brengen. We zijn gewoon begonnen door als christenen aanwezig te zijn.’’ Matthijs deed dit niet vanuit zijn veilige studeerkamer, door het schrijven van traktaten of het voorbereiden van bijbelstudies. Hij ging – letterlijk – de straat op. Matthijs werd lid van het bestuur van de speeltuin, raakte betrokken bij de multiculturele werkgroep van de wijk, werd voorzitter van de bewonersorganisatie. En hij bood zijn diensten aan als bandenplakker van – naar zoals al gauw bleek – voornamelijk gestolen fietsen.

In het begin hielden Matthijs en zijn vrouw iedere donderdagavond een eigen kringviering met vier andere teamleden, die hart hebben voor de wijk. Naar de kerk gingen ze niet meer. ,,We wilden voorkomen dat ons werk dwars gezeten zou worden door de invloeden uit de verschillende gemeenten. Ook wilden we de mensen die we bereiken niet de indruk geven dat de samenkomsten die wij organiseren, niet voldoende zijn. Dat ze eigenlijk ook lid moeten worden van een bestaande kerk. Ja, het was wel even wennen om op de zondagochtend niet meer naar de kerk te rijden, maar gewoon op de fiets te stappen en een mooie tocht door de duinen te maken.”

Toch is de zondag ook voor ‘In de Praktijk’ een bijzondere dag. Inmiddels bellen elke zondag rond het middaguur circa vijfentwintig buurtbewoners bij Matthijs aan om deel te nemen aan een samenkomst. ,,We komen samen om lekker te eten, een bijbelverhaal te vertellen en een poppenspel te doen. De bewoners komen om de week. Want we kunnen nooit allemaal tegelijkertijd in de woning terecht. In totaal maken nu vijftig Spoorwijkers deel uit van onze community.’’

Niet-christenen

Dit wil niet zeggen dat al deze mensen in de paar jaar dat Matthijs in de wijk woont, ook tot geloof zijn gekomen. ,,Het zijn allemaal onkerkelijke mensen. ‘In de Praktijk’ wil een gemeenschap zijn. Het is een kerk voor alle generaties, gericht op relaties, waarbij iedereen welkom is en geaccepteerd wordt. Wie je ook bent. Het is een gemeente waar je bij mag horen, zelfs voordat je gelooft, zodat je de kans krijgt om uiteindelijk te gaan geloven.’’

Open aan de rand, toegewijd in de kern, zo karakteriseert hij de wijkgemeente. De opzet is volgens Matthijs gebaseerd op aantrekkingskracht in plaats van dwang. ,,Wij geloven dat het christelijke leven een magnetische kracht uitoefent. Wij streven ernaar dat de kwaliteit van ons leven als community mensen die aan de rand staan, over de drempel zal helpen. Zo zullen ze langzaam maar zeker leren wat het is volgeling van Jezus te worden.’’

In de Praktijk wil als gemeente een insider zijn in de wijk. ,,In tegenstelling tot veel andere kerken. Die zijn outsiders. Het enige wat buurtbewoners van veel kerken merken, is dat er zondags diensten worden gehouden. Wij willen echt een zegen zijn voor de wijk. Niet door evangeliserend langs de deuren te gaan, maar door gemeenschap te hebben.” Dit doet de gemeente van Matthijs onder andere door elk denkbaar feest dat er is, te vieren. ,,Van Sinterklaas tot en met Kerst. Wat we zien, is dat hier veel belangstellenden op afkomen die bij binnenkomst soms zelf aangeven niets met God te maken te willen hebben, maar wel graag het feest willen meevieren. En ze zijn welkom.’’

Matthijs gebruikt deze momenten om zijn geloof te delen. ,,We doen dat door het vertellen van verhalen. In die verhalen verweef ik zogenaamde preekpunten. Je moet beseffen dat veel bewoners van Spoorwijk echt niets van het Evangelie weten. Lezen doen ze weinig. Thuis ligt vaak alleen Veronica Magazine. Boeken hebben ze niet. Ze zijn dus afhankelijk van wat wij hen vertellen en van wat we hen laten zien.’’

Grote verantwoordelijkheid

Door te kiezen voor het starten van een missionaire wijkgemeente en niet voor het planten van een meer traditionele kerk met haar diverse ambten, is de verantwoordelijk van Matthijs extra groot. ,,Als wij zouden wegvallen, is de kans aanzienlijk dat het project niet zal slagen. Dat is natuurlijk anders wanneer je een gemeente start met veel christenen. Maar veel van onze gemeenteleden zijn nog geen christen. Wij hebben gezegd dat iedereen er bij mag horen. Lidmaatschap heeft bij ons te maken met participatie en niet met geloofsbelijdenis, zoals meestal bij kerken.”

‘In de Praktijk’ heeft er ook bewust voor gekozen om geen aansluiting te zoeken bij een bestaande denominatie. ,,Er waren wel een aantal gemeentes bezig met gemeentestichting, maar wanneer we ons daarbij zouden aansluiten, zouden we niet de vrijheid krijgen die we nodig hebben. Onze contacten met bestaande kerken zijn overigens wel goed. Ze zijn enthousiast dat we dit doen. Sommige kerken collecteren zelfs voor ons.’’

Maar daarmee houdt de rol van christenen in ‘In de Praktijk’ ook wel zo’n beetje op. Lid worden van de wijkgemeente is onmogelijk. En christenen van buiten zijn in principe niet welkom in de gemeenschap. Matthijs legt uit: ,,Je krijgt maar al te gauw gefrustreerde christenen die zijn uitgekeken op hun eigen gemeente en hier eens willen kijken. Ze nemen hun eigen bagage mee. In het begin vinden ze het vast hartstikke leuk, maar na een paar maanden willen ze toch elementen uit hun oude gemeente invoeren.’’

,,Bovendien willen we typisch christelijke discussies zo veel mogelijk vermijden. Wij discussiëren niet over de rol van Israël of over de Opname. Tijdens de voorbereidingen hebben we gesproken met diverse gemeentestichters. Wat bij hen fout was gegaan, bleek vaak te komen doordat ze christenen hadden toegelaten. Bij ons zijn ze alleen welkom als ze een duidelijke visie hebben om in Spoorwijk te komen werken en wonen.”

Offers

Missionair werk zoals Matthijs en het team in praktijk brengen, vraagt veel. Zo moest Matthijs de veiligheid van het werken in de studeerkamer opgeven voor het werken op de straat. Hij maakt daar voorvallen mee die sterk doen denken aan het boek Het kruis in de asfaltjungle, waarin de Amerikaanse evangelist David Wilkerson verslag doet van zijn gevaarlijke werk onder de straatbendes van New York.

,,Een tijd terug raakte ik betrokken bij een kinderdisco die in de buurt werd georganiseerd. Mij was gevraagd een beetje de politieagent te spelen. Op een gegeven moment ontstond er buiten een ruzie. Ik kende de twee jongens en haalde ze uit elkaar. Op het moment dat ik een van de jongens losliet, haalde hij uit. Vol in m’n gezicht. Alle omstanders begonnen te joelen, er was geen volwassene te bekennen. Toen ik me omdraaide om weg te lopen, werd ik door dezelfde jongen in m’n rug geschopt. Gelukkig werd hij daarna door anderen weggetrokken. Ik liep toen naar hem toe om te vragen of we het niet konden goedmaken. Hij greep deze kans aan om keihard tegen m’n knie te schoppen. Ik ben toen maar naar huis gegaan.’’

Het nieuws van dit voorval verspreidde zich als een lopend vuurtje door de wijk. ,,De meester is in elkaar geslagen.’’ De volgende dag zag Matthijs de jongen met twee vrienden staan. ,,Ze riepen dat ze me zouden afmaken. Ik zei hem dat ik het eigenlijk heel erg zielig voor hem vond. Iedereen in de wijk kan wel karate, maar het eerste wat je moet leren, is jezelf te beheersen. Een van hen zei toen dat ik de jongen helemaal in elkaar had kunnen slaan als ik had gewild. Maar ik weet dat wanneer ik dat gedaan had, ik was besprongen door de hele groep. Ik ben trouwens ook geen vechter. Ik vertelde hem dat ik een man van vergeving ben, omdat ik dit van Jezus heb geleerd. Ik heb hen vervolgens over het Evangelie verteld. Ook dit ging de wijk door. Er kwamen volwassenen naar me toe die vroegen wat er gebeurd was en waarom ik niet had teruggeslagen. Ik kreeg dus geweldige kansen om over Jezus te vertellen.’’

Mooi sausje

Matthijs gelooft dat het bij veel christenen juist hieraan schort. ,,Als je kijkt naar het gedrag van veel christenen, zie je geen verschil met dat van niet-christenen. Als het gaat om de belastingopgave, incest, te snel rijden, normen en waarden, maken we dezelfde fouten. We hebben ons gewoon aangepast aan de heersende cultuur, maar gieten er een mooi sausje overheen. En de kerk zet vaak geen zoden aan de dijk omdat ze totaal niet betrokken is bij de mensen uit haar omgeving.’’

Voor ‘In de Praktijk’ blijft die betrokkenheid bij de wijk het belangrijkste agendapunt. De wijkgemeente probeert om echt een open huis te zijn voor de buurt. Een kerk die – met vallen en opstaan – de liefde en het anders-zijn van Christus uit wil stralen naar de wijk. Matthijs hoopt dat zijn wijkgemeente daarmee ook voor andere christenen een stimulans mag zijn, zodat meer kerkgangers besluiten om hun buurt serieus te nemen.

Bron: CV-Koers (www.cvkoers.nl)

 

 

Developed by: Innovation WEB

 
spacer.png, 0 kB