|
Door: Henk Jan Kamsteeg
De missionaire wijkgemeente ‘In de Praktijk’ lijkt in niets
op een gewone kerk. Geen zondagse diensten, geen kerkgebouw en veel
niet-christelijke leden. Toch is dit wat God van hem vroeg, zegt pionier
Matthijs Vlaardingerbroek. Hij verhuisde naar de Spoorwijk, een Haagse
volksbuurt, om zijn roeping waar te maken: het stichten van een community voor
ongelovigen. Het verhaal van een eigenzinnige zendeling.
Kleine straatjes,
oude huurwoningen en slecht onderhouden voortuintjes. De Haagse Spoorwijk is
niet een buurt waar iemand vrijwillig een woning zoekt. Maar Matthijs
Vlaardingerbroek deed het wel. Want alleen door één te worden met de
buurtbewoners, kan hij echt iets voor hen betekenen. Matthijs gaf gehoor aan wat
God hem op het hart legde. Sinds 2000 heeft hij samen met zijn vrouw en kinderen
zijn intrek genomen in een oude dokterswoning. Daarmee was de missionaire
wijkgemeente ‘In de Praktijk’ geboren.
De Spoorwijk is een
van de achterstandswijken van Den Haag. Al de 8000 inwoners voelen zich in de
minderheid. De vijfendertig procent autochtone inwoners, maar ook de grote
groepen Antillianen, Marokkanen en Turken. Het gemiddeld inkomen ligt erg laag
in vergelijking met andere delen van de stad. De wijk is verpauperd en kent een
relatief hoge criminaliteit. Zelfs de paar godshuizen die de wijk telde, moesten
er de afgelopen tijd aan geloven. Ze werden in brand gestoken. De Spoorwijk is
van God los.
Naast een kleine
katholieke parochie en diaconaal werk van een SoW-gemeente is in de wijk geen
enkele kerkelijke gemeente aanwezig. Het is dus een zendingsgebied bij uitstek.
Matthijs gaf gehoor aan zijn roeping en ging aan de slag. Niet door het stichten
van een traditionele kerk of gemeente, maar gewoon door er voor de mensen te
zijn. Door hen de kans te geven deel uit te maken van een gemeenschap, of
community, zoals Matthijs het zelf liever noemt.
Aanwezig zijn
De wijk die
Matthijs bij zijn verhuizing vanuit het centrum van Den Haag aantrof, was er
slecht aan toe. ,,Eigenlijk was er alleen een christelijke kinderclub. Wij
wilden hier verandering in brengen. We zijn gewoon begonnen door als christenen
aanwezig te zijn.’’ Matthijs deed dit niet vanuit zijn veilige studeerkamer,
door het schrijven van traktaten of het voorbereiden van bijbelstudies. Hij ging
– letterlijk – de straat op. Matthijs werd lid van het bestuur van de speeltuin,
raakte betrokken bij de multiculturele werkgroep van de wijk, werd voorzitter
van de bewonersorganisatie. En hij bood zijn diensten aan als bandenplakker van
– naar zoals al gauw bleek – voornamelijk gestolen fietsen.
In het begin
hielden Matthijs en zijn vrouw iedere donderdagavond een eigen kringviering met
vier andere teamleden, die hart hebben voor de wijk. Naar de kerk gingen ze niet
meer. ,,We wilden voorkomen dat ons werk dwars gezeten zou worden door de
invloeden uit de verschillende gemeenten. Ook wilden we de mensen die we
bereiken niet de indruk geven dat de samenkomsten die wij organiseren, niet
voldoende zijn. Dat ze eigenlijk ook lid moeten worden van een bestaande kerk.
Ja, het was wel even wennen om op de zondagochtend niet meer naar de kerk te
rijden, maar gewoon op de fiets te stappen en een mooie tocht door de duinen te
maken.”
Toch is de zondag
ook voor ‘In de Praktijk’ een bijzondere dag. Inmiddels bellen elke zondag rond
het middaguur circa vijfentwintig buurtbewoners bij Matthijs aan om deel te
nemen aan een samenkomst. ,,We komen samen om lekker te eten, een bijbelverhaal
te vertellen en een poppenspel te doen. De bewoners komen om de week. Want we
kunnen nooit allemaal tegelijkertijd in de woning terecht. In totaal maken nu
vijftig Spoorwijkers deel uit van onze community.’’
Niet-christenen
Dit wil niet zeggen
dat al deze mensen in de paar jaar dat Matthijs in de wijk woont, ook tot geloof
zijn gekomen. ,,Het zijn allemaal onkerkelijke mensen. ‘In de Praktijk’ wil een
gemeenschap zijn. Het is een kerk voor alle generaties, gericht op relaties,
waarbij iedereen welkom is en geaccepteerd wordt. Wie je ook bent. Het is een
gemeente waar je bij mag horen, zelfs voordat je gelooft, zodat je de kans
krijgt om uiteindelijk te gaan geloven.’’
Open aan de rand,
toegewijd in de kern, zo karakteriseert hij de wijkgemeente. De opzet is volgens
Matthijs gebaseerd op aantrekkingskracht in plaats van dwang. ,,Wij geloven dat
het christelijke leven een magnetische kracht uitoefent. Wij streven ernaar dat
de kwaliteit van ons leven als community mensen die aan de rand staan, over de
drempel zal helpen. Zo zullen ze langzaam maar zeker leren wat het is volgeling
van Jezus te worden.’’
In de Praktijk wil
als gemeente een insider zijn in de wijk. ,,In tegenstelling tot veel andere
kerken. Die zijn outsiders. Het enige wat buurtbewoners van veel kerken merken,
is dat er zondags diensten worden gehouden. Wij willen echt een zegen zijn voor
de wijk. Niet door evangeliserend langs de deuren te gaan, maar door gemeenschap
te hebben.” Dit doet de gemeente van Matthijs onder andere door elk denkbaar
feest dat er is, te vieren. ,,Van Sinterklaas tot en met Kerst. Wat we zien, is
dat hier veel belangstellenden op afkomen die bij binnenkomst soms zelf aangeven
niets met God te maken te willen hebben, maar wel graag het feest willen
meevieren. En ze zijn welkom.’’
Matthijs gebruikt
deze momenten om zijn geloof te delen. ,,We doen dat door het vertellen van
verhalen. In die verhalen verweef ik zogenaamde preekpunten. Je moet beseffen
dat veel bewoners van Spoorwijk echt niets van het Evangelie weten. Lezen doen
ze weinig. Thuis ligt vaak alleen Veronica Magazine. Boeken hebben ze niet. Ze
zijn dus afhankelijk van wat wij hen vertellen en van wat we hen laten zien.’’
Grote
verantwoordelijkheid
Door te kiezen voor
het starten van een missionaire wijkgemeente en niet voor het planten van een
meer traditionele kerk met haar diverse ambten, is de verantwoordelijk van
Matthijs extra groot. ,,Als wij zouden wegvallen, is de kans aanzienlijk dat het
project niet zal slagen. Dat is natuurlijk anders wanneer je een gemeente start
met veel christenen. Maar veel van onze gemeenteleden zijn nog geen christen.
Wij hebben gezegd dat iedereen er bij mag horen. Lidmaatschap heeft bij ons te
maken met participatie en niet met geloofsbelijdenis, zoals meestal bij kerken.”
‘In de Praktijk’
heeft er ook bewust voor gekozen om geen aansluiting te zoeken bij een bestaande
denominatie. ,,Er waren wel een aantal gemeentes bezig met gemeentestichting,
maar wanneer we ons daarbij zouden aansluiten, zouden we niet de vrijheid
krijgen die we nodig hebben. Onze contacten met bestaande kerken zijn overigens
wel goed. Ze zijn enthousiast dat we dit doen. Sommige kerken collecteren zelfs
voor ons.’’
Maar daarmee houdt
de rol van christenen in ‘In de Praktijk’ ook wel zo’n beetje op. Lid worden van
de wijkgemeente is onmogelijk. En christenen van buiten zijn in principe niet
welkom in de gemeenschap. Matthijs legt uit: ,,Je krijgt maar al te gauw
gefrustreerde christenen die zijn uitgekeken op hun eigen gemeente en hier eens
willen kijken. Ze nemen hun eigen bagage mee. In het begin vinden ze het vast
hartstikke leuk, maar na een paar maanden willen ze toch elementen uit hun oude
gemeente invoeren.’’
,,Bovendien willen
we typisch christelijke discussies zo veel mogelijk vermijden. Wij discussiëren
niet over de rol van Israël of over de Opname. Tijdens de voorbereidingen hebben
we gesproken met diverse gemeentestichters. Wat bij hen fout was gegaan, bleek
vaak te komen doordat ze christenen hadden toegelaten. Bij ons zijn ze alleen
welkom als ze een duidelijke visie hebben om in Spoorwijk te komen werken en
wonen.”
Offers
Missionair werk
zoals Matthijs en het team in praktijk brengen, vraagt veel. Zo moest Matthijs
de veiligheid van het werken in de studeerkamer opgeven voor het werken op de
straat. Hij maakt daar voorvallen mee die sterk doen denken aan het boek Het
kruis in de asfaltjungle, waarin de Amerikaanse evangelist David Wilkerson
verslag doet van zijn gevaarlijke werk onder de straatbendes van New York.
,,Een tijd terug
raakte ik betrokken bij een kinderdisco die in de buurt werd georganiseerd. Mij
was gevraagd een beetje de politieagent te spelen. Op een gegeven moment
ontstond er buiten een ruzie. Ik kende de twee jongens en haalde ze uit elkaar.
Op het moment dat ik een van de jongens losliet, haalde hij uit. Vol in m’n
gezicht. Alle omstanders begonnen te joelen, er was geen volwassene te bekennen.
Toen ik me omdraaide om weg te lopen, werd ik door dezelfde jongen in m’n rug
geschopt. Gelukkig werd hij daarna door anderen weggetrokken. Ik liep toen naar
hem toe om te vragen of we het niet konden goedmaken. Hij greep deze kans aan om
keihard tegen m’n knie te schoppen. Ik ben toen maar naar huis gegaan.’’
Het nieuws van dit
voorval verspreidde zich als een lopend vuurtje door de wijk. ,,De meester is in
elkaar geslagen.’’ De volgende dag zag Matthijs de jongen met twee vrienden
staan. ,,Ze riepen dat ze me zouden afmaken. Ik zei hem dat ik het eigenlijk
heel erg zielig voor hem vond. Iedereen in de wijk kan wel karate, maar het
eerste wat je moet leren, is jezelf te beheersen. Een van hen zei toen dat ik de
jongen helemaal in elkaar had kunnen slaan als ik had gewild. Maar ik weet dat
wanneer ik dat gedaan had, ik was besprongen door de hele groep. Ik ben trouwens
ook geen vechter. Ik vertelde hem dat ik een man van vergeving ben, omdat ik dit
van Jezus heb geleerd. Ik heb hen vervolgens over het Evangelie verteld. Ook dit
ging de wijk door. Er kwamen volwassenen naar me toe die vroegen wat er gebeurd
was en waarom ik niet had teruggeslagen. Ik kreeg dus geweldige kansen om over
Jezus te vertellen.’’
Mooi sausje
Matthijs gelooft
dat het bij veel christenen juist hieraan schort. ,,Als je kijkt naar het gedrag
van veel christenen, zie je geen verschil met dat van niet-christenen. Als het
gaat om de belastingopgave, incest, te snel rijden, normen en waarden, maken we
dezelfde fouten. We hebben ons gewoon aangepast aan de heersende cultuur, maar
gieten er een mooi sausje overheen. En de kerk zet vaak geen zoden aan de dijk
omdat ze totaal niet betrokken is bij de mensen uit haar omgeving.’’
Voor ‘In de
Praktijk’ blijft die betrokkenheid bij de wijk het belangrijkste agendapunt. De
wijkgemeente probeert om echt een open huis te zijn voor de buurt. Een kerk die
– met vallen en opstaan – de liefde en het anders-zijn van Christus uit wil
stralen naar de wijk. Matthijs hoopt dat zijn wijkgemeente daarmee ook voor
andere christenen een stimulans mag zijn, zodat meer kerkgangers besluiten om
hun buurt serieus te nemen.
Bron: CV-Koers
(www.cvkoers.nl)
|